ad ad ad ad

Maurice DE WAELE (1896, overleden, België)

Een metronoom is een handig apparaatje met een slinger dat op de rand van de piano de maat aangeeft voor een studerende pianist. Wie als wielrenner ‘metronoom’ als bijnaam krijgt moet wel het toonbeeld van regelmaat zijn. Dat was Maurice De Waele, de Vlaamse coureur die in 1929 de Tour de France won. Dit ondanks het feit dat hij in de Alpen enkele dagen last had van afschuwelijke maagkrampen. Hij startte vier keer in la Grande Boucle en hij eindigde als eerste, als tweede, als derde en als vijfde. De Waele was een typische ronderenner die verder geen grote wedstrijden op zijn naam heeft gebracht. Van de tien Belgen die één of meermalen de Tour op hun naam hebben geschreven, is hij waarschijnlijk de meest onbekende, want er staan geen anekdotes op zijn naam en hij is verder nauwelijks opgevallen. Hij was er, deed zijn ding en verder niks. Bij hem vergeleken is Joop Zoetemelk een flamboyante persoonlijkheid. In zijn geboortestreek hebben ze er alles aan gedaan om zijn imago wat op te poetsen. In zijn geboortedorp Lovendegem is tegen de muur van het café ‘Verzekering tegen de Dorst’ een koperen gedenkplaat bevestigd waarop de kop van De Waele in bas-reliëf is afgebeeld. Na zijn carrière begon De Waele in Maldegem een rijwielzaak en in die plaats is het voetbalstadion naar hem genoemd. Die twee feiten herinneren de Belgen aan een van hun beste zonen op d’n velo, over wie verder niets te melden is. Of toch? De Touroverwinning van Maurice De Waele had voor de Fransen een naar bijsmaakje. Nadat de Tour vanaf 1903 jarenlang het domein was geweest van Franse renners, namen de Vlamingen in 1912 de hegemonie over. Elf jaar kwamen de Fransen er door Belgische overwinningen niet aan te pas. Toen won Henri Pélissier, waarna de Franse renners er weer zes jaar niet aan te pas kwamen. Er werd in die tijd met ploegen gereden gesponsord door rijwielfabrikanten, maar de Belgen die in verschillende ploegen reden, hielpen in 1929 opvallend mee aan de overwinning van De Waele. Liever een concurrent dan een Fransman, was het parool en het gevolg was dat Henri Desgrange de merkenploegen afschafte en overstapte op landenploegen. Het werd een groot succes en de periode van 1930 tot en met 1939 leverde maar liefst vijf Franse overwinningen op. Ze hadden die plaquette voor De Waele eigenlijk in het kantoor van Desgrange moeten hangen. Verzekering tegen de Vlaamse Vorst. (archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 december 2006 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“In 1972 stopte Jan Janssen als actief wielrenner. Had hij in deze tijd geleefd dan zou hij met zijn palmares multi-miljonair zijn geweest. Maar in die tijd werd je nog niet rijk van de sport, zelfs Eddy Merckx moest na zijn carrière nog aan de slag. Kort na zijn afscheid kreeg Janssen een aanbod van de Belgische fietsenfabriek Flandria. Zij zouden racefietsen gaan maken met de merknaam ‘Jan Janssen’. Zij zouden voor een loods vol met fietsen zorgen en Janssen hoefde alleen maar de fietsenwinkels in Nederland af te gaan om de orders te noteren. De tijd was ideaal. Nederland was in de hoogconjunctuur van de jaren zestig in hoog tempo geautomobiliseerd en de fiets werd van vervoermiddel een middel om te recreëren. Door zijn eigen successen en die van Zoetemelk in de Tour de France was er daarom veel vraag naar racefietsen. Ook de autoloze zondagen in 1973 hielpen de vraag flink opvoeren. Janssen verkocht fietsen bij de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 december 2006 10:00

Rini WAGTMANS (1946, Nederland)

