ad ad ad ad

Hij deed een plas op het kleine groenstrookje naast de ingang van de racefietsenfabriek van Eddy Merckx; hij ravotte met de honden van Joop Zoetemelk; hij sliep een vredige slaap op de voeten van Gerrie Knetemann, nadat de Kneet hem een stukje worst had gegeven van slagerij Donker te Krommenie en hij werd bijna doodgeknuffeld door Lucien en Rita Van Impe. Mijn hond. Bogy!. Niet vernoemd naar Michael Boogerd, maar naar de favoriete filmacteur van mijn vrouw en mij: Humphrey Bogart, een van de helden uit onze jeugd. Bogy was twaalf jaar lang mijn kameraad. Hij ging altijd met me mee, sliep naast m’n bureau en sprak me nooit tegen als ik hele verhalen aan hem vertelde, thuis of in de auto. Bogy is niet meer. Zondagmiddag hebben we nog een uur met hem in het bos gewandeld en maandagavond kwam al zijn eten eruit. Ook het opgeslobberde water werd opgegeven en de volgende dag was hij ziek, doodziek. Woensdagmorgen gingen we met hem naar de dierenarts en binnen enkele uren werd duidelijk dat onze levensgezel geen …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 november 2007 10:00

BUGDAHL, Klaus (1934, Duitsland)
CARDENAS RAVALO, Felix (1972, Colombia)
DENSON, Vic (1935, Groot Brittannië)
HALLAM, Ian (1948, Groot Brittannië)
MAK, Ger (1953, overleden januari 1985, Nederland)
NEUVILLE, François (1912, overleden 12.04.1986, België)
SANCHEZ GIL, Luis Leon (1983, Spanje)
SLABBEKOORN, Richard (1980, Nederland)
TRENTIN, Guido (1975, Italië)
ZIEGLER, Thomas (1980, Duitsland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 november 2007 0:00

 
© Otto Beaujon

“Janssen was nog eenmaal in absolute topvorm te bewonderen in de editie van Parijs-Roubaix, die door zijn ploeggenoot Roger Rosiers werd gewonnen. De TV was inmiddels in kleur en Janssen in het oranje van BIC. Hij mocht met opgeheven hoofd afhaken midden in het Merckx-tijdperk, hij had zijn sporen verdiend. Toen Janssen fietsen ging maken, schreef ik een brief naar Putte-Kapellen, en Cora stuurde een brief terug, met een balhoofdplaatje voor mijn collectie: het Tourtijdrit-plaatje in regenboogkleuren. En ik wilde eigenlijk ook een Jan Janssen fiets. Als arme student kwam ik niet verder dan etalages kijken en Campagnolo-brochures doorbladeren. Moest het een nieuwe Jan Janssen zijn? Die was peperduur. Omdat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 november 2007 10:00

André ROSSEEL (1924, overleden 08.12.1965, België)

Een van de beste Belgische renners uit het begin van de jaren vijftig. En toen wemelde het bij onze zuiderburen van de sterke coureurs. Sylvère Maes, de ploegleider van de Belgische ploeg voor de Tour de France en voor het WK had er het elk jaar moeilijk mee. Twee keer was André Rosseel in de Tour van de partij en zowel in 1951 als in 1952 won hij twee etappes. De bergen waren zijn terrein niet vanwege zijn zware gestalte, maar op het vlakke was hij in zijn element. Hij was een rappe en een linkebal die ook vaak won als hij niet de snelste was. Zijn mooiste overwinning was de klassieker Gent-Wevelgem in 1951 voor zijn landgenoten Jonkheere en Van Brabant. Vanaf de openingseditie in 1934 tot en met de uitgave van 1952 kende Gent-Wevelgem steeds een volledig Belgisch podium. In 1953 was Wim van Est de eerste niet-Belg die op het schavot stond. Weliswaar niet als eerste maar als tweede, in hetzelfde jaar dat hij als eerste Nederlander de Ronde van Vlaanderen won. Een jaar later was de Zwitser Rolf Graf de eerste niet-Belg die Gent-Wevelgem zou winnen. André Rosseel won voorts nog twee maal Dwars door België in 1948 en ’50. Hij was de jongste van vier fietsende broers en de meest succesvolle, hoewel zijn …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 november 2007 0:00

Johnny SCHLECK (1942, Luxemburg)

