Niels SCHEUNEMAN (1983, Nederland)
Het nieuws dat hij stopte met wielrennen kwam enkele maanden
geleden als een donderslag bij heldere hemel. Voor velen althans, maar de mensen die hem goed kennen zagen het al aankomen. Niels had de lust in het fietsen verloren na enkele mislukte seizoenen. Hij gold als een groot talent die drie medailles behaalde bij de wereldkampioenschappen. In 2001 behaalde hij als junior zilver in de wegwedstrijd en brons in de tijdrit. Twee jaar later voegde hij er als espoir nog een bronzen plak bij en wederom in het tijdrijden. Hij was er een uit de kraamkamer van de Rabobank, maar dat is niet altijd een garantie. Om tussen al dat talent een hoofdrol op te eisen valt niet altijd mee. Zeker voor Niels, wat dat is een bescheiden jongen die het moeilijk vindt om met een grote mond zijn plaats op te eisen. Hij probeerde de ratrace in 2004 te ontlopen door een contract te tekenen bij het Belgische Bodysol. Hij reed een paar goede wedstrijden, maar verpieterde al snel toen die ploeg fuseerde met het Spaanse Relax. Daar kreeg hij nauwelijks kansen. Rabobank heeft de naam verloren zonen weer op te nemen als ze de overtuiging hebben dat ze niet veel met een overstap zijn opgeschoten. Hij kreeg een plaats in de ProTour-ploeg maar ook dat werd geen succes. Hij mocht op voorspraak van Adri van Houwelingen mee naar de Vuelta, maar daar brak hij bij een val een middenhandsbeentje. Toen de bank hem geen contract meer aanbood, kwam hij dit jaar bij Unibet terecht. Toen deze ProTour-ploeg van de meeste startgelegenheid werd beroofd, was het weer voornamelijk thuiszitten voor de lange Groninger. Aan het eind van weer een verloren seizoen besloot hij dat dit geen zin heeft en hij zich beter op een toekomst buiten de wielrennerij kan concentreren. En zo wil hij verder met een fietsenwinkel. In Limburg, want dat is toch dé fietsprovincie van Nederland. Zijn beslissing geeft blijk van een goed verstand en omdat hij graag aan fietsen sleutelt zal het best wel goedkomen met zijn ambitie. En nou maar hopen dat hij zorgt voor een vierde ...





hij kon ook een knap stukje wielrennen. Het was voor hem vooral een middel om de zomer door te komen, maar het sportleven begon voor hem pas echt goed als de vorst over de boerenkool was gegaan en hij zijn schaatsen kon aantrekken. Toch was hij als coureur heel wat mans, want hij won als amateurrenner meer dan vijftig koersen. Zijn mooiste overwinning was die in het kampioenschap van Nederland op de weg in 1973 voor amateurs. Hij mocht starten vanwege zijn reputatie, maar hij reed als individueel. Dus zonder sponsor. Favoriet voor de titel was natuurlijk zijn clubgenoot van wielervereniging De IJsselstreek Fedor den Hertog, destijds de beste amateur van Nederland en de hele wereld. Ook ene Gerrie Knetemann uit Amsterdam gooide hoge ogen in de voorbeschouwingen, waarin niemand de Keizer van het Kerkdorp enige kans toedichtte. Maar Dries van Wijhe kwam, zag en overwon en Fedor en De Kneet hadden het nakijken. Ondanks dit vertoon van macht was hij niet geïnteresseerd in een profbestaan, want het schaatsen was zijn eerste en grootste liefde. Tot op (voor een sportman) hoge leeftijd is hij het schaatsen trouw gebleven en hij bleef tot in zijn laatste wedstrijd een gevaarlijke klant. In 1978 liet hij zich op 33-jarige leeftijd toch nog strikken voor een profbestaan in de wielrennerij. Het was van korte duur, want na het behalen van enkele ereplaatsen in criteriums hield hij het voor gezien. Een vrolijke man, een kleurrijk figuur die het allemaal prima kon relativeren en er van genoot als hij zijn tegenstanders goed pijn kon doen. Op de fiets of op de schaats, dat kon hem niks schelen, hij demarreerde aan één stuk door tot het hele veld op apegapen stond. In een criterium lag hij eens volgens dat recept in gewonnen positie toen hij in de laatste ronde lek reed. Hij keek om zich heen, zag niets dat op een racekarretje leek en pakte toen de opoefiets van een bejaarde toeschouwster en kwam op dat vehikel als winnaar over de streep. Het kwam in alle kranten en Dries genoot. Toen hij bij een ... 