Ik dacht tot april van dit jaar dat ik wel zo ongeveer alles wist van Rini Wagtmans. Neef van Wout, zoon van Smokkel en buurman van Wim van Est. Goed, handig en gaminachtig wielrenner, geweldige daler en veel te vroeg gestopt wegens hartproblemen. Daarna een eminente bondscoach die veel jong talent de weg naar de top heeft gewezen. Ook nog een goed zakenman die in luttele jaren een wereldtent opzette. Een weldoener die mensen helpt als dat nodig is. En gewoon een fijn mens die als steun en toeverlaat Wim van Est in diens laatste schimmige jaren overal naar toesleepte. Uiterlijk vroeg oud geworden door de meerdere levens die hij heeft geleid.
Dat is rijkelijk veel informatie, maar toen ik in april zijn biografie kreeg toegestuurd en ik die in twee lange sessies had uitgelezen, bleek ik eigenlijk niets van Rini Wagtmans te hebben geweten. Wat een story, wat een leven. Met verbijstering heb ik het verhaal van zijn jeugd gelezen en daar hield ik vreemd genoeg een positief gevoel aan over. Alle ellende die de laatste jaren naar buiten komt over kindermishandeling, misbruik van en zelfs moord op kinderen doet je soms huiveren. Hoewel het merendeel van de ouders hun kinderen liefdevol en goed opvoedt, is er toch een behoorlijke groep die dat niet doet en zwaar tekortschiet. De kinderen die daar het slachtoffer van zijn, missen daardoor veel kansen in het leven. Het verhaal van Wagtmans leert niet alleen dat dat soort situaties van alle tijden is, maar ook dat je daar niet per se een crimineel of een slecht mens van hoeft te worden. Rini is een sieraad voor de mensheid en een voorbeeld voor alle mensen die in hun jeugd liefde, warmte en genegenheid hebben moeten ontberen. Ik ben er echter ook van overtuigd dat de wielersport in zijn leven een belangrijke corrigerende rol heeft gespeeld. Wielrenner is een hard beroep, maar ook een vak met regels en ongeschreven wetten. Daar moet je je aan houden, anders is je rol snel uitgespeeld. Als Rini niet voortijdig had moeten stoppen had hij zeker nog menig succes bereikt. Dat hij daar toe in staat zou zijn geweest, heeft hij in zijn latere leven meermalen bewezen. Rini, als je dit leest, van harte gefeliciteerd met je 60e verjaardag en wees zuinig op je zelf, zoals op die bloem in je tuin.
(Foto: © Guus de Jong)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 december 2006 0:00

“Het was verdraaid moeilijk een historische zesdaagse te vinden die eindigde op 25 december. 93 jaar moest ik terug in de tijd om er een te vinden. De tweede Zesdaagse van Brussel eindigde op eerste kerstdag 1913. Er stonden maar zes koppels in de uitslag en daarbij was geen enkele Nederlander. Omdat er in die tijd 6 x 24 uur aan één stuk werd gekoerst, waren er altijd veel uitvallers. De winnaars waren de Fransman Octave Lapize (foto) en de Belg René Vandenberghe. Lapize is de meest bekende van de twee. Hij won in 1910 de Ronde van Frankrijk en dat was tevens de enige keer dat hij de Tour beëindigde. In totaal won hij in zes deelnames zes etappes. Op zijn erelijst is het opmerkelijk dat hij drie keer op rij zowel Parijs-Roubaix won (1909-1910-1911), als Parijs-Brussel (1911-1912-1913) en het kampioenschap van Frankrijk (1911-1912-1913). In 1914 nam hij na het uitbreken van de eerste wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger dienst in het Franse leger en hij sneuvelde op 14 juli 1917 tijdens een luchtgevecht in Pont à Mousson. Op de piste bleef het, waar het de zesdaagse betreft, bij die ene in Brussel. Over René Vanderberghe is heel weinig informatie te vinden. Alleen zijn zege in de Ronde van België in 1911 en zijn overwinning met Lapize in de Zesdaagse van Brussel, zijn in de annalen bewaard gebleven.

