ad ad ad ad

Pim BOSCH (1956, Nederland)

Rond 1980 behoorde Pim Bosch uit Gorinchem tot de beste amateurs van Nederland. Hij won in zijn carrière meer dan 75 koersen, waaronder vermaarde klassiekers als de Omloop van de Kempen en de Hel van het Mergelland en hij zat in de selecties van de KNWU. Een overstap naar de profs lag voor de hand, maar dat zag Pim niet zo zitten. Hij had een fulltimebaan bij de gemeente Gorinchem, waar hij zich in de economisch/juridische richting had ontwikkeld en later hoofd werd van de afdeling ruimtelijke en economische ontwikkeling. Met bloedend hart stopte hij met wielrennen om een glanzende carrière in ambtelijke dienst en later in het bedrijfsleven te realiseren. Hij is nu directeur bij de vastgoedpoot van het bouwconcern Heijmans. Spijt heeft hij niet van zijn keuze, maar hij is nog wel voor honderd procent wielerman. Hij volgt het allemaal op de voet en hij is er emotioneel zeer bij betrokken. De sfeer kan hij niet missen en zo was hij jarenlang bestuurslid van zijn wielervereniging Jan van Arckel en organisator van de Omloop van de Alblasserwaard. Helaas vergt zijn huidige baan zoveel tijd dat het hem niet meer lukt om actief bij de wielersport betrokken te zijn. Wel zit hij nog zoveel mogelijk op de racefiets en geniet hij van het fietsen. Het is zijn leven en hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 oktober 2007 0:00

Dit is een wekelijkse verzameling van uitspraken van wielrenners, journalisten of bij de wielersport betrokken mensen die in diverse media zijn gehoord of gelezen. Een interactieve rubriek, want ik kan in mijn eentje niet alles zien, horen en lezen. Als je een leuke uitspraak in de media tegenkomt, geef die dan door op fred@slogblog.nl met vermelding van wie de uitspraak is, waar die is uitgesproken of gepubliceerd en de datum. Mits voldoende interessant zal die quote dan – met vermelding van je naam – op de slogblog worden gepubliceerd.

Genoteerd van 8 oktober tot en met 14 oktober 2007:

Favoriet

“Ook zonder Parijs-Tours wordt het seizoen 2007 er een dat ik nooit zal vergeten. Ik start daarom zonder stress maar wel met goede papieren.”

Gert Steegmans in Het Laatste Nieuws 12.10.2007

---

Rebellin

“Davide heeft me gezegd dat hij absoluut zijn carrière bij ons wil beëindigen.”

Hans-Michael Holczer, teammanager Gerolsteiner 12.10.2007

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 oktober 2007 10:00

Ludo DIERCKXSENS (1964, België)

Alleen die kop al. Die lach van oor tot oor, die kale knar, dat oorringetje en dan dat maffe helmpje op die kop, waar de Lampre-renners destijds mee reden. Ik vond het een prachtige man en een inspirerende coureur. Niet altijd even slim koersend, maar wel altijd geven, geven en nog eens geven. Meestal profiteerde hij er niet zelf van, maar hij had in ieder geval de koers boeiend en hard gemaakt. Hij had twee bijnamen: De Leeuw van Kasterlee en De Boemeltrein van Kasterlee. Die zijn op zijn minst raadselachtig. Ludo is geboren in Geel en hij is getogen in Vorst, waar zijn vader veldwachter was. De vergelijking met het mooiste roofdier gaat zeker niet op, want Ludo kon je allerminst sierlijk noemen en ook de vergelijking met een boemeltrein doet me de wenkbrauwen optrekken, want hij kon wel degelijk knoerhard fietsen. Vaak op de verkeerde momenten, maar wel oerend hard. Hij was jarenlang een goede liefhebber, die het helemaal niet zag zitten om zijn baan als spuitgast in de vrachtwagenfabriek van DAF op te geven voor het onzekere bestaan van broodrenner. Waarschijnlijk heeft hij op enig moment bedacht dat hij zich later verwijten zou maken als hij geen profrenner was geworden. Hij kon het in ieder geval proberen. Hij tekende als 30-jarige voor een klein ploegje en een jaar later voor een ander ploegje en toen weer voor het eerste ploegje. Maar zijn strijdlust viel op. Uren reed hij soms in de kijker van de televisie en daarom zagen ze bij Lotto wel brood in hem. Hij werd Belgisch kampioen in 1999 en in datzelfde jaar won hij een Touretappe. Hij kreeg een mooi contract bij Lampre en hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 oktober 2007 0:00

Eigenlijk slaat de titel van deze rubriek deze week nergens op, want er is nauwelijks iets opzienbarends gebeurd in ons roerige wielerwereldje. Het grote nieuws is natuurlijk dat Floyd Landis toch in beroep gaat tegen het vonnis dat over hem is uitgesproken. Betekent dat nu dat maandag de huldiging van Oscar Pereiro niet doorgaat? Dat zijn papieren overwinning weer op losse schroeven staat? Het doet herinneren aan de juridische zege van Menchov in de Vuelta van 2005. Toen vond Roberto Heras steeds weer een andere mogelijkheid om zijn uit- sluiting als winnaar aan te vechten. Diezelfde Heras was de afgelopen week in het nieuws omdat zijn schorsing er bijna opzit. Hij heeft serieuze plannen om in de wielersport terug te keren. Dat kan alleen niet bij een ProTour-ploeg, maar de ProContinentalen schijnen in de rij te staan om hem in te lijven. Dan zou het best eens kunnen zijn dat ‘hekwerkje’ ineens weer aan de start staat van de Tour of de Vuelta en dat is dan weer een nederlaag voor de UCI, dat dopingzondaren voor vier jaar van het hoogste niveau wil uitsluiten. We zullen het zien. Op de valreep van de week is er nog het bericht dat Thorwald Veneberg een kort geding heeft aangespannen tegen Rabobank. Hij moet daar weg en dat lijkt gezien zijn resultaten een normale gang van zaken. Maar zijn advocaat heeft bedacht dat op Thorwald de flexwet van toepassing is. Daarin is bepaald dat een werknemer die, 36 maanden of voor de duur van vier arbeidsovereenkomsten, voor een werkgever heeft gewerkt mag rekenen op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het erge is dat hij formeel nog gelijk heeft ook. Als de rechter dat ook vindt dan kan Rabobank pas over 36 jaar (als Veneberg 65 wordt) afscheid van de renner nemen. Het moet niet gekker worden. Verder is er veel media-aandacht voor …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 oktober 2007 10:00

John SCHLEBAUM (1898, overleden 28.01.1966, Nederland)

Zijn bijnaam was De Roetmop en dat doet vermoeden dat Johannes Wilhelm Lenart – zich noemende John – Schlebaum uit een ander werelddeel kwam. Maar dat was niet zo, want deze stayer uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw kwam gewoon uit de Amsterdamse Jordaan. Daar dreef zijn vader een kolenhandel en daar hielp John wel eens in mee. Vandaar, want roetmop was een scheldnaam voor een kolenboer, een beroep waarvan de vertegenwoordigers tot het straatbeeld van die tijd behoorden. Voor de rest van zijn tijd was hij wielrenner met als specialiteit het stayeren. Drie keer werd hij kampioen van Nederland en twee keer was hij tweede. In 1925 werd hij tweede achter Jan Snoek en in 1926 behaalde hij zijn eerste kampioenschap voor Cor Blekemolen en Snoek. In 1929 werd hij weer tweede, nu achter Frans Leddy om in 1930 zijn tweede kampioenschap binnen te halen. Dat was voor Tinus van der Wulp en Blekemolen. In 1932 behaalde hij zijn derde en laatste titel ditmaal voor Snoek en Blekemolen. In het WK was hij minder succesvol, want hij nam zes keer aan het wereldtoernooi deel, maar bereikte slechts twee maal de finale. Een zesde plaats in 1924 was zijn beste resultaat. Tussen zijn titels zitten steeds enkele jaren waarin hij geen of weinig uitslagen reed. Dit is waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat Schlebaum regelmatig last had van een zitvlakblessure, een euvel waar ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 oktober 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Als direct gevolg van de jarenlange sponsoring is Mercier heel lang een toonaangevend fietsenmerk in Frankrijk geweest. De productie lag in de jaren dertig tussen de 135 duizend en 150 duizend stuks per jaar. In de topjaren is dat zelfs opgelopen tot 220 duizend fietsen, terwijl het er momenteel nog maar zo’n zestigduizend zijn. De Mercier-fiets met dit plaatje hangt als een soort uithangbord aan het terras van een restaurant op l’Alpe d’Huez, waar hij zo stevig is vastgelast dat mogelijke souvenirjagers het niet eens in hun hoofd halen. De fiets stamt uit de periode dat l’Alpe d’Huez nog maar één maal aankomstplaats in de Tour was geweest. Dus na 1952 toen Fausto Coppi er als eerste won. De fiets had voor die tijd een onwaarschijnlijk klein binnenblad en een enorm pignon en de vermoedelijke reden hiervoor is dat de eigenaar er wellicht met enige regelmaat mee naar beneden en weer …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 oktober 2007 10:00

Paul DEPAEPE (1931, België)

