ad ad ad ad

Er zijn mij de laatste weken veel vragen gesteld over het blad Wieler Revue, waarvan ik tot voor kort journalistiek medewerker was. Dit omdat de voltallige redactie van het bijna dertig jaar bestaande blad is opgestapt. Wieler Revue wordt onder een nieuwe redactie voortgezet, terwijl de opgestapte redactie onder aanvoering van Evert de Rooij binnenkort met een nieuw blad komt met de naam: Wieler Magazine.
Omdat Wieler Revue de gang van zaken omtrent de voortzetting in het laatst verschenen nummer heeft uitgelegd, leek het mij gepast, gezien de relatie, Evert de Rooij – die op dit moment nog geen platform heeft - de gelegenheid te bieden op deze plaats zijn nieuwe blad aan te kondigen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2006 15:09

© T&T Tekst & Traffic

“Toen Jan Janssen in 1963 gecontracteerd werd door de Franse ploeg Pelforth, moest hij zijn opwachting maken bij de materiaalsponsor van de ploeg, de fietsenfabriek Lejeune. Hij werd uitgenodigd om even bij directeur Lejeune te komen. Die zat in een kamer met twee deuren. Op een gegeven moment stond Lejeune op en verliet het vertrek door de ene deur om op hetzelfde moment weer door de andere deur binnen te komen. Toen Janssen van verbazing was bekomen, besefte hij dat er twee Lejeune’s moesten zijn. Dat was zo, want Roger en Marcel Lejeune vormden samen een eeneiige tweeling en waren niet van elkaar te onderscheiden. Een jaar later kwam zwager ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2006 10:00

Peter WINNEN (1957, Nederland)

Ik kende hem niet toen ik in het voorjaar van 1998 bij hem aanbelde. Een rijtjeshuis in een saaie straat in een Noord-Limburgs dorp. “Pa!!!”, riep de jongen die opendeed naar boven en even later kwam hij de trap af, bestoven door wit stof. Hij was de badkamer aan het slopen om een nieuwe te kunnen aanleggen, verontschuldigde hij zich. Nadat hij zich een beetje had opgefrist namen we tegenover elkaar plaats met mijn taperecorder in de dictaatstand. Het ging niet over zijn Tourprestaties en zijn fantastische overwinningen op l'Alpe d'Huez, maar om zijn ervaringen met ploegleider Peter Post, over wie ik een boek aan het schrijven was. Het werd een moeizaam gesprek. Steeds zorgvuldig geformuleerde, aarzelend uitgesproken diplomatieke antwoorden, waar ik geen moer aan had. Hij had de naam de intellectueel van het peloton te zijn, maar uit niets bleek dat hij ernstig over de persoon Post had nagedacht. Ik zuchtte en zette mijn bandrecorder uit en maakte hem duidelijk dat hij niet bang hoefde te zijn dat ik hem uitgebreid met naam en toenaam in het boek zou citeren. Hij keek me lang en doordringend aan en er vond een metamorfose plaats. Peter begon te praten over zijn jaren bij Post. De ene na de andere messcherpe analyse van de grote ploegbaas kwam over zijn lippen. Prachtige beeldende beschrijvingen hoe Post aan tafel te werk ging als de ploeg of een bepaalde renner in zijn ogen had gefaald. Ik zag Post rond de tafel stieren, tot hij achter de gewraakte renner stond en in steeds scherpere bewoordingen zijn ongenoegen uitte. Terwijl hij dat deed masseerde hij met die grote handen de schouders en de nek van de renner, die het liefst door de grond was gezakt. Ik hoorde het gefascineerd aan en kon het haast niet geloven, maar andere renners bevestigden later dat ze dat Post vaak hebben zien doen. Toen ik twee uur later wegging had ik fantastisch materiaal op de band staan. Peter Winnen was toen nog niet de gevierde auteur, maar een oud-renner die een schat aan ervaringen mooi op papier probeerde te zetten. Hij was al jaren bezig aan HET BOEK! Hij vertelde me over zijn twijfels.

Op eerste kerstdag 2000 pakte ik bij de kerstboom een cadeautje uit. Een boek, en wat voor boek. ‘Van Santander naar Santander’, door Peter Winnen. Ik schreef er een persoonlijke ondertitel in: ‘De twijfels voorbij’. Ik heb het in één adem uitgelezen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2006 0:00

“De periode van het jaar waarin we nu leven was jarenlang de tijd van de wereldkampioenschappen op de weg. In 1982 vonden ze plaats in het Engelse Goodwood, waar Bernard Hinault het parcours veel te licht vond "Er kunnen zich heel onverwachte ontwikkelingen voordoen waardoor niet de sterkste maar de fortuinlijkste coureur zal winnen”, zo liet hij weten. Daarentegen voelden de Nederlanders - en met name Jan Raas - zich dé grote favoriet. Hoewel Nederland bij de twee voorgaande WK's niet had meegeteld, was er, dankzij maatregelen van de KNWU, in 1982 weer hoop. Bepaald was onder andere dat de geselecteerden voor het WK hun wedstrijdprogramma na de Ronde van Nederland moesten beperken tot een gezamenlijk optreden in Geraardsbergen. In het verleden hadden de lucratieve criteriums de heren professionals nog wel eens opgebroken, maar nu was Jan Raas in vorm, want in de Ronde van Nederland had hij zelfs een zesde plaats behaald in een 23 kilometer lange tijdrit.

Maar helaas, om De Telegraaf te citeren was ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 september 2006 10:00

Frederik VEUCHELEN (1978, België)

Ik had nog nooit van hem gehoord toen ik op 22 maart jl. op Sporza de laatste kilometers zag van de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen. Een eenzame renner in het shirt van Chocolade Jacques vocht een strijd om seconden uit met een achtervolgende groep onder aanvoering van Tom Boonen. In diens spoor reden Nico Eeckhout, Nick Nuyens en Robbie MacEwen, veel bekendere namen dan die van die verbeten strijdende renner voorop: Frederik Veuchelen. In het resumé hoorde ik dat die al na tien kilometer was ontsnapt samen met drie anderen. Het viertal bereikte een maximale voorsprong van ruim 18 minuten, maar daarna ging de vermoeidheid een rol spelen. Het langst had de Fransman David Boucher het volgehouden, maar met nog maar acht kilometer te koersen moest ook hij Veuchelen laten gaan. De Belg hield stand, maar het was nipt want bij het ingaan van de laatste kilometer had hij nog maar 20 seconden over en dat was net genoeg om niet door de ontketende groep Boonen te worden ingehaald. De volgende dag las ik ergens: ‘who the fuck is Frederik Veuchelen?’ Bij navraag bleek het om een afgestudeerde sportleraar te gaan die pas op zijn 22e jaar met de wielersport begon. Drie jaar later werd hij prof en in zijn eerste seizoen won hij twee ritten in de de lastige koers Triptique Ardennais. Verder won hij in zijn eerste profjaar de Ronde van Vlaams-Brabant en de Memorial Van Coningsloo. In de interviews die Veuchelen in de dagen na zijn opzienbarende solozege in Dwars door Vlaanderen gaf, beloofde hij een spoedige bevestiging. Het is er nog niet van gekomen, maar het seizoen is nog niet voorbij.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 september 2006 0:00

René PIJNEN (1946, Nederland)

Een groot talent, dat bij de amateurs tot de wereldtop behoorde. In 1967 werd hij derde bij het wereldkampioenschap op de weg en een jaar later behoorde hij tot het gouden kwartet (samen met Den Hertog, Zoetemelk en Krekels) van de Spelen van Mexico. Hij tekende een profcontract bij Willem II Gazelle en hij stelde zeker niet teleur. Vooral in de Ronde van Spanje kon hij goed uit de voeten. In drie starts won hij vier ritten, maar hij kwam tekort in het hooggebergte. Maar zelf vond hij het niks bij de profs op de weg. Urenlang lummelen in een gezapig tempo en dan een finale met zestig in het uur. Dat laatste paste wel bij zijn explosieve karakter, maar het eerste niet. Hij werd zesdaagsecoureur, want daar rijden ze constant een finale. En hij werd een kei in dat werk. Hij maakte nog net de periode Post mee en samen met Leo Duyndam leek de Amstelvener zo maar ineens twee opvolgers te hebben. Maar de twee pasten niet bij elkaar en René ging alleen verder. Met wisselende koppelgenoten reed hij in dertien winterseizoenen naar 72 overwinningen in zesdaagsen. Daarmee stond hij lang op de tweede plaats achter Patrick Sercu, maar hij is later ingehaald door Danny Clark. Aan zijn carrière kwam een abrupt einde door een aderbreuk in de buikholte. Vele uren vochten de chirurgen voor zijn leven en het lukte hen hem bij de levenden te houden, ondanks het feit dat hij twee keer klinisch dood was. Sindsdien houdt René zich bezig met zijn hotel in Bergen op Zoom en de projectontwikkeling van sporthallen in het zuiden van het land. Maar het meest geniet hij van het leven en dat is een eigenschap die hij deelt met mensen die de dood in de ogen hebben gezien. Sport speelt nog steeds een grote rol in zijn bestaan. Fietsen, tennissen, jagen, hij vindt het allemaal even leuk en hij is een tevreden mens met wie je een prettig, maar kritisch gesprek over de wielersport kunt voeren. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 september 2006 0:00

Tom STEELS (1971, België)

Het is moeilijk om in de geschiedenis van de Belgische wielersport een record te vinden dat niet op naam van Eddy Merckx staat. Tom Steels was vier keer kampioen van België bij de beroepsrenners op de weg en daarmee is hij alle Belgische kampioenen uit het verleden de baas. Hij is een knap renner met een vlijmscherp eindschot, waarmee hij een aantal jaren lang tot de topsprinters van de wereld behoorde. Hij won twee keer Gent-Wevelgem, een keer de Omloop Het volk, de Schaal Sels, Dwars door België en nog veel meer. In de Tour won hij negen ritten en in de Vuelta twee. Toch is hij het bekendst geworden door het incident met de bidon. Dat gebeurde in de Tour van 1997. De vlakke etappes werden ook toen al steeds beslist met massaspurts en de tenoren van dat vak staan dan strak van de zenuwen als ze nog geen rit gepakt hebben. Dan zijn ze niet zichzelf meer, denk maar aan Tom Boonen in de Tour van dit jaar. In 1997 was dat ook het geval met Tom Steels. Sprinten is kwakken uitdelen en krijgen en dat moet je accepteren. Maar toen Steels in de finale van de zesde rit een kwak kreeg van Moncassin was de maat even vol. In volle sprint pakte hij zijn bidon en smeet die met kracht naar de Fransman. Een levensgevaarlijke actie, waarvoor de Vlaming zwaar gestraft werd. Hij mocht direct zijn biezen pakken en huiswaarts keren. Hij had er veel spijt van en hij wist dat hij alleen eerherstel zou krijgen met zijn benen. Het jaar daarop won hij dan ook vier ritten. Maar al had hij alle etappes gewonnen dat verhaal van die bidon is aan hem blijven kleven en er is zelfs een lied over gemaakt. ‘Tom Bidon’ heette het en het werd overal gezongen waar Tom aan de start kwam. Hij kon er wel om lachen.
De laatste jaren gaat het een stuk minder met de snelle man. Dat heeft enerzijds te maken met een hardnekkige virusinfectie en een reeks blessures. Anderzijds is er natuurlijk het feit dat er bij zijn ploeg Davitamon-Lotto nog een supersprinter rijdt met de naam Robbie McEwen. Daarom verkeert Steels in zijn ploeg in een vergelijkbare positie als Erik Zabel bij Milram. Zabel liet eergisteren zien dat hij nog steeds kan winnen. Hopelijk kan Tom dat ook.
(Foto © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 september 2006 0:00

“Nee ik ben niet somber over de resultaten tot nu toe. Door de ploeg, waar we mee van start zijn gegaan, zijn de verwachtingen in Nederland wat hooggespannen geweest. Maar vanuit de ploeg is dat nooit de bedoeling geweest. Dat heb ik ook de vorige keer tegen je gezegd. Ik heb nooit gezegd dat we hier wel even een goed klassement zouden rijden, wel dat we een paar ritten gaan winnen. Met Freire erbij had ik ingezet op vier ritoverwinningen, maar een goed klassement van Menchov daar hadden we onze twijfels over. Hij is niet goed, dat is een feit en dat is een mentale kwestie. Er is een groot verschil met vorig jaar. Toen werd hij door ziekte in de Tour al snel afgeschreven en met rust gelaten en dit jaar stond er van dag één druk op die jongen. Dat is een wereld van verschil. Hij heeft in juni in de Dauphiné ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 september 2006 21:33

© Otto Beaujon

“Mademoiselle Helyett was een Hongaarse danseres en fietsfabrikant André Trialoux was haar bewonderaar. Letterlijk betekent het Hongaarse woord helyett plaatsvervanger en meer specifiek luitenant in het leger. In het dagelijkse taalgebruik wordt het woord vaak gebruikt voor het begrip alternatief of ‘in plaats van’, suggesties die van alles aan de fantasie overlaten. Behalve een zwak voor aantrekkelijke en elegante vrouwen had Trialoux ook een warme belangstelling voor het wielrennen. Vanaf de oprichting van zijn bedrijf in 1934 was hij dan ook actief in de wielersport.
Helyett was niet veel meer dan ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 september 2006 10:00

Franco BITOSSI (1940, Italië)

Hij was een tijdgenoot van Jan Janssen en een tegenstander van formaat. Een sterk coureur met een mooie erelijst. Hij won de Ronde van Zwitserland, de Tirreno Adriatico en de Ronde van Catalonië en verder het Kampioenschap van Zürich en de Ronde van Lombardije. En dan nog een hele reeks van die Italiaanse eendagskoersen met vrijwel uitsluitend Italianen als winnaars. In de grote ronden was hij eveneens succesvol, hoewel hij net iets te kort kwam om daar als grote kanshebber mee te doen voor het podium. Hij won 21 etappes in de Ronde van Italië en vier in de Tour de France. Dat kwam hoofdzakelijk door zijn snelheid, maar Bitossi kon ook klimmen. Hij won bijvoorbeeld drie keer de bergprijs in de Giro. In de Tour de France van 1968 was hij heel dicht bij de eindoverwinning, want hij behoorde tot de acht kanshebbers die op enkele dagen voor het einde, met heel kleine tijdsverschhillen de top van het klassement vormden. Maar Bitossi fixeerde zich liever op het puntenklassement en dat heeft hij ook gewonnen. Hij is de enige renner in de geschiedenis van de Tour die als winnaar van dat klassement een rode in plaats van een groene trui mee naar huis heeft genomen. Na één jaar werd het experiment met een andere kleur weer beëindigd en werd het groen in ere hersteld.
Bitossi had een uitzonderlijke bijnaam. 'Het dwaze hart' werd hij genoemd, omdat zijn hart bij grote inspanningen wel eens oversloeg. Een kwaal waar meer renners aan lijden, maar in het geval van Bitossi was het geen beletsel om door te gaan.
Aan het WK van 1972 zal de Florentijn niet graag terugdenken. In de finale was het peloton weer bij elkaar gekomen en vier kilometer voor het einde demarreerde Bitossi. Hij sloeg een behoorlijk gat, maar het peloton hield hem in het vizier. Er werd fel op hem gejaagd met enkele blauwe truien van zijn landgenoten op kop. Het was Marino Basso die enkele tientallen meