ad ad ad ad

© Henk Theuns

“Je hebt wereldkampioenen en wereldkampioenen. Enerzijds de echte vedetten zoals Merckx, Hinault en in een recenter verleden Cipollini, Boonen en natuurlijk regerend wereldkampioen Paolo Bettini. Maar er zijn ook wereldkampioenen geweest zonder vedettestatus die min of meer per ongeluk de regenboogtrui pakten. De bekendsten van die categorie zijn de Duitser Müller, van wie de meeste journalisten nog nooit hadden gehoord toen hij in 1952 wereldkampioen werd, en onze eigen Harm Ottenbros. Niet dat Harm een slechte renner was, maar de geboren Alkmaarder was bepaald geen vedette. Van Igor Astarloa, die in 2003 verrassend wereldkampioen werd, weet ik niet tot welke categorie hij behoort. Een goede renner, maar ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 10:00

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Ik mag me gelukkig prijzen de BSA baanfiets van Gerrit Bontekoe junior in bezit te hebben, samen met de complete prijzenkast van zijn vader Gerrit Bontekoe senior (1893-1962). Junior was een goede renner die net na de tweede wereldoorlog vooral op de baan uitblonk. Senior was een kleurrijk figuur die van 1917 tot 1930 beroepsrenner was. Een ernstige val in Amsterdam maakte een einde aan zijn wielerloopbaan. Senior was in die tijd met zijn vaste tandemmaat Willem van Duin schier onverslaanbaar. Spontaan kregen ze op de Scheveningse dwarslattenbaan de bijnaam ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’, met Bontekoe in de rol van de eerste. Toentertijd was ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’ de eerste regel van een populair revueliedje en dat werd hartstochtelijk gezongen als de twee Hagenaars de baan betraden. De baan van Scheveningen had een bijzondere constructie. De latten lagen niet in de lengterichting maar juist dwars, en dat zorgde voor een monotoon ratelend geluid als de renners er op reden. Gerrit Bontekoe senior komt ook meermalen voor in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 10:00

Magnus BACKSTEDT (1975, Zweden)

Hij is de onbetwiste reus van het huidige peloton, deze blonde Zweed die naar de 1 meter 90 piekt en een gewicht met zich meedraagt van 90 kilo. Hij moet het dus niet van klimmen hebben, maar van puur hardrijden en daarin is hij een kanjer. Zijn grootste triomf was zijn zege in Parijs-Roubaix 2004, de koers die eigenlijk een prooi voor Johan Museeuw of Peter Van Petegem had moeten worden. Vooral Museeuw was er op gebrand de Hel van het Noorden nog eens te winnen, want zijn afscheid stond al gepland. Hij had er zelfs groeihormonen voor genomen, zoals we sinds vorige week weten. De beide Belgen kregen echter materiaalpech en er bleven vier man op kop over. Een onverwacht viertal, van wie er niemand bij de favorieten stond genoteerd. De vandaag eveneens jarige Brit Roger Hammond, onze landgenoot Tristan Hoffman, de jonge Zwitser Fabian Cancellara en Magnus Backstedt uit Linköping. In een interview aan de vooravond van Parijs-Roubaix had de Zweed na zijn tweede plaats in Gent-Wevelgem zelfverzekerd laten weten dat hij naar Compiègne vertrok om Parijs-Roubaix te winnen, maar niemand nam dat serieus. Hij zelf ook niet echt, want hij reed voor het nietige Alessio en hoefde daardoor niet op veel steun te rekenen. Maar hij flikte het hem. De vier werkten goed samen om te voorkomen dat Museeuw en Van Petegem konden terugkeren en vochten het vervolgens met elkaar uit op de wielerbaan van Roubaix. Daar had Backstedt geen enkele moeite met zijn medevluchters. Het leverde hem niet alleen de kei op, maar ook een contract bij de Italiaanse ploeg Liquigas-Bianchi, nadat hij bij Crédit Agricole wat in de versukkeling was geraakt en hij zijn heil enkele jaren lang bij kleinere ploegen had moeten zoeken. Ook dit jaar zal hij weer in het lindegroen van die Italiaanse formatie aan de start staan. Wie weet wat de reus nog in petto heeft? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 0:00

