
“Hyman Hetchins maakte in 1934 zijn eerste frame. De liggende en
de staande achtervork maakte hij van gegolfde buizen en van opzij gezien is een Hetchins frame anders dan alle andere frames. Hij had een nogal twijfelachtige uitleg over de superieure horizontale stijfheid en tegelijkertijd verticaal rijcomfort, maar desalniettemin vielen Hetchins frames bij een groot publiek in de smaak. Dat kwam ook omdat Hetchins prachtige barok-versierde lugs gebruikte, terwijl de balhoofdpartij hoogglans gepolijst en verchroomd was. In combinatie met fraai lakwerk en gothische belettering was dat kennelijk de ideale marketing. Hetchins was trouwens niet de enige die anders-dan-andere frames maakte, maar sommige daarvan waren zo lelijk dat het publiek er niet aan wilde. In 1935 kwam Reynolds met de 531 mangaanstaalbuizen op de markt en sindsdien werden alle Hetchins frames van dit edele metaal gemaakt. Pas veel later werden ook buizen van Columbus toegepast.
Wat eveneens aan het succes van Hetchins zal hebben bijgedragen is de …





mee mocht in de ploegleiderswagen van Rabobank in de Grote Prijs Wallonië, kende ik hem natuurlijk wel van naam. Jan Boven afkomstig uit het hoogste hoge Noorden van Nederland. Hij viel me direct op tussen zijn vooral zwijgende en etende ploeggenoten. Die keken vooral somber aan tafel, terwijl Jantje de ene kwinkslag na de andere debiteerde. Ik begreep toen ook zijn plaats in de ploeg. Knechten tot je er bij neervalt en buiten de koers sfeermakertje spelen. Een klein blond mannetje met een guitig gezicht en toen nog met zo’n kuifje als Kuifje. Hij wordt vandaag 36 jaar, maar zijn verblijf in de Rabobankploeg is nog steeds geen onderwerp van discussie. Op 7 januari jl. liep hij dan ook weer stralend het podium op bij de voorstelling van de ploeg. Hij is inmiddels aan zijn dertiende seizoen als beroepsrenner begonnen en hij krijgt van zijn broodheer de waardering die hij verdient. Niet vanwege zijn palmares want die is zeer bescheiden. Wel omdat hij jaar na jaar het werk doet dat ook gedaan moet worden. En als de kopmannen op het podium staan om de hulde in ontvangst te nemen, dan zit hij uitgepierd ergens achteraf mee te genieten. De knecht der knechten kent zijn plaats en hij is er net als legendarische voorgangers uit het verleden als Hein van Breenen en Huub Zilverberg dik tevreden mee. Jantje Buut’nblad uit Delfzijl wordt dan ook hogelijk gewaardeerd. Jan Zomer beklaagt zich in …
We kennen elkaar sinds we op vrijdag 26 november 2004 een leuk gesprek over Joop Zoetemelk hadden, aan wiens biografie ik toen bezig was. Het was in de kantine van de Antwerpse Hockeyclub in St.Job in ’t Goor en je toonde je een oprechte wielerman. Ik vond je een aardige vent en niet de arrogante bobo, waarvoor ik je jaren had gehouden. Ik heb net als bijna iedereen last van vooroordelen, maar ik ben altijd graag bereid die te verloochenen als ik ongelijk heb. En ik voelde mijn vooroordeel na ons gesprek als een zeer foute inschatting. Ik heb je sindsdien hoog zitten. Vanwege je carrière binnen de wielersport en later in het IOC. Ik weet dat je binnen die club niet omstreden bent en een heel belangrijke rol vervult in de komende spelen in Beijing. Je bent een man met vele capaciteiten en dat de hoogste sportorganisatie ter wereld daar gebruik van maakt vind ik niet alleen een waardering voor jouw persoon, maar ook voor heel Nederland. De afgelopen dagen zijn er echter dingen gebeurd die mij ernstig in vertwijfeling brengen. Is onze Hollandse Hein niet heel iemand anders? In de eerste plaats in je kwalificatie over ... 

“Op 25 februari 1979 won Joop Zoetemelk in Frankrijk de Grand-Prix van de Haut-Var (Seillans-Draguignan). In de sprint-à-deux versloeg hij zijn Franse vluchtmakker Jean Chassang. Op drie seconden werden Jean-René Bernaudeau en Hennie Kuiper respectievelijk derde en vierde. Francesco Moser haalde in Italië een sprintzege in de Grote Prijs van Salo door Roger de Vlaeminck, Knud Knudsen en Giuseppe Saronni te kloppen.