Over erfelijkheid in de wielersport kun je geen zinnig woord zeggen. Eddy Merckx was misschien wel de meest dominante kopman die er ooit was, maar zoon Axel werd niet meer dan een knecht met enkele mooie uitschieters. Met de kinderen van Johnny Schleck is het precies omgekeerd. Johnny was een meesterknecht, een hele goede domestique uit de tijd van Jan Janssen. Zijn twee zoons Frank en Andy lijken zich echter te gaan ontpoppen tot kopmannen, zo ze dat al niet zijn. Vooral Andy is een groot talent die op termijn een Tour of een andere grote ronde kan winnen. ‘Kan’, want in de wielrennerij is voorspellen zoiets als koorddansen zonder vangnet. Hoe het ook zij, Johnny Schleck uit het Luxemburgse Assel was een heel goede wielrenner die zijn kwaliteiten het liefst inzette voor zijn kopman. Dat was een aantal jaren lang Jan Janssen bij de Franse Pelforth-ploeg. Maar die Schleck kon zelf ook wel wat. Hij was twee keer kampioen van zijn land en hij reed acht keer de Tour de France en vijf keer de Ronde van Spanje. Hij reed ze allemaal uit op de Tour van 1968 na toen hij deel uitmaakte van een als los zand aan elkaar hangende Zwitsers/Luxemburgse ploeg, van wie alleen de Zwitsers Spühler en Brand Parijs haalden. Zijn beste prestatie was een 19e plaats in de Tour van 1970 en in de Vuelta werd hij drie keer 26e. In 1970 won hij bovendien een etappe in de Spaanse ronde, evenals in de ronde van zijn land. Dat was in 1967 en verder heeft hij niet veel gewonnen. Frank en Andy zullen daarom niet de geschiedenis ingaan als de zonen van, maar Johnny is nu al gedoemd de vader te zijn van. Hij zal er niet mee zitten, want hij is ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 november 2007 0:00

© Henk Theuns

“Deze welgedane meneer met zijn oranje truitje is Martin Venix, gepensioneerd wielrenner en gepassioneerd keukenverkoper. Geboren in Tilburg, getogen in Rotterdam, maar al een mensenleeftijd woonachtig in Zevenbergen. Martin was twee keer wereldkampioen stayeren bij de profs. In 1979 en 1982. In het boek ‘Wielerhelden van Oranje’, dat in 2003 verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de KNWU, vertelt hij over dat vak. Als ik het zo lees, is het een verdomd moeilijk vak. Alleen het kiezen van de juiste versnelling is al een kwestie van veel ervaring, want dat is op iedere baan anders. Dan het rijden aan de rol. Dat ging bij Martin in het begin nog al eens mis. Gebrek aan concentratie, oordeelde de toenmalige bondscoach van de stayers en Martin ging op yoga. Waarom deed-ie het allemaal? Niet voor het geld, want van het stayeren werd je niet rijk. Maar met mooie uitslagen achter de motor, verdiende je contracten voor de zesdaagsen. Martin reed er iedere winter een stuk of tien à twaalf en als het seizoen erop zat, dan lag-ie drie weken op z’n bed. Zo had-ie moeten …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 november 2007 10:00

Piet van AS (1925, overleden 13.06.2001, Nederland)

Deze coureur uit Roosendaal reed maar liefst zestien seizoenen bij de beroepsrenners. In al die jaren reed hij bijna alleen maar criteriums en kermiskoersen. Daar was hij heel bedreven in, want met zijn koersinzicht en sprintvermogen reed hij bijna altijd prijs. En door onderweg ook de nodige premies mee te pikken, maakte hij het armoedige coureursbestaan van destijds lonend. Elf keer ging hij als winnaar over de meet en verder behaalde hij tientallen ereplaatsen. Hij reed ook een paar keer de Ronde van Nederland, maar Tours en Giro’s komen niet in zijn boekje voor. Piet van As stond bij zijn collega’s van toen bekend als een zuinig man, die het zuurverdiende geld niet over de balk smeet. Dat deden de meeste van zijn collega’s ook niet, maar Piet hield netto altijd iets meer over. Zo was hij met vlijtig sparen een van de eerste coureurs van zijn generatie die over een auto beschikte. Daar ging hij mee naar de koersen toe en om geld uit te sparen, nam hij altijd een paar collega’s mee. Die betaalden dan hun aandeel in de benzine en zo werd het autorijden weer iets goedkoper. Nu had Piet van een garagehouder vernomen dat hij nog op de benzine kon besparen door langzaam te rijden. Zestig, zeventig kilometer per uur was de beste snelheid en dan in z’n vier, dat scheelde liters brandstof, hield hij zijn collega’s keer op keer voor. Die waren daar niet altijd blij mee, want ze waren meestal met de trein naar Roosendaal gekomen om met Piet mee te rijden. En door dat langzame rijden ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 november 2007 0:00

