ad ad ad ad

Wout WAGTMANS (1929, overleden 16.08.1994, Nederland)

De foto die bij dit stukje staat hing in de jaren vijftig in menige jongenskamer. Woutje was ontzettend populair in die tijd. Niet vanwege zijn verschijning, want het was een scharminkelig mannetje aan wie je absoluuut niet kon zien dat hij het vermogen van een groot wielrenner had. En een groot renner was-ie, die helaas in de verkeerde tijd leefde. Hij reed het hele jaar door. Van februari tot en met oktober op de weg en daarna nog een hele reeks zesdaagsen. Hij nam nooit rust, leefde als god in Frankrijk en het geld dat met scheppen bij hem binnen kwam, ging er met emmers uit. Henk Faanhof, een collega uit die tijd noemt hem een moordgozer en een enorme loltrapper. ‘Als Wout binnenkwam dan veranderde er iets. Dan was het lachen geblazen en de hele boel vermaken. Maar hij kon ook geweldig fietsen. Hij kon goed bergop, een sprintje winnen van een kopgroep en zijn tijdrit was ook niet slecht. Maar hij had ook tomeloze aanvalslust en daarin werd hij niet afgeremd. Zeker niet door Pellenaars die altijd de aanval preekte.’ Het sloopte het kleine mannetje uit St.Willbrord vaak voortijdig en van de negen Tours waarin hij startte, reed hij er maar vier uit. Hij werd een keer vijfde in het eindklassement en een keer zesde. De Tour van 1956 had hij zelfs kunnen winnen, want hij reed op luttele dagen van Parijs in het geel. Vanaf de zevende etappe stond hij voorin het klassement en de dagen daarna eindigde hij steeds kort. In de 15e etappe pakte hij de gele trui en verdedigde die met verve. De Tourkoorts steeg in Nederland naar grote hoogte, maar in de 18e etappe kreeg hij te maken met een dijk van een inzinking en hij moest zijn trui afstaan aan de onbekende Franse regionaal Roger Walkowiak, een renner die normaal gesproken geen partij voor hem was. Wout reed die Tour wel uit en hij kwam volkomen uitgeput in Parijs aan. Zijn enige kans op eeuwige roem was verkeken. In de nadagen van zijn carrière ging hij nog stayeren en ook dat deed hij niet slecht maar wel op zijn manier. Ik herinner me dat hij als stayer eens in het Olympisch stadion reed met een aangeplakte baard en een sigaar in zijn hoofd. Dat was Wout, altijd gein maken. Zijn uitbundige levensstijl zorgde er voor dat hij geen cent aan zijn carrière overhield. Gelukkig erfde hij het transportbedrijfje van zijn schoonvader en met een grote steenfabriek als klant reed hij de stenen door het hele land. Hij overleed op 64-jarige leeftijd aan kanker.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 november 2006 0:00

NIET VAN HOREN ZEGGEN

door Freddy Maertens

“Dit boek is door de bekende Vlaamse wielerpublicist Manu Adriaens opgetekend uit de mond van Freddy Maertens. Ik vind Maertens een curieus figuur. Het ene moment denk je wat is dat toch een geweldige wielrenner geweest en het andere moment denk je: hij is hartstikke gek. Ik heb wielrenners gesproken die met hem hebben gekoerst en die zeiden: ‘hij was in staat het hele peloton achter zich te houden en achter zich te blijven houden’. Dat heeft hij zelfs eens een keer geflikt tegen de complete Raleigh-ploeg. Dan moet je natuurlijk wel heel veel klasse hebben en dat had-ie. Daarover dus geen twijfel. Het boek is een soort verantwoording voor zijn carrière en dan met name over de trieste afloop ervan. Maar als je het leest, ga je gaandeweg ernstig twijfelen aan ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 november 2006 10:00

Dietrich THURAU (1954, Duitsland)

In deze rubriek heb ik het vaak over talent en zelden over supertalent, want dat is zeldzaam. Thurau was een supertalent, want hij was een van de beste en stijlrijkste renners die ooit op een fiets heeft gezeten en het was een lust voor het oog hem te zien rijden. Hij had ook zeker ambitie en voldoende beroepsernst, maar zijn persoonlijkheid stond een gang naar de absolute wereldtop in de weg. Hij was bij wijze van spreken al een ster voor hij de pedalen één keer had rondgewenteld. Dat zat in hem, in alles was hij en voelde hij zich een superster. Hij werd al op zijn twintigste prof en toen had hij al vijf Duitse titels op zak. Op de baan en op de weg, want Didi was een alleskunner. Dat hij de absolute top niet bereikte heeft veel te maken met dat magische jaar 1977. Nog maar 22 jaar oud debuteerde hij in de Tour de France. Hij reed voor de TI-Raleigh-ploeg waar hij als snotneus van twintig direct het kopmanschap had opgeëist. Kuiper was in die Tour de eerste man van Raleigh, maar Didi pakte gelijk het geel in de proloog. Hij verstevigde zijn positie in de ook door hem gewonnen tweede rit. ‘Goed voor de firma’, dacht ploegleider Post, want Duitsland werd helemaal knettergek en de verkoopcijfers van Raleigh gingen er skyhigh. In de media domineerden de woorden 'das gelbe Trikot' en 'Spitzenreiter'. De Tour kabbelde verder en Thurau bleef maar in het geel. Een week, tien dagen, twaalf dagen. Pas in het tweede deel van de 15e etappe werd hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 november 2006 0:00

© Henk Theuns

“Dit truitje heb ik van Albert van Midden gekregen. Dat zal niet veel mensen wat zeggen, want Albert heeft in de acht jaar dat hij prof was geen grote erelijst opgebouwd. Hij was een handige renner met een goed eindschot en een goed ontwikkelde beroepsinstelling. Hij was een echte allrounder die net zo makkelijk op de baan als op de weg reed. Hij reed in de jaren zestig en zeventig onder andere voor Caballero, Willem II-Gazelle, Beaulieu-Flandria, Canada Dry en nog wat ploegen. Wie een half uurtje met hem praat hoort alle ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 november 2006 10:00

Jan RAAS (1952, Nederland)

Hij is met afstand de beste Nederlandse eendagsrenner aller tijden, maar al zijn grote overwinningen ten spijt is hij voor mij toch vooral het symbool van de patron. De man die het spel leidt. Wielrennen is een sport voor mannen die echt fietsen kunnen, maar ook een spektakel met een hoge amusementswaarde. Het publiek moet vermaakt worden en de volgende keer terugkomen en dat vereist regie. En Jan Raas was misschien nog wel een beter regisseur dan wielrenner. Zijn rol in de fameuze Raleigh-ploeg van Peter Post is groot, heel groot geweest en hij lijkt daarin wel meer op de Amstelvener dan hij ooit zal toegeven. Beide hebben in ieder geval sterk bijgedragen aan de professionaliteit van het Nederlandse cyclisme en ten tijde van Raleigh waren zij een unieke tandem, waarop al die successen zijn gebouwd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de betere profs van zijn tijd financieel enorm hebben geprofiteerd van de wijze waarop hij het criteriumfestival bestierde. Ook daarin toonde hij zich een groot regisseur. Er wordt door tal van oud-renners nog met veel respect over die tijd gesproken. Jan was als renner en regisseur soms keihard voor zichzelf en voor anderen en daarom ben ik er nooit goed achter gekomen, waarom hij als ploegleider niet de status heeft bereikt van een Driessens, een De Muer, een Post, een Ferretti om maar eens een paar namen te noemen. Het leek altijd of hij het met tegenzin deed. Er zijn mensen die de gijzeling van zijn gezin en het effect dat dat op hem had als oorzaak noemen. Maar toen was Raas al een aantal jaren ploegleider. Bij Rabobank heeft hij een perfecte organisatie neergezet, maar kwam toch ook met zijn broodheer in conflict, omdat je niet alles vanuit Zeeland kunt delegeren. Misschien heeft Post wel gelijk toen hij lang geleden zei: ‘het probleem van Jan Raas is, dat hij niet van het wielrennen houdt’. Het zou kunnen, maar ik herinner me hem het liefst in die laatste honderden meters van het WK 1979 in Valkenburg. Als je zo gepassioneerd en tegelijk koel berekenend een finale kunt rijden dan behoor je voor mij tot de allergrootsten uit de wielergeschiedenis. Daarom was ik een groot bewonderaar van Jan Raas, een begenadigd wielrenner met een kop er op. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 november 2006 0:00

“Mario Rossin was een begaafd technicus, die alles van lastechniek wist en dat bracht hem er toe in 1974 een fietsenfabriek op te richten, met zijn eigen achternaam als merk. Van meet af aan werd de goede kwaliteit onderkend en het merk is vaak materiaalsponsor geweest van een grote ploeg. Daarom hebben beroemde renners op het merk gereden en er successen mee behaald. Roger De Vlaeminck, Jean-Paul van Poppel, Evgeni Berzin, Pjotr Ugrumov, Richard Virenque, Moreno Argentin, Sean Kelly en natuurlijk Hennie Kuiper zijn enkele namen die op een Rossin successen hebben behaald. De hoofdsponsors waren onder andere ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 november 2006 10:00

Reginald MACNAMARA (1888, overleden 10.10.1971, Australië)

Als jongetje van een jaar of acht heb ik eens een film gezien uit 1935 die ‘Six Day Bike Rider’ heette. Het toonde de avonturen van een renner in een zesdaagse. De hoofdrol werd gespeeld door Joe E. Brown, in de beroemde film ‘Some like it hot’ uit 1960 goed voor de hilarische oneliner: “Nobody is perfect!”. Wat ik toen niet wist en later wel, was dat de rol van Brown in ‘Six Day Bike Rider’ gebaseerd was op de avonturen van Reggie MacNamara, een van de spectaculairste zesdaagseartiesten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Hij werd de Iron Man genoemd, omdat hij zoveel viel. Twintig valpartijen in één zesdaagse waren geen uitzondering. Hij deed het er meestal om, omdat een deel van het publiek juist was gekomen om hem te zien vallen en de baandirecties hem er dan ook dik voor betaalden. Meestal liep het goed af, maar hij brak in zijn carrière zeventien maal een sleutelbeen, hij liep een schedelbreuk op, genas van ettelijke hersenschuddingen, brak en kneusde ribben bij de vleet, verbrijzelde zijn kaak, brak zijn neus en een been en hij werd meer dan 500 maal gehecht. De enige vrouwen die hij in zijn carrière ontmoette waren dan ook verpleegsters en het zal dan ook niemand verwonderen dat hij uiteindelijk met één van die zusters trouwde. MacNamara, geboren in Australië maar vanaf zijn 24e actief in de Verenigde Staten waar hij altijd is blijven wonen, was ook een geweldige wielrenner. Zo’n type als Piet van Kempen en Fritz Pfenninger die bij hoge snelheden nog konden versnellen. Hij won in zijn lange loopbaan – hij koerste nog toen hij al over de vijftig was - negentien zesdaagsen en hij heeft er onnoemelijk veel geld mee verdiend. ‘Racing in six days is a hard way to earn an easy living’, werd er eens over hem gezegd en zijn vermogen werd aan het eind van zijn carrière geschat op twee miljoen dollar. Van ‘that easy living’ is niet veel terecht gekomen, want hij stierf berooid op 83-jarige leeftijd, nadat hij de laatste jaren van zijn leven als portier een schamel loon had verdiend. Dan heeft Joe E. Brown het beter gedaan, gezien de foto van diens praalgraf die ik op internet vond.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 november 2006 0:00

“Wat gebeurde er vandaag - 6 november - in het (verre) verleden. Het verst ga ik terug naar 1968. Weet U nog wat U die dag deed? Het was fris, de maximumtemperatuur kwam in De Bilt niet hoger dan 5 graden. De zon bleef de hele dag achter de wolken. Op de radio luisteren we naar Heintje met Heidschi Bumbeidschi, de nieuwe nummer 1 in de top 40. In Voorburg werd door de tweeling Chris en Gerard Koerts de groep Earth & Fire opgericht en in het Italiaanse Vaprio d'Adda werd Luca Bramati (foto: © Cor Vos) geboren. Neef Davide zag ruim vier maanden eerder in dezelfde plaats het levenslicht. Luca zou jaren later een puike veldrijder worden, samen met Daniele Pontoni de enige Italiaanse winnaar van de Super Prestige in het veldrijden. In het seizoen 1995-‘96 was hij de meest regelmatige in deze cyclus. In totaal won hij vier Super Prestige crossen. In hetzelfde seizoen won hij ook de wereldbeker en was hij derde in het WK. Urs Freuler vierde in Zwitserland zijn tiende verjaardag. Hij moest nog een paar jaar wachten voordat hij zijn tien wereldtitels op de baan zou winnen.

En werd er nog gefietst? Jazeker, de 24e Zesdaagse van Frankfurt beleefde zijn laatste avond. Winnaars werden de Belg Patrick Sercu en zijn Duitse koppelgenoot Rudi Altig. Altig won tussen 1962 en ‘68 in totaal ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 november 2006 10:00

Frank VANDENBROUCKE (1974, België)

Het hoogtepunt in de carrière van VDB is ongetwijfeld zijn overwinning geweest in Luik-Bastenaken-Luik 1999. De Côte de Saint-Nicolas was de scherprechter en Michael Boogerd begreep dat het daar moest gebeuren. Hij zette zich aan kop van een zestien man sterke kopgroep. Op de steile helling kwam hij inderdaad weg in die typische Boogerd-stijl. Niemand leek te kunnen volgen tot plots een renner in het Cofidis-shirt zich uit de groep losmaakte en met speels gemak richting Boogerd fietste. Het was er-op-en-erover en Frank Vandenbroucke zegevierde met overmacht in de Waalse voorjaarsklassieker met bijna uitsluitend grote namen op de erelijst. Nog maar 24 jaar oud en dan zo’n macht. De Vlamingen waren euforisch, hoewel het wonderkind zich bij voorkeur in het Frans verstaanbaar maakt. Hij won dat jaar nog veel meer, maar 1999 luidde ook zijn ondergang in. Doping. Het heeft weinig zin alles op te schrijven wat er sindsdien met de talentvolle Belg is gebeurd, want het resultaat is dat hij tot een vraagteken is verworden. Komt hij nog terug? Wordt het nog wat met hem? Wanneer is de volgende affaire? Welke ploeg wil hem nog hebben? Enzovoort, enzovoort. Het is vergelijkbaar met de teloorgang van Freddy Maertens zo’n 25 jaar geleden. Alleen had d’n Freddy nog een korte en hoogst merkwaardige wederopstanding en dat laat bij Vandenbroucke nog even op zich wachten. Als het ooit komt, want een vraagteken is een vraagteken. En de Vlaamse supporters? Die malen niet meer om de ooit zo bejubelde VDB; die hebben immers Tommeke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 november 2006 0:00

© Hans Middelveld

Ongelooflijk! Nog geen tien weken na de bevrijding op 5 mei 1945 werd al het eerste grote wielerprogramma op de stadionbaan verreden. Nog zonder buitenlandse deelnemers, maar wel met de volledige Nederlandse top van toen, met uitzondering van de twee sprinters Arie van Vliet en Jan Derksen. Die hadden waarschijnlijk die dag contractuele verplichtingen in het buitenland. Nederland lag in puin, maar er werd doorlopend gefeest omdat de ellende van vijf jaar bezetting eindelijk voorbij was. Alle soorten van vermaak werden aangeboden en de mensen kwamen er massaal op af. Zo ook op die zondagmiddag in juli toen de mensen in grote getale naar het stadion gingen, waar het hoofdnummer ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 november 2006 10:15

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »