ad ad ad ad

Cees HAAST (1938, Nederland)

De allereerste Nederlandse profploeg die niet gesponsord werd door een rijwielfabriek of een fabrikant/leverancier van fietsonderdelen of accessoires, was Televizier. Dat was destijds een programmablad dat een strijd op leven en dood uitvocht met de omroepverenigingen over het publikatierecht van de programmagegevens van radio en TV. Televizier ging in 1964 in zee met de vermaarde Kees Pellenaars, de ploegleider die in de jaren vijftig zoveel successen had behaald in de Tour de France met mannen als Wim van Est en Wout Wagtmans. Dat was nog met landenteams, maar in het grote internationale profpeloton was men sinds het midden van de jaren vijftig overgestapt op de merkenformule. De Tour was zo’n beetje de laatste grote wedstrijd die in 1962 overstag ging en er deden sindsdien nog maar een paar Nederlanders mee die in buitenlandse dienst reden. Maar in 1964 was daar Televizier, een volledig Nederlandse ploeg met een mix van routine en jong talent. Van die jonge talenten was Ceesje Haast met voorsprong de meest opvallende. Het kleine manneke uit Rijsbergen kon namelijk klimmen, een vaardigheid die uiterst zeldzaam was bij Nederlandse coureurs. Hij kwam bovendien uit West-Brabant, ook toevallig de geboortegrond van D’n Pel en dat maakte Haast tot het lievelingetje van de meester. Waar hij ook ging, overal was er de beschermende hand van Pellenaars. Helaas niet in de koers, want daar moest Cees het alleen doen. Dat was jammer, want hij was nogal een pechvogel. Hij viel nog wel eens. Niet zomaar met een schrammetje, maar altijd op zijn kokosnoot en met veel bloed. Een beetje een Poulidor, die er ook altijd bij lag. Toch fietste Haastje een mooie erelijst bij elkaar met een 14e stek in de Tour, een 17e in de Giro en een 5e en een 8e plaats in de Vuelta. Na zijn loopbaan ging hij – meen ik – de wegenbouw in en bestierde hij op ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2007 0:00

ARNTZ, Marcel (1965, Nederland)
DILL-BUNDI, Robert (1958, Zwitserland)
JULICH, Bobby (1971, Verenigde Staten)
MAHÉ, André (1919, Frankrijk)
NORET, Jean (1909, overleden 11.11.1990, Frankrijk)
PASSERIEU, Georges (1885, overleden 05.05.1928, Frankrijk)
STRAATHOF, Jeroen (1972, Nederland)
VAN BONDT, Geert (1970, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 november 2007 0:00

Het uitroepteken boven de kop van dit stukje kan wel achterwege blijven, want er was niet veel te beleven. Op de fiets althans. De zesdaagsemannen verkasten van München naar Gent en Stam-Slippens (foto) zijn nog niet op hun oude niveau. Er is van de week ook een nieuwe zesdaagse aangekondigd en daarvoor is ook het koppel Knaven-Van Bon gecontracteerd. Twee van origine baanrenners die na een lange en succesvolle carrière als wegrenner terugkeren naar hun roots. In het veld voelt superkampioen Sven Nys de hete adem van Lars Boom steeds nadrukkelijker in zijn nek, maar ik denk dat Boom nu eens moet gaan kiezen. Van twee wallen eten is voor dit supertalent natuurlijk aantrekkelijk, maar als hij in beide disciplines de top ‘net niet’ haalt, dan gaat hij daar later zeker spijt van krijgen. We merken het wel. Het nieuws van de week was natuurlijk de persconferentie van Rabobank over de zaak Rasmussen. Het rapport Vogelzang laat aan duidelijkheid niets te raden over. De Deen heeft gelogen en de ploegleiding heeft ernstige fouten gemaakt. Ik had een diep …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2007 10:43

Emile GOSSELIN (1921, overleden 13.03.1982, België)

Naar de naam Emile heeft hij niet vaak geluisterd, want hij stond bekend als Milou. Hij was een Waal, maar hij werd in Leuven geboren. Hij was een sprinter die in die discipline zeven keer kampioen van België was. Het hadden meer keren kunnen zijn, maar in zijn eerste jaren als prof was Jef ‘Poeske’ Scherens nog actief en dat was misschien wel de beste sprinter die de wereld gekend heeft. Toen Poeske in 1951 zijn loopbaan beëindigde nam Milou het vaandel over en droeg het op zijn beurt in 1957 ongeschonden over aan Jos De Backer. Daar waar Scherens een topper was, die zeven keer wereldkampioen werd, daar waren Gosselin en De Backer slechts subtoppers. Gosselin heeft nooit het erepodium bij het WK bereikt en De Backer won twee keer brons. Misschien speelden de zenuwen Gosselin op de grote toernooien parten en was hij bij andere wedstrijden meer ontspannen. Hij won namelijk wel 35 keer een Grote Prijs, die in zijn tijd overal in Europa verreden werden en waar alle grote sprinters van de jaren veertig en vijftig aan de start verschenen. De enige internationale titel die hij veroverde was het Europees kampioenschap sprint in 1948. Na zijn loopbaan stak hij zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Dat was me wel een gast, die Jan Janssen. Sprinten in de Tour, dat kon-ie. Driemaal de groene trui, en in 1966 ging hij de Tour winnen. Die zomer gingen we met z’n vieren, net geslaagd voor ons eindexamen, maar prille knapen met de fiets naar Engeland. Kent, de Romeinse baden in Bath, de hangbrug van Isambard Brunel in Bristol, Snowdown, Ironbridge, Reading en natuurlijk de metropool Londen. Onderweg geen Pelforth maar wel Watney Red Barrell, de sponsor van Frans Verbeeck. Ook nergens ook maar een spoor van nieuws over wielrennen. Pas aan boord van de veerboot naar Oostende lazen we in een Belgische krant dat niet Janssen, maar Lucien Aimar op slinkse wijze de Tourzege voor Janssens neus had weggekaapt. We moesten nog twee jaar wachten. We zagen intussen ons idool ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 november 2007 10:00

CORNELISSE, Henk (1940, Nederland)
GAYANT, Martial (1962, Frankrijk)
JONG, Jan de (1944, Nederland)
MEER, Johan van der (1954, Nederland)
NEIRYNCKX, Kevin (1982, België)
VAN WIJNENDAELE, Karel (1882, overleden 20.12.1961, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 november 2007 0:00

VOLLE BAK
 

door Gerard Marlet

“Een interessant boek. De eerste van drie die in deze maanden over Michael Boogerd zal verschijnen. ‘Volle Bak’ is begin van deze maand uitgebracht door Het Sporthuis van De Arbeiderspers en het is geschreven door een voor mij volslagen onbekende auteur. Na enig gezoek op google weten we dat het om een 37-jarige historicus gaat die een bureau runt op het gebied van stedelijke en ruimtelijke economie, dat in opdracht van gemeenten allerlei onderzoeken uitvoert. Hij is daarnaast wielerliefhebber en slagerszoon, een combinatie die de wielersport in het verleden veel moois heeft gebracht. Het concept van het boek is volgens ons nog nooit eerder toegepast. Boogerd is de hoofdpersoon, maar we krijgen niet de indruk dat de auteur ooit oog in oog met de Hagenaar heeft gestaan. In dit boek staat namelijk zijn eigen beleving centraal. De relatie Boogerd/Marlet loopt via het medium televisie en de stem van het medium is die van DE COMMENTATOR. Dat is duidelijk Mart Smeets, maar die naam wordt geen enkele keer in het boek genoemd. Het Leitmotiv is Boogerd’s mooiste overwinning, die in de 16e etappe van de Tour de France van 2002, de koninginnerit naar La Plagne. Die etappe wordt van kilometer tot kilometer beschreven en de schrijver legt er al zijn gevoelens in. Het is zijn verslag en hoewel de uitslag al meer dan …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2007 10:00

Piet de JONGH (1934, Nederland)

Er is zelden een amateur naar de beroepsrangen overgestapt met betere geloofsbrieven dan Piet de Jongh. Ondanks het nadeel van de militaire dienst won deze renner uit Made in drie jaar tijd vijf amateurklassiekers. Bovendien werd hij in 1955 kampioen van Nederland bij de militairen. Hij ging er gezien zijn prestaties van uit dat Kees Pellenaars, de baas van de Locomotief-ploeg, wel belangstelling voor hem zou hebben, maar dat viel tegen. Er was echter nog een ploeg, die van Magneet en van Klaas Büchly, de baas van dat gezelschap, kreeg hij wel een aanbieding. Met die ploeg vertrok Piet de Jongh in de zomer van 1957 als 22-jarige naar de Dauphiné Liberé. Hij reed er geweldig en de debutant uit de lage landen eindigde als zevende in het eindklassement. Hij werd direct geselecteerd voor de Tourploeg van dat jaar en hij mocht tot zijn grote vreugde mee naar Nantes, waar dat jaar de Tour van start zou gaan. In de tiende etappe kwam hij zwaar ten val als gevolg van een klapband. Een rechtstreeks gevolg van de wijze waarop men toen met personeel om ging. De mekaniekers kregen kisten vol materiaal mee, dat meestal gratis ter beschikking werd gesteld door de fabrikanten en importeurs. Zelf gingen ze zonder betaling mee. En graag. Pellenaars had bedacht dat de mecanicièns het materiaal dat niet gebruikt werd, na afloop van de Tour mochten verkopen. Dat was hun inkomen en er werd dan ook geen nieuwe tube meer gelegd als de oude niet volledig versleten was. Zo ontstond die klapband en Piet de Jongh zat van onder tot boven onder de schaafwonden. Vol met pleisters zette hij door en hij bereikte als 33e Parijs. In de twee jaar die volgden maakte hij deel uit van de NeLux-ploeg, een gecombineerde Nederlands/Luxemburgse formatie met Charly Gaul als kopman. Hij deelde in de vreugde om de overwinning van de Engel, maar in 1959 was het een stuk minder. Pellenaars was intussen van het toneel verdwenen en eind 1959 zag Piet de Jongh – net 25 jaar oud – het niet meer zitten met zijn profcarrière. Als pas getrouwd man kon hij zijn gezinnetje maar nauwelijks onderhouden en het gesodemieter met doping begon hem steeds meer tegen te staan. De renners kregen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2007 0:00

Vincenzo NIBALI (1984, Italië)

Philip van de Ploeg is een grote fan van deze jonge Italiaanse coureur, die in Messina op Sicilië werd geboren en hij berichtte mij het volgende: “Vincenzo Nibali viel mij voor het eerst op tijdens de televisieuitzendingen van het WK tijdrit 2004 voor espoirs in Verona. Hij was daar in een spannende strijd om de zilveren plak gewikkeld met leeftijdgenoot Thomas Dekker. Dekker werd uiteindelijk tweede met viertiende van een seconde voorsprong op Nibali. Eerste werd de Sloveen Janez Brajkovic. Ik wist toen niet dat Nibali al in 2002 Italiaans kampioen bij de junioren was. Dat was voor mij reden om die jongen te gaan volgen, zeker toen bleek dat hij in 2005 voor het grote Fassa Bortolo ging rijden. Het werd een jaar van aanpassen want veel zagen wij nog niet van hem. Ik herinner mij hem wel nog in de aanval in de Ronde van Zwitserland waar hij een tweede plaats behaalde in een bergetappe. Als ik me goed herinner zou Nibali na het stoppen van Fassa Bortolo bij Ferretti blijven, maar toen die geen nieuwe sponsor vond, verkaste de jonge Siciliaan naar Liquigas. Zijn doorbraak kwam in 2006 met een hele serie goede resultaten in grote wedstrijden. Ik zag hem voor het eerst in levende lijve bij de ploegentijdrit in Eindhoven en dat was even schrikken. Mijn held bleek een onopvallende, kleine, frêle en kleurloze verschijning. Zijn eerste grote zege behaalde hij later dat jaar in de GP in Plouay, maar ook zijn eindklasseringen in de Eneco Tour (3e) en de Ronde van Polen (8e) waren goed. Op de finishfoto van Plouay herken ik het mannetje uit Eindhoven nauwelijks nog terug.
Inmiddels wordt Nibali in één adem genoemd met zijn landgenoten Riccardo Riccò en Giovanni Visconti. Alle drie zijn ze nog erg jong, maar zij hebben al genoeg gepresteerd om niet meer met het stempel van ‘groot talent’ te hoeven rond fietsen. Het voordeel van Nibali (door zijn fans Cannibali genoemd) is dat hij over een uitstekende tijdrit beschikt. Hij is in meer dan één opzicht te …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 november 2007 0:00

De zestiende etappe in de Tour de France van 1978 (St.Étienne-l’Alpe d’Huez) werd gewonnen door de Belg Michel Pollentier. Door zijn overwinning kreeg hij ook de gele trui om zijn schouders. Na afloop van de etappe moest hij naar de dopingcontrole. Tijdens het plassen bleek dat hij gebruikmaakte van een ingenieus systeem, waarbij hij ‘plaste’ met een condoom (een ‘peertje’ in het Vlaams) met daarin schone urine onder zijn oksel. Pollentier werd op heterdaad betrapt. De overwinning in de etappe ging naar Hennie Kuiper, de gele trui naar Joop Zoetemelk. Vanaf deze gedenkwaardige dag werd het sporters verplicht zich bij een dopingcontrole gedeeltelijk te ontkleden.

Tot over veertien dagen!”

Frans Stoele

(Tekening: © Danny Blom)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 november 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 Volgende »