de beste amateurs van ons land. Dat mag je stellen omdat hij zowel in 1937 als in ’38 geselecteerd werd voor de Nederlandse ploeg voor het WK op de weg. En daar deed hij het lang niet gek, want in 1937 werd hij vierde in Kopenhagen en een jaar later was hij in Valkenburg derde achter de Zwitsers Knecht en Wagner. Daarmee was Joop Demmenie na Gerrit van de Berg in 1925 (3e) en Kees Pellenaars in 1934 (1e) de derde Nederlander die bij een WK op de weg voor amateurs het erepodium haalde. Hij moest toen nog twintig worden, maar hij vroeg voor 1939 een proflicentie aan. Er is altijd geschreven dat Jacques Hanegraaf de jongste prof ooit was, want die was op 1 januari 1981 21 jaar en 18 dagen. Demmenie was echter jonger, want op 1 januari 1939 was hij 21 jaar en 12 dagen. Maar wie ligt daar nog wakker van? In zijn eerste profjaar deed Demmenie het uitstekend, want hij won de semi-klassieker Brussel-Hozemont en hij werd tiende in de Ronde van Luxemburg. In de jaren daarna waren er nauwelijks nog prestaties, maar het was oorlog en voor renners was het toen bepaald niet makkelijk om aan wedstrijden deel te nemen. In 1944 vroeg hij geen licentie meer aan en hij leidde, volgens zijn neef Thom Demmenie een roerig leven. Hij was drie keer getrouwd en had ettelijke vriendinnen. Ook hield hij van grote auto’s en vakanties in zonnige oorden. Waar hij zijn geld mee verdiende was de familie niet duidelijk, maar hij had ... 
Maastricht een memorabele slotavond beleefde. Het was de allerlaatste officiële wedstrijd in de loopbaan van Joop Zoetemelk. Live op radio en televisie was het afscheid van de beste Nederlandse wielrenner aller tijden uitgebreid te volgen. Vandaar dat de Zesdaagse van Maastricht 1987 deze week mijn Zesdaagse van de Week is. In een bomvolle Eurohal in Maastricht zette Joop Zoetemelk om tien over twaalf (het was dus inmiddels 17 december) definitief een punt achter zijn glansrijke loopbaan. Hij wist zijn laatste wedstrijd niet winnend af te sluiten, want hij eindigde als derde, samen met zijn koppelgenoot Roman Hermann uit Liechtenstein. Winnaars waren Danny Clark en Tony Doyle. Het Australisch-Britse koppel had twee ronden voorsprong op Etienne De Wilde en Teun van Vliet (291 punten) die tweede werden, Zoetemelk en Hermann (274) werden derde en de Duitsers Diehl en Günther (201) vierde. In het deelnemersveld reed ook nog het koppel Bert Oosterbosch–Peter Pieters dat zevende werd. Op de foto gaan winnaar Danny Clark en Joop Zoetemelk hand in hand over de finish. Na deze zinderende koers was het lange tijd stil op zesdaagsegebied in Maastricht, want de liefhebbers moesten tot 2006 wachten alvorens er een vervolg kwam. Eenmalig helaas, zoals hierboven beschreven.
‘Leeuw van Vlaanderen’. Hij moet een geweldige renner zijn geweest en zijn wielertalent werd ontdekt door zijn eerste werkgever. Als twaalfjarig jongetje werkte hij als stoker in een alcoholfabriek. Voor de baas moest hij wel eens post wegbrengen op zijn gewone fiets. Hij deed dat zo snel, dat zijn patroon in hem een wielrenner zag, want Cyrieleke ad koersebêenn. Hij kreeg zelfs een koersfiets van zijn ontdekker, maar die kon hem toch geen blijvend werk garanderen. En zo kwam Cyrille op zijn 14e in de steenfabriek terecht. Dat was in Noord-Frankrijk, waar aan het begin van de negentiende eeuw veel Vlamingen de kost moesten verdienen omdat er in eigen land grote werkloosheid heerste. De jonge Van Hauwaert verdiende daar een loon dat net genoeg was om in leven te blijven, maar hij had zijn koersfiets en zijn koersbenen. In de weinige vrije uren die hem resten trainde en trainde hij en hij besloot in 1907 als individuele renner mee te doen aan Parijs-Roubaix, de grote koers in Noord-Frankrijk waar de gazetten vol van stonden. Alle grote renners van die tijd hadden de steun van hun sponsor en werden gegangmaakt, maar Van Hauwaert moest het zonder doen. Hij werd tweede en zijn naam was gevestigd. Met slechts twee reservebanden om zijn nek, twee eieren en een fles limonade in zijn koerstrui reed hij de koers die hij een jaar later zou winnen. In 1907 won hij wel Bordeaux-Parijs en in 1908 ook nog Milaan-San Remo. Het bijzondere was dat de fiets ook zijn enige vervoermiddel was. Ook om naar de wedstrijden te gaan en toen hij in Milaan van start ging had hij er al een fietstochtje van zo’n 1200 kilometer op zitten om na de koers weer vrolijk op huis aan te peddelen. Je kunt je dat nauwelijks meer voorstellen. Van Hauwaert reed tot 1915 en realiseerde een grootse palmares. Na zijn loopbaan werd hij rijwielfabrikant en het merk met zijn naam heeft lang bestaan. Een eeuw na zijn eerste grote overwinning kan gesteld worden dat Van Hauwaert geschiedkundig vooral een symbool is geweest. Hij leerde de Vlaming dat je niet bij de pakken moet neer zitten als je als een arme sloeber wordt geboren. De benen van ...