“0p 1 november vierde ik mijn vijftigste verjaardag, een mijlpaal zo te zeggen. Die avond thuisgekomen draaide ik het schutblad van de kalender naar november en ik zag op de laatste dag van de maand een notitie staan dat dit de slotdag zou zijn van de Flandria tentoonstelling in het Belgische Roeselare. Die zaterdag daarop gaf ik me zelf een extra presentje door om zeven uur ’s ochtends in de auto te stappen op weg naar het fietsmuseum, waar ik op het Polenplein om tien over half tien de auto voor het museum parkeerde. Ik las dat het van tien tot twaalf uur en van half twee tot vijf geopend zou zijn. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik de eerste klant van conservator Freddy Maertens zou zijn en ik verheugde me op de Flandria relikwieën, gelijk een paus in het voorportaal van de Sint Pieter. Ik had dan wel geen kalotje op, maar de natuur heeft na een halve eeuw ook zijn werk gedaan. Ik kan met mijn kransje zo het klooster in.
Het fietsmerk Flandria heeft in de periode van 1959 tot en met 1979 een onuitwisbaar spoor nagelaten. Oneerbiedig gezegd hebben ze in die jaren 429 professionals versleten, waaronder Nederlandse klasbakken als Post, Zoetemelk en Janssen.
Naar aanleiding van deze tentoonstelling is er een prachtig boekwerk verschenen van de hand van Mark Van Hamme, uitgegeven door De Eeclonaar. De foto die u hier ziet is van enkele jaren geleden, waarbij ik Freddy vroeg of dit een officieel door hem gedragen shirt met handtekening was en tot mijn genoegen heeft hij dat volmondig beaamd. In de plastic tas waar het Flandria boek in zat, was Freddy zo vriendelijk een bidon van Assos weg te steken, zoals hij dat op z’n Vlaams zegt. Hij deelde mee dat hij voor dit Zwitserse merk als importeur voor België gewerkt heeft en dat dit een presentje was. De A van Assos deed bij mij een belletje rinkelen. Het onverslijtbare …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2007 10:00

Adrie WOUTERS (1946, Nederland)

‘Adrie Wouters reed slechts één seizoen in de profrangen mee. In de ploeg van Caballero onder ploegleider Gerard Peters nam hij in 1970 deel aan de Tour de France. Het was te zwaar voor de man uit Zundert, in de vierde rit kwam hij na het sluiten van de tijdcontrole binnen en werd uit de strijd genomen.’ Dit is alle tekst die ik tot voor kort over Adri Wouters heb kunnen vinden. Het staat in het boek ‘Nederlandse renners in de Tour de France’ van Wim van Eyle. Dit jaar kwam het boek ‘West-Brabantse Tourrenners’ uit en daarin heb ik veel meer informatie over Adrie Wouters gevonden. Het beëindigen van zijn profcarrière hield in 1971 direct verband met zijn trouwplannen. Hij kreeg een aanbieding van Kees Pellenaars om voor diens nieuwe Goudsmit-Hoff-ploeg te komen rijden à raison van negentig gulden per week. In verband met zijn op handen zijnde huwelijksplannen vond Wouters dat veel te weinig en hij deelde dat aan D’n Pel mee. Die reageerde met: ‘Dan trouwde toch nie’, maar dat was Adrie niet van plan en hij beëindigde zijn wielercarrière voorgoed. In de rest van het hoofdstuk dat over Adrie gaat, lees ik dat hij een zeer goede amateur was, die in het voorjaar van 1970 veertien overwinningen behaalde. In de maand juni tekende hij bij Caballero voor een jaarsalaris van vijfduizend gulden. Hij debuteerde als prof in de Dauphiné Liberé en hij deed zijn knechtenwerk zo goed dat Gé Peters hem selecteerde voor de Tour. In die vierde rit raakte hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2007 0:00

“De Nederlandse kampioenen op de weg bij de profs en de amateurs, Johan van der Velde en Jac van Meer, hebben op 16 november 1980 in een veldrit over 22 kilometer in Hoogerheide om de eerste plaats gestreden. Van der Velde won uiteindelijk met een halve minuut voorsprong. Het was trouwens een weekend met ontzettend veel veldritten in Nederland. Een paar winnaars: Gerard Scheffer (voor Hans Boom) in Nijverdal, Herman Snoeijink in Doetinchem, Frank van Bakel werd Noord-Brabants kampioen in Son en Breugel, Kees van der Wereld werd in Nieuwkoop Noord-Hollands kampioen.

Leo van Vliet stopte halverwege het seizoen 1981 met wielrennen, maar op 19 november van dat jaar maakte hij bekend dat hij op 11 december zijn rentree zou maken in de Zesdaagse van Maastricht. Daarin zou hij gekoppeld worden aan Cees Priem. Van Vliet, bij zijn geboorte voorzien van een paar prachtige doopnamen (Leonardus Quirinus Machutus) vierde afgelopen donderdag zijn 52e verjaardag. Na de Zesdaagse van Maastricht, waarin hij achtste en voorlaatste werd met 19 ronden achterstand op het koppel Pijnen-Wijnands, zette hij zijn professionele wielerleven nog een paar jaar voort. Nog twee jaar bij TI-Raleigh, waarna hij in 1984 met Jan Raas mee ging naar Kwantum. Eind 1986 hing hij de fiets voorgoed aan de wilgen. Leo van Vliet reed vier keer de Tour de France uit en won in 1983 de klassieker Gent-Wevelgem. Tegenwoordig is hij onder meer werkzaam als wedstrijdleider/organisator van de Amstel Gold Race. Op bijgaande foto, gemaakt in juli 2007, is hij te zien met de op dit moment in een lastig parket verkerende Rabobank-ploegleider Erik Breukink.

Op 19 november 1984 won René Pijnen met de Italiaan Francesco Moser de Zesdaagse van Parijs. Op zich niet zo bijzonder, want Pijnen won natuurlijk wel vaker ware het niet dat het zijn …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 Volgende »