Voor de historische zesdaagse blijven we deze keer in eigen land, want Rotterdam is in 1986 de plaats van handeling. Daar eindigde op 29 januari de 20e editie van de zesdaagse met een overwinning voor de Australiër Danny Clark en de Italiaanse vedette Francesco Moser (foto). De rest van de uitslag luidde: 2) Pijnen-Vanderaerden 3) Oosterbosch-Thurau 4) Elshof-Frank 5) Hermann-Knetemann 6) Dhaenens-De Wilde 7) Bondue-Kristen 8) Tourné-Leo van Vliet 9) Doyle-Teun van Vliet 10) Oersted-Pedersen 11) Vaarten-Vandenbroucke 12) Moorman-Pieters.
De geschiedenis van de zesdaagse van Rotterdam strekt zich in 25 edities uit over de jaren tussen 1936 en 2007 en dat betekent dat in het merendeel van de jaren er geen zesdaagse in Rotterdam was. Maar de keren dat er gekoerst werd, was het altijd boeiend en waren er winnaars met naam en faam. In totaal 23 renners hebben de Rotterdamse zesdaagse een of meerdere malen op hun erelijst geschreven. Zoals wel vaker is René Pijnen met 10 zeges recordhouder. Danny Clark won 7 maal, Patrick Sercu 6 maal, Leo Duyndam 4 maal, Peter Post 3 maal, het koppel Robert Slippens en Danny Stam 2 maal en dan nog 16 renners die elk eenmaal wonnen. Daaronder toppers als ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 10:00

KROON, Karsten (1976, Nederland)

Karsten vertrok aan het eind van 2005 met veel publiciteit bij de Rabobank-ploeg om zijn geluk bij CSC te beproeven. Met veel publiciteit, omdat de journalisten hoopten een stuk rancune te kunnen vastleggen. Die was er wat hem betreft niet, hoewel het wel duidelijk was dat hij het bij Rabobank wel gezien had. En dat kan natuurlijk gebeuren. Een jonge renner groeit als het goed is en merkt dan op een bepaalde dag dat zijn groei zo ver is dat hij in een finale meekan en zelfs kan winnen. Als dat inzicht niet strookt met het ploegbelang en je in kansrijke positie wordt teruggefloten, dan kan ik me voorstellen dat je naar andere wegen zoekt om je progressie te kunnen manifesteren. Zo kwam Karsten bij CSC terecht en die keus heb ik niet goed begrepen. Die ploeg is zo uitgebalanceerd met op iedere positie een toprenner, dat hij daar tegen hetzelfde probleem moest oplopen. Hoewel hij in zijn wedstrijden in alle finales van voren zat, is de grote overwinning – en daar hebben we het natuurlijk over – nog niet gekomen. Wat Kroon mijns inziens had moeten doen is financieel een stapje terug zetten en zich bijvoorbeeld bij Skil Shimano moeten melden. Met al die wildcards voor klassiekers en semi-klassiekers die de ploeg van Arend Scheppink in het voorjaar mocht rijden, had hij dan kunnen doen en laten wat hij wilde. Dan was het resultaat zijn beslissing geweest en had hij niemand iets kunnen verwijten of moeten bedanken. Met een grote overwinning op zak had hij dan ergens het absolute kopmanschap in zijn wedstrijden kunnen afdwingen. Jan Raas deed dat lang geleden door van Raleigh naar Frisol te verhuizen om daarna met twee onvervalste klassiekers op zak bij Post terug te keren om de plaats op te eisen, waarnaar hij eerder vergeefs had gesolliciteerd. Dat vraagt soms een financieel offer en dat moet je willen brengen. Een wielrenner is een ondernemer en die moet weten wanneer hij moet investeren om verdere groei mogelijk te maken. Benieuwd hoe het dit jaar met Kroon gaat? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 0:00

Gisteravond was er op France 2 een urenlange uitzending met de titel ‘La fête de la chanson Française’. Een hommage aan het Franse chanson door de jaren heen met de vertolkers ervan. Een stoet aan grootheden trok voorbij en mijn gedachten gingen terug naar de jaren zeventig en tachtig toen de chansons van Michel Sardou, Michel Delpech, Claude François, Eddy Mitchell, Hervé Vilard, Julien Clerc, Joe Dassin en Veronique Sanson bij de Tour hoorden, als fietsten zij zelf mee. De Tour dat is muziek en er was ieder jaar wel een grote hit, die drie weken lang met de coureurs meedaverde. Ook Radio Tour de France leverde ieder jaar een grote bijdrage, want muzieksamensteller Herman van der Velden is niet alleen een groot liefhebber van The Amazing Stroopwafels (FRANKKRIJKK), maar ook van het Franse chanson. ‘Reviens’ van Hervé Vilard (on va vivre la main dans la main) was jarenlang een soort herkenningsmelodie van het programma. De uitzending van gisteravond was pure nostalgie, te meer daar de helden en heldinnen van toen ‘óf niet meer leven óf heel ouwe koppies hebben gekregen. Wie met zijn tachtig jaar nog fier overeind stond als was hij een jonge god was Charles Aznavour. Ik heb de man en met hem Jacques Brel, Gilbert Becaud en Jean Ferrat lang geleden net zo bewonderd als de renners die in die tijd het beeld bepaalden: Jacques Anquetil, Rik Van Looy, Peter Post, Jan Janssen en Federico Bahamontes. Helaas is het Franse chanson door Hilversum verbannen. Het bestaat nog wel degelijk, maar het komt Nederland niet meer in. Reviens!!!

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 22:58

Ik was donderdag even bij Joop Zoetemelk. Het had te maken met de Campina Ronde van het Groene Hart op 25 maart a.s. en de Joop Zoetemelk Classic, de toerversie van de Groenehartronde die een dag eerder verreden wordt. Sinds ik Joop’s biografie heb geschreven hebben we de afspraak dat ik even bij hem langs kom als ik in de buurt ben. En dat gebeurt af en toe omdat ik goede vrienden daar in de buurt heb wonen waar we zo nu en dan een weekendje doorbrengen. Joop ontving ons met een bruinverbrande kop van een weekje Curaçao, met een gedekte tafel en een goed glas wijn en hij is in alle opzichten een echte Franzoos geworden. Communicatie vindt in dat land aan tafel plaats en Joop heeft die gewoonte enthousiast overgenomen. Misschien moeten al die journalisten die hem jaar na jaar hebben afgeschilderd als iemand die nooit een bek opendeed hem eens in een restaurant uitnodigen, een goed glas champagne inschenken en een mooie kaart voorleggen. Dan krijgen ze zeker een goed verhaal, mark my word.
In Joop’s huiskamer staan enkele loodzware ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 17:24

© Hans Middelveld

Dit was ook weer een mooi wielerprogramma op de zo betreurde wielerbaan van het Olympisch stadion. De aanleiding was de aankomst van de Ronde van Nederland 1957 en het affiche neemt vast een voorschot op de uitslag door de naam Wout Wagtmans met grotere letters te vermelden van die van Wim van Est, Rik Van Looy en Hein van Breenen. De uiteindelijke uitslag was echter 1. Van Looy 2. Van Est en 3. de Limburger Piet van de Brekel. Maar voor het zo ver was, werd eerst een interessant baanprogramma afgewerkt. Het internationale omnium werd gewonnen door Arie van Vliet voor de Fransman Roger Gaignard en de de in de afgelopen week zo veel gememoreerde Jan Derksen.
Hoofdmoot van de avond was een stayerswedstrijd om de Memoriam Koos Storm Prijs. Koos Storm was een stayer van voor de tweede wereldoorlog die op de baan van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 10:00

Léon van BON (1972, Nederland)

Ik heb het voorrecht met zijn vader in de werkgroep Pers & Promotie van de Campina Ronde van het Groene Hart te zitten en ik heb Hans van Bon de laatste maanden enigszins leren kennen. Als het ‘zo-vader-zo-zoon’ principe opgaat dan moet Léon een aardige vent zijn. Rustig en slim. Zo koerst hij ook. Nooit een onbewaakt ogenblik en hij kan een fantastische finale rijden. Hij is dit jaar teruggekeerd op het oude nest. Terug bij Rabobank waar hij tot de eerste lichting renners behoorde. Een klassiekerspecialist die ik persoonlijk vanaf de eerste rij aan het werk heb gezien in de Grote Prijs Wallonië. Hij werd er tweede achter ploeggenoot Patrick Jonker en voor een andere ploeggenoot Koos Moerenhout. De verschillende keren dat Léon in die finale contact met ploegleider Adri van Houwelingen (foto) had, overtuigde mij ervan dat hij de koers regelde, zoals Jan Raas dat vroeger bij Raleigh deed. Samen met Koos Moerenhout en Max van Heeswijk gaat Léon dit jaar voor de ervaring bij Rabobank zorgen, werd in de persberichten geschreven. Ik weet niet wat ik me daarbij voor moet stellen, want ik geloof niet dat Léon een type is dat nu al genoegen neemt met een rol op de achtergrond. Als een oude wijze kater die de jonkies in de koers aangeeft wanneer ze moeten gaan. Hij kan ze veel beter laten zien hoe scherp hij nog is en hoe fabelachtig zijn koersinzicht is. In de jaren dat hij bij Rabobank weg was heeft het aan grote overwinningen ontbroken. Behoudens dan het Nederlands kampioenschap in 2005, waar hij op een schitterende wijze de hele Rabo-ploeg er op legde. Zij koersten met hun numerieke overwicht niet slim, maar hij als eenling des te meer. En dan die demarrage. Als hij die nog in huis heeft dan kan de ploeg nog veel plezier aan deze wielerbejaarde beleven. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 0:00

2 3 4 5 6 7 8 Volgende »