Van de Zesdaagse van Brussel werden tussen 1912 en 1971 45 edities verreden. En al in 1914 hadden we een Nederlandse winnaar: John Stol (foto) gekoppeld aan de beroemde Belg Cyrille Vanhauwaert. Dat jaar werd Octave Lapize met zijn landgenoot Miquel tweede. Stol werd op 26 juli 1885 in Amsterdam geboren en hij was de eerste Nederlander die een zesdaagse won. Dat was in 1907 de Six van New York met de Duitser Walter Rütt. In totaal won hij zes zesdaagsen op slechts 19 starts. Naast de reeds gememoreerde zeges in Brussel en New York won hij drie keer in Berlijn en een keer in Frankfurt. Behoudens de zege in Brussel steeds met Walter Rütt als partner. Andere Nederlandse winnaars ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 december 2006 10:00

Jan LEGRAND (1936, Nederland)

Er wordt terecht gesteld dat het grote succes van Raleigh, vooral te danken was aan Peter Post en Jan Raas. Post zorgde voor een perfecte organisatie en Raas steeds voor een perfecte tactiek in de koers. De kwaliteit van Post als teammanager bleek vooral uit de mensen die hij om zich heen verzamelde met elk een specifieke taak. Peter Bonthuis zette de zaak administratief op poten, Ruud Bakker ging verder dan ver in de verzorging van de renners en Jan Legrand zorgde voor het materiaal. En vooral Legrand overschreed grenzen en hij kreeg van Post en van Raleigh alle ruimte om dat te doen. Mensen die Legrand in die periode goed hebben gekend, omschrijven de Amsterdammer als een materiaalvakman met de instelling van een kunstenaar. Hij was de eerste in zijn vakgebied die nauwkeurig studie maakte van de fietsen die bij de renners in gebruik waren en hij experimenteerde constant met de stand van de fietsen om de eenheid tussen renner en fiets zo optimaal mogelijk te maken. Aan het eind van ieder seizoen verliet hij zijn werkplaats in Amsterdam om in het Britse Ilkeston leiding te geven aan een team technici om zo’n zestig superieure fietsen te bouwen, die elk in een proefopstelling uitputtend getest werden op het vlak van torsie, frictie en wielophanging. Al in 1974 bouwde hij een fantastisch baanfietsje voor Roy Schuiten, waarmee die in Mexico het wereldrecord van Eddy Merckx heeft aangevallen. Schuiten is daar niet in geslaagd, maar dat lag zeker niet aan de fiets, want vijf jaar later reed Bertje Oosterbosch op diezelfde fiets naar het wereldkampioenschap achtervolging. Nauwelijks bekend is dat hij in Mexico aan kwam zetten met de eerste dichte wielen. Dat was nog nooit vertoond. Helaas werd zijn vinding verboden door de UCI. Legrand was zijn tijd steeds ver vooruit en hij werd de tovenaar van Raleigh genoemd. Zijn prestaties als renner waren bescheiden, hoewel hij in 1966 kampioen van Nederland achter grote motoren was. Als constructeur behoorde hij echter internationaal tot de absolute top. Een man die een grote steen heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het materiaal. Het is juist, hij heeft de instelling van een kunstenaar, briljant en een beetje wereldvreemd. Niemand weet waar hij is, soms duikt hij ergens op om dan weer in het niets te verdwijnen. (Foto: © Guus de Jong)

Wat staat er nog meer in de kerstgedachte?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 december 2006 0:00

Namens Jan Houterman, Peter R. de Fiets, Henk Theuns, Wim van Eyle, Otto Beaujon en Hans Middelveld en de meewerkende fotografen wens ik alle trouwe en incidentele bezoekers van http;//wielersport.slogblog.nl hele fijne kerstdagen. Blijf kijken want ook met de kerst wordt de inhoud dagelijks aangevuld.

Groet!

