Cor BAKKER (1918, Nederland)
Hij wordt vandaag 89 jaar en daarmee behoort hij tot de lichting wielrenners die nog met grootheden als Fausto Coppi, Gino Bartali, Louison Bobet, Rik Van Steenbergen, Briek Schotte, Gerrit Schulte, Fiel Middelkamp en Stan Ockers heeft gekoerst. Die zijn allemaal overleden, maar Cor Bakker is springlevend. Zaankanter in hart en nieren, die nog steeds aan de boorden van de Zaan woont met zijn vrouw Sonja, de rennersvrouw van lang geleden die er destijds helemaal alleen voor stond als Cor door Europa zwierf om het geld te verdienen voor de Bakkertjes thuis. Hij reed overal waar wat te verdienen was en dat was in die tijd een hele opgave. Sonja Bakker hoefde niet te sonjabakkeren om het gezin slank te houden. Dat lukte zonder ook wel. Hij reed op de weg en op de baan. In Duitsland stond het koppel Bakker-Lakeman in formaat chocoladeletter op de affiches, want het zorgde altijd voor spektakel en amusement. Het spektakel kwam van Cor die onvermoeibaar in de jachten dook en tot het spreekwoordelijke gaatje ging. Lakeman zorgde als verdienstelijk zanger voor het amusement door enkele malen per avond als operettetenor op te treden. Cor Bakker startte in 1948 een maal in de Tour de France, een ervaring waar hij nog graag over vertelt. Hilarische verhalen over hoe het er toen aan toeging. Anekdotes over barre omstandigheden die door de tijd inmiddels zijn overgoten met een saus van romantiek. Leuk om ze nu te vertellen, maar schrijnend om ze destijds beleefd te hebben. Het zuur is echter vergeten en het zoet van de herinnering overheerst. Ik zie hem nog wel eens schuiven, bij de zesdaagse of bij het wielergala in Den Bosch. Op zoek naar vrienden van toen, maar het worden er elk jaar minder. Dat is de tragiek van de bejaarde coureur. Ze gaan niet dood, they just fade away. (Foto: archief Wim van Eyle)




“De befaamde wielermicrofonist Rinie Hermse uit Tiel heeft afgelopen zaterdag 29 september afscheid genomen tijdens de internationale openingsveldrit van Harderwijk. De 73-jarige Hermse kondigde aan het begin van dit seizoen aan een punt te willen zetten achter zijn imposante carrière.
verhaaltje omdat ik die foto zo mooi vind. Een vrolijke man, zo te zien, met een zomers wit petje. Ik kwam zijn naam tegen toen ik – als vriendendienst – een paar jaar geleden een klusje deed voor de sympathieke Rotterdamse wielervereniging RRC De Pedaalridders. Daar loopt een bewon- derenswaardige man rond, die eigenlijk de hele vereniging op zijn nek torst. Op dat soort mensen drijft het hele Nederlandse verenigingsleven. Hij heet Herman Pruisken en hij houdt zich daar officieel bezig met de jeugd, maar hij is officieus overal bij betrokken. Er is een aantal jaren geleden brand geweest in het clubhuis in de Spaanse Polder. De schade is al lang geleden hersteld, maar je kunt niet alles herstellen. De historie van de vereniging in knipsels en foto’s is niet te herstellen. Daarom vroeg Herman mij of ik het een en ander van het roemrijk verleden kon reconstrueren. Veel verder dan een tiental rennersnamen, die ooit als renner iets hebben betekend, ben ik niet gekomen en daar was deze Flip Vethaak (prachtige naam overigens) er één van. Net als Gaby Minneboo, Arie den Hartog, Piet de Vries en André van Middelkoop om de bekendste even te releveren. Vethaak was voor en tijdens de tweede wereldoorlog en ook nog daarna een degelijke beroepsrenner. In de oorlogsjaren zat hij als dwangarbeider in Duitsland, maar eenmaal teruggekomen vroeg hij weer een licentie aan. 1947 was zijn beste jaar met overwinningen in Eindhoven, Halsteren, Kampen en Zaandam. Twee jaar later stopte hij ermee en hij wijdde zijn verdere leven aan zijn café in Vlaardingen. Een vriendelijke man en een prettig mens, hoorde ik van mensen die hem hebben gekend. En waarom hij dat petje droeg? Geen idee, misschien had hij ook een terras. (Foto: archief Wim van Eyle)