CYCLING YEAR BOOK
door N.G. Henderson

“Engeland is geen groot wielerland, hoewel enkele Britse coureurs in de internationale wielergeschiedenis een opvallende rol hebben gespeeld. Denk bijvoorbeeld aan Reg Harris, Tom Simpson en Chris Boardman. Maar het waren er te weinig om van een echt wielerland met een grote traditie te spreken. De Britten hebben wel een wielertraditie op het gebied van tijdrijden, want time trials zijn aan de overkant van de Noordzee razend populair. Ze zijn zelfs zo gezichtsbepalend dat veel Engelse wielerliteratuur vanuit dat opzicht wordt bekeken en de continental classics vaak een mindere rol spelen dan Engelse tijdritten. Op de cover van dit boek staat een mooie foto. We zien Eddy Merckx in de gele trui in de Tour de France van 1970 bezig aan een indrukwekkende solo, met achter hem de auto van zijn ploegleider, de legendarische Lomme Driessens. Waarom die foto voor de cover is gekozen is niet duidelijk, want noch Merckx noch de Tour komen prominent in het boek voor. Ze figureren slechts in de uitslagen van de belangrijkste wedstrijden van het jaar 1970. De auteur – N.G. Henderson – over wie ik …
Lees meer...



We genieten deze week nog na van de fantastische wijze waarop Lars Boom afgelopen zondag de wereldtitel veldrijden behaalde. Geen moment uit de eerste rijen, beheerste hij de koers vanaf de eerste meter. Hij controleerde alles en sloeg in de allerlaatste ronde onverbiddelijk toe. Alsof hij al een jaar of dertig is en op het toppunt van zijn atletische vermogens. De Nederlandse crossgeschiedenis is nog niet zo oud, want pas in 1963 (45 jaar geleden) werd er voor de eerste keer een Nederlands kampioenschap georganiseerd. De eerste winnaar was de man die vandaag 69 jaar wordt. Huub Harings uit het Limburgse dorp Sibbe was de eerste Nederlandse veldrijder die internationaal met de top kon meekomen. Niet dat Huub een specialist was als Eric De Vlaeminck, Albert Van Damme, Renato Longo, Peter Frischknecht en Hermann Gretener. Nee, Huubke deed het er net als Roger De Vlaeminck en Rolf Wolfshohl gewoon bij, terwijl hij ... 
allemaal trouwe leden van de wielervereniging ARC Ulysses. Bij hem thuis kwamen alle wielrenners van Amsterdam over de vloer omdat zijn vader tubes repareerde. Zo raakte Hampie besmet met de wielerbacil. Hij was een heel goede amateur, die een van de vier musketiers was. Dat waren vier renners (Gerrit Voorting, Piet de Vries, Gerrit van Beek en Harm) die direct na de tweede wereldoorlog zo sterk waren dat ze het in de criteriums op een akkoordje gooiden en elkaar hielpen. Zo wonnen ze veel en ze verdeelden steeds de verdiensten, terwijl ze officieel niets met elkaar te maken hadden. Als prof kon Harm zijn belofte niet waar maken en een topper is hij dan ook niet geworden. Hij reed op de weg en op de baan en zelfs als stayer achter de motor. Hij reed ook elf zesdaagsen en hij was de koppelgenoot van Peter Post toen die in Chicago zijn eerste SIX won. Post won er daarna nog ... 
Nederlandse baankampioenschappen die toen altijd in de zomermaanden werden verreden op de betonnen piste van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Ze namen er destijds een heel weekend de tijd voor. ’s Zaterdags werden eindeloze series afgewerkt en een enkele finale in de amateurnummers. Het stadion was dan altijd maar gedeeltelijk gevuld. Op zondag was het aanzienlijk drukker, want dan waren de grote nummers aan de beurt. Er was jarenlang die finale sprint tussen Arie van Vliet en Jan Derksen en de middag werd altijd afgesloten met de stayersfinale over 100 kilometer. Op het podium stonden na afloop altijd Jan Pronk, Kees Bakker en Cor de Best. Ze eindigden ook meestal in die volgorde. Van 1948 tot en met 1952 was dat zo en alleen in 1949 was de uitslag iets anders. Toen was Bakker kampioen voor Pronk en De Best was alle keren derde. Er was meestal geen moer aan, want de drie draaiden plichtsbesef hun rondjes en er werd niet veel meer aangevallen als de posities eenmaal waren ingenomen. Ik herinner me Kees Bakker vanwege de ...
“Op 28 januari 1975 won Leo Duyndam voor de vierde opeenvolgende keer de Zesdaagse van Rotterdam. Driemaal won hij met René Pijnen, maar deze keer was Gerben Karstens zijn ploegmaat. Pijnen legde met Roy Schuiten beslag op de tweede plaats. Andere landgenoten in het deelnemersveld waren Gerrie Knetemann–Cees Stam (9e), Klaas Balk–Gerrie Fens (10e), Janus van Tol (11e) en Cees Priem (12e). Jan Zomer's Wieler Express 2007 had de in 1990 overleden Leo Duyndam als hoofdpersoon. ‘Op de baan wint hij in zijn eerste seizoen (1968) samen met Peter Post de Zesdaagse van Gent en groeit daarna uit tot een sensatie in de zesdaagsen. Het koppel Pijnen–Duyndam is tot op heden nog steeds legendarisch. In 1975 is ook zijn zesdaagseloopbaan vrijwel ten einde, hoewel hij samen met Gerben Karstens nog een opleving heeft en na een werkelijk gigantische strijd in dat jaar de Zesdaagse van Rotterdam wint. In 1976 valt het doek definitief en komt er een einde aan de achtjarige loopbaan van Leo als beroepsrenner. In totaal behaalde hij in deze acht jaar op de weg 50 overwinningen, reed hij 73 zesdaagsen en won er 16.’ En in hetzelfde nummer zegt Gerben Karstens over Leo Duyndam: ‘Leo reed graag met mij, want dan gebeurde er altijd wel iets’.
In het begin van de jaren vijftig was Haarlem een echte wielerstad. Haarlem en omstreken moet ik eigenlijk zeggen, want Heemstede, de Bollenstreek en het Kennemerland werden er gemakshalve ook bijgerekend. De beste ‘Haarlemmers’ waren de gebroeders Voorting, de gebroeders Peters, Cor Bijster, Piet van Roon, Wim Rusman, Arend van ’t Hof en ook deze Piet Steenvoorden uit Heemstede. Ik heb hem vaak aan het werk gezien in de Amsterdamse straatrondjes en uit de getuigenissen van zijn tijdgenoten weet ik dat deze grote Piet (met schoenmaat 47) een beul van een renner was. In de vier jaar dat hij amateur was won hij twee klassiekers en het kampioenschap van Nederland op de weg. In 1959 werd hij Onafhankelijke, een al lang opgeheven categorie, waarmee je zowel bij de profs als bij de amateurs kon starten. Zo werd Piet in dat jaar 35e in de Ronde van Nederland voor profs en 2e in Olympia’s Tour voor amateurs. Hoewel hij – voor die tijd – best wel een aardige erelijst bij elkaar heeft gefietst is hij toch niet de renner geworden die velen in hem zagen. De beul die een heel peloton in de vernieling kon rijden. Dat komt wellicht omdat Piet mentaal niet zo’n kanjer was als fysiek. Je kon hem helemaal de put in praten, vertelde een collega-renner uit die tijd me eens. Dan reed hij het snot voor je ogen, maar als je dan tegen hem zei dat hij slechte benen had en dat kennelijk de grote vorm ontbrak, dan was het direct afgelopen met die krachtpatserij. Een mooi verhaal over een … 