Fred

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 december 2006 23:00

© Hans Middelveld

Ik denk dat de zetter geen groter letterkorps in voorraad had, anders had hij die gebruikt om het achtervolgingsduel Coppi tegen Schulte aan te kondigen. Dat was op 30 augustus 1949 een dag voor de toenmalige Koninginnedag, en het stadion zat mudjevol. Het waren de revanches van de wereldkampioenschappen van dat jaar en de indruk wordt gewekt dat de finale achtervolging beroepsrenners ook tussen de Italiaan en de Nederlander was gegaan. Maar dat was niet zo. Coppi was in Kopenhagen wel wereldkampioen geworden, maar de andere finalist was daar de Luxemburger Lucien Gillen. Schulte heeft helemaal niet ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 december 2006 10:00

Michel CORNELISSE (1965, Nederland)

Michel is met de fiets en de bal opgegroeid. Zijn vader is oud-beroepsrenner Henk Cornelisse en zijn oom is Rink Cornelisse, eveneens een oud-prof. Van moeders kant is het alles voetbal wat de klok sloeg. Opa Kuki Krol was een begaafde rechtsbuiten in VVA, de voetbalclub van de zeeheldenbuurt, waar ik zelf geboren en getogen ben. Maar Kuuk had ook een fietsenzaak in de Kinkerstraat. Hij is bovendien de vader van Ruud Krol, een van de beste en elegantste verdedigers die ons land gekend heeft. Wat al die Krollen en Cornelisses gemeen hebben is dat het allemaal ras-Amsterdammers zijn. Amsterdam is zowel een voetbal- als een wielerstad, alleen is het van actieve beleving helaas overgegaan naar passiviteit. In het eerste van Ajax vormen de Amsterdammers al jaren een minderheid en in het wielrennen is Michel een van de laatste goede renners geweest met een Mokumse tongval. Als je dat vergelijkt met de jaren vijftig is dat een schrijnend verschil, want toen had je wel twintig à dertig Amsterdamse renners die zich met de amateurtop van Nederland konden meten. Na Michel is er volgens mij alleen nog Thorwald Veneberg geweest, maar hoe Amsterdams die precies is, weet ik niet. In ieder geval was Michel Cornelisse een goede renner. Als amateur veelbelovend, wat er bij de profs helaas niet helemaal is uitgekomen. Bij gebrek aan kansen in het grote werk werd hij een specialist in de Belgische kermiskoersen en dat mag je niet onderschatten. Wie meent dat dat een soort criteriums zijn, vergist zich. Een jonge renner die verder wil komen doet er goed aan van de criteriums in Nederland weg te blijven en in Vlaanderen kermiskoersen te gaan rijden. Ik weet dat een man als Jan Raas daar het vak heeft geleerd. Een kermiskoerser rijdt geen rondje rond de kermis of de kerk, maar maakt een fikse lus rond het dorp, met vaak slechte wegen die door tractoren en boerenkarren aan gort zijn gereden. En als het regent dan liggen er van die gore gele plassen die het koersen extra bemoeilijken. Als je daarin specialist bent dan ben je voor mij een goede wielrenner. (Foto: © Guus de Jong)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 december 2006 0:00

Het wielerverhaal is op deze weblog wat weggesukkeld. Dat is jammer want het lijden en afzien binnen onze sport leent zich bij uitstek voor literair getinte bespiegelingen. Maar gelukkig kreeg ik een mail met een mooi verhaal van de 21-jarige Frank Heinen, student Nederlands te Utrecht. Frank is geen wielrenner. Hij heeft wel gevoetbald en stond ook fanatiek op de judomat, maar zijn passie is lezen. En korte verhalen en columns schrijven waarvan hij er sommige al heeft gepubliceerd in De Volkskrant en het NRC Handelsblad. Begin 2007 verschijnt een van zijn verhalen in het literaire tijdschrift Lava Literair. Onder het vele leesvoer dat zijn ogen bereikt zit ook sportliteratuur. Omdat de wielersport een populair genre is, is er een ruim aanbod. Overwegend non-fiction en Frank besloot zich daar als schrijver (nog) niet aan te wagen, maar zijn pen aan zijn fantasie te koppelen om tot mooie literaire verhalen te komen. Hierbij een mooie bijdrage over het schrikbeeld van iedere renner: De Bezemwagen.