Paul Depaepe is een geboren en getogen Antwerpenaar en in de tweede stad van België ligt op de grens met Merksem het sportpaleis. Dat oerlelijke gebouw dat nog steeds markant aan de ring ligt, heeft tegenwoordig geen betekenis meer voor de wielersport. In de jaren vijftig des te meer toen daar onder verantwoordelijkheid van matchmaker Theo Baelemans het ene na het andere spectaculaire wielerprogramma werd georganiseerd. Mannen als Van Steenbergen en Schulte waren er grootheden en vele jonge renners kregen er de kans om als abonnent hun kunsten te komen vertonen en er hopelijk een plaatsje te verwerven tussen de vedetten. De meeste van die jonge gasten werd de deur gewezen, want ze werden vooral beoordeeld op hun vermogen om supporters – liefst met bussen tegelijk - naar de betaalde rangen te lokken, want de schoorsteen moest ook in het sportpaleis en in huize Baelemans roken. Jongens uit Antwerpen zelf hadden dan ook een streepje voor, omdat de supporters gewoon met de stadsbus naar het sportpaleis kwamen. Zo kwam ook de naam van Polleke op de affiches. Hij was een echte jachtrijder en daarom kon Baelemans hem wel gebruiken voor het achtervolgingsnummer. In die discipline werd Depaepe dan ook twee keer kampioen van België. In de andere baandisciplines draaide hij vakbekwaam mee en hij was jarenlang een vaste waarde op de Europese winterbanen. Al snel besloot hij het ook achter de motor te proberen en dat werd zijn bestemming. In 1957 werd hij op de baan van Rocour in Luik wereldkampioen en hij werd nog drie keer tweede. In 1961 achter de Duitser Marsell, in 1962 achter het Spaanse fenomeen Timoner en in 1963 achter zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 oktober 2007 0:00

Willy MONTY (1939, België)

Deze Waalse renner uit de jaren zestig was een voorbeeldige knecht met de klasse van een kopman. Hij was allround en hij kon ondanks zijn redelijk forse gestalte goed de bergen op. Zijn twaalfde plaats in de Tour van 1967 bewijst dat hij zeker klasse had, maar hij was geen coureur die iets opeiste. Zo werd hij een uitstekende knecht van Jan Janssen in de Pelforth-ploeg. Jan is uiterst lovend over deze onvermoeibare domestique, want je hoefde Willy maar op kop van de groep te zetten, om een groepje uitlopers te achterhalen, om te weten dat het in orde kwam. Al duurde het honderd kilometer, hij bracht het peloton terug. Veel heeft hij niet gewonnen, maar hij was tevreden met zijn bestaan in de schaduw van de kopman. ‚s Avonds aan tafel zat hij dan na te genieten als de ploeg had gepresteerd en hij had daar zijn aandeel in geleverd. Dan zat hij stilletjes in een hoekje glimlachend te luisteren naar de sterke verhalen die de extraverte ploeggenoten over tafel smeten. Met een biertje, want Willy moest altijd een biertje hebben als de schuif erop zat. ‚Een vent uit duizenden, een soort Zilverberg’, weet Janssen nog. Helaas gaat het niet goed met de onbaatzuchtige inwoner van Feluy. Hij onderging enkele jaren geleden een hartoperatie en dat is niet helemaal goed gegaan. Het lopen kost hem de grootste moeite, maar dat verhinderde hem niet om dit jaar in de woonplaats van Jean-Marie Leblanc nog even op te duiken. Met de ploeg van toen en met een biertje. Hij krijgt vandaag een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 oktober 2007 0:00

Aanstaande maandag wordt een heuglijke dag in de geschiedenis van het Spaanse wielrennen. Op die dag zal Tourdirecteur Prudhomme in Madrid de gele trui over het hoofd trekken van Oscar Pereiro Sio, die sinds de veroordeling van Floyd Landis de officiële winnaar is van de Tour de France 2006. Vierhonderdnegenenveertig dagen na afloop van die Tour geschiedt volgens de dopingjagers alsnog gerechtigheid. Ver van de Champs Elysées en tienduizenden wielersupporters vieren enkele tientallen mensen een feestje. Dat er ook aan Pereiro een luchtje zit, daar hoor je niemand meer over. Moderne sportbeleving!
Vanmorgen mijmerde Pieter van den Hoogenband in zijn column in De Telegraaf over de dagen van Enith Brigitta, vermaard Nederlands zwemster uit de jaren zeventig, die een carillon aan zilveren en bronzen medailles bij elkaar zwom, maar de gouden altijd aan zo’n …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 oktober 2007 5:25

© Henk Theuns

“Sylvester (zeg maar Fester) Aarts was een beroepsrenner die je vanwege de alfabetisering vaak als eerste zag staan, maar die toch te boek stond als een ‘kleine renner’. Dat was in de tijd dat de criteriums het belangrijkste bestaansrecht waren voor tal van bescheiden coureurs. Ze reden geen Tour of Giro en ook geen grote klassiekers en de grote ploegleiders van toen als Post en Godefroot waren niet in ze geïnteresseerd. Sommige noemden dit soort coureurs programmavulling en dat vind ik altijd wat oneerbiedig. Het publiek zag in zijn tijd graag een Raas of een Zoetemelk winnen, want daar was het voor gekomen. Maar zouden ze ook zijn gekomen als er alleen een handjevol vedetten rondreed? Nee natuurlijk niet, want de koers is een lang lint van kleurige truitjes dat op een bochtig parcours door een dorp of een stadsdeel zwiert. In een ambiance van harde muziek, patat en bier en de zoetige geur van massageolie. Daar …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 oktober 2007 3:30

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »