ad ad ad ad

Leo van DONGEN (1942, Nederland)

Leo is éen van de vele Van Dongens uit het West-Brabantse, die coureur is geworden. Zijn tijd lag in de jaren zestig. Na een zeer succesvolle amateurtijd, waarin hij meer dan zestig koersen won, kwam hij op voorspraak van zijn ploegleider Toon Simons van de Breda Bier-ploeg bij de Televizier-formatie van Kees Pellenaars onderdak. Hij mocht als neo-prof gelijk mee naar de Tour, want D’n Pel had noodgedwongen voor het merendeel neo-profs in zijn ploeg. Van Dongen, die het vooral van slim koersen en een rappe aankomst moest hebben, zag in die helse weken af als een beest en in de negende etappe kwam hij te laat binnen. Een jaar later deed hij het veel beter. In de vijfde rit zat hij in de kopgroep met zijn ploeggenoot Cees van Espen uit Arnhem. Ze spraken af om en om te demarreren en wie weg kon blijven moest voor de etappewinst gaan. Toen Van Dongen voor de zoveelste keer werd teruggepakt, ging Van Espen weer en de naar adem snakkende concurrentie gaf hem de zegen. Toen de voorsprong van Van Espen groot genoeg was, koos ook Leo het hazenpad en het restant van de kopgroep liet ook hem gaan. Zo stonden de twee jonge Televizieren op het podium te pronken. Een dag werd Van Dongen nog eens vierde in de rituitslag. Het was de enige Tour die hij zou uitrijden. In 1966 knalde hij in de Vuelta in volle sprint met zijn hoofd tegen een lantaarnpaal en hij liep daarbij een schedelbasisfractuur op. Het zag er niet best uit en de priester werd al besteld om de renner uit Made te bedienen. Gelukkig ging het snel wat beter en hij herstelde. Een paar weken later stond hij al weer aan de start van de Tour, want Pellenaars was een harde en die oordeelde: genezen is genezen, dus aan de bak met die handel. Veel te vroeg natuurlijk en met Leo ging het daarna snel bergafwaarts. Hij bereikte niet meer het niveau van voor zijn ongeluk en eind 1967 stopte hij met koersen, mede omdat de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 januari 2008 0:00

© Peter Ravensbergen

“De oudste Rotterdamse wielervereniging, opgericht in 1910, is vernoemd naar het café waar men destijds samenkwam, genaamd Apollo. Het was een hechte club wielerfanaten, maar in het begin van de jaren dertig kwam er heibel in de tent en in 1934 ontstond er zelfs een scheuring. De ene partij ging als Apollo verder en de andere ruziemakers richtten een nieuwe vereniging op met de heldhaftige naam: De Rotterdamse Leeuw, kortweg DRL. In die periode bestond ook de wielervereniging RRC De Pedaalridders al, de vereniging van De Spaanse Polder die in 2010 haar honderdjarig bestaan hoopt te vieren.
In de jaren vijftig was de ruzie al lang vergeten en DRL en Apollo besloten tot samenwerking. In 1971 gingen de twee clubs op in een nieuwe vereniging met de naam RWC Ahoy.
Op de foto zien jullie een groen baanframe, eentje van voor de tweede wereldoorlog met een trapstel waar een blokketting op past. Zoals duidelijk te zien is, moet dit antieke kader nog gerestaureerd worden en de grootste uitdaging is er de juiste ketting bij te vinden. Helaas zijn dit soort kettingen tegenwoordig uiterst zeldzaam. De groene kleur is ontleend aan het stadswapen van Rotterdam en de vraag is van welke van de genoemde verenigingen reden de leden op zo’n groene fiets? Apollo, De Rotterdamse Leeuw, De Pedaalridders of Ahoy?
‘Ahoy’ is een typisch Rotterdamse …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 januari 2008 10:00

Roger LAMBRECHT (1916, overleden 04.08.1979, België)

Ik weet niet veel van deze renner en er is ook niet veel over hem bekend. Hij won in 1948 en ’49 de Grote Prijs Redon en in dat eerste jaar ook de al lang ter ziele zijnde semi-klassieker Dijon-Lyon. Hij won in 1946 ook nog een koers in Châteaulin en dat was het wel zo’n beetje. De reden waarom zijn naam bij oudere wielerliefhebbers nog wel een belletje doet rinkelen is het feit dat hij drie keer aan de Tour de France deelnam, daarin twee etappes won en respectievelijk zevende, elfde en dertiende werd. Dan ben je een behoorlijke renner geweest. In 1948 droeg hij twee dagen het geel. Hij veroverde dat kleinood in de vierde etappe van Nantes naar La Rochelle. Na de zesde rit moest hij de leiderstrui echter afstaan aan Louison Bobet, die hem acht dagen zou behouden tot de uiteindelijke winnaar Gino Bartali het kleinood in de veertiende etappe definitief overnam. In de zeventiende rit liet Roger Lambrecht nog een keer van zich horen door de tijdrit over maar liefst 120 kilometer van Mülhouse naar Straatsburg te winnen. Voor de Pool Klabinsky en de Fransman Guy Lapébie, de jongere broer van de vooroorlogse Tourwinnaar Roger. Klabinsky was merkwaardig genoeg een ploeggenoot van Lambrecht. De in West-Vlaanderen geboren coureur was wel een Belg, maar hij woonde sinds 1940 in Frankrijk. Dat is misschien de reden waarom hij was ingedeeld bij de internationale ploeg met onder andere de Zwitserse gebroeders Aeschlimann en Pierre Brambilla, een Italiaan die in Frankrijk woonde. Er was natuurlijk ook een Belgische ploeg met Ockers, Schotte en Impanis. Er was zelfs een ploeg Belgische jongeren met André Rosseel en Dolf Verschueren, de latere wereldkampioen stayeren. Maar Lambrecht zat dus bij de internationalen en werd in België waarschijnlijk niet helemaal voor vol aangezien. Een jaar later zat hij na zijn prestaties in 1948 …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 januari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6