In de bezemwagen

De daad op zich is niet eens zo bijzonder. Je klikt je schoentjes uit de toeclips, remt langzaam af en zet voet aan de grond. Per dag doen tientallen renners het. Nooit is het een dramatisch moment, zelden vraagt men zich af of ze er de brui aan geven. Dat doen ze dan ook bijna nooit. Ze pissen hun blaas leeg en vervolgen hun weg.
De dramatiek waar de verslaggevers altijd zo naarstig naar op zoek zijn, ontbreekt volledig bij de afstappende wielrenner. Man geeft fiets af aan de toegesnelde verantwoordelijke man (nóóit een vrouw), man doet zijn helm af en stapt achterin. De bezemwagen vervolgt zijn weg. Journalisten proberen het nog wat te dramatiseren door melding te maken van een wanhopige blik op het uitgemergelde gelaat van de renner. Onzin. Afstappen is een plan dat langzaam rijpt in het hoofd van een coureur, een onontkoombaar gegeven dat van geen ontkenning behoeft. Je gaat jezelf executeren, de vraag is alleen nog hoe lang je de executie uitstelt.
De jongen naast me kijkt zwijgend uit het raampje van de bezemwagen. Zijn ogen zijn die van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 december 2006 10:00

Jens HEPPNER (1964, Duitsland)

Een van de laatste der Mohikanen, als we renners uit het voormalige Oost-Duitsland tenminste met indianen mogen vergelijken. De naam Jens Heppner was al in 1982 in het nieuws toen de 17-jarige krachtpatser wereldkampioen ploegentijdrit bij de junioren werd. Hij was toen al acht jaar met wielrennen bezig. Afgeknepen en gekneed in de Oost-Duitse wielerscholen ging hij een toekomst als staatsamateur tegemoet met een zege in de Vredeskoers en een of meer wereldtitels als hoogst bereikbare objectieven. Maar toen hij 24 jaar was kwam Die Wende en de grenzen gingen open voor de topamateurs uit het Oostblok. Heppner kwam bij de Panasonic-ploeg van Peter Post terecht, samen met zijn landgenoot Olaf Ludwig. Ludwig bouwde bij Post een fraaie carrière op, maar Heppner ging na een jaar terug naar Duitsland waar hij een plaatsje kreeg bij het net opgerichte Team Telekom, de voorloper van T-Mobile. Onder Godefroot realiseerde hij een degelijke palmares met overwinningen in het nationaal kampioenschap op de weg, de Ronde van Duitsland, de Tour du Limousin, de Regio Tour en Rund um Köln. In de grote ronden deed hij ook van zich spreken met een tiende plaats in de eindrangschikking van de Tour de France, terwijl hij elf dagen aan de leiding reed in de Giro. In Nederland is hij het bekendst geworden door die bizarre finale van de 19e etappe van Montbéliard naar Dijon in de Tour de France van 1997. Alleen vooruit met Bart Voskamp voerden de twee een merkwaardig schouwspel op in de sprint. De rechtuit spurtende Nederlander voelde plots de uitgeputte Heppner tegen zijn schouder hangen. Om niet te vallen speelde Bart het spel mee en als een omgekeerde hoofdletter V passeerden de twee de eindstreep. Voskamp had met banddikte gewonnen, maar de jury onder leiding van landgenoot Martin Bruin deklasseerde het tweetal en de Italiaan Traversoni kreeg de zege cadeau. Tegenwoordig is Heppner de Duitse commentator van Eurosport en ik zou het leuk vinden als hij als zodanig ook eens zo’n sprint krijgt voorgeschoteld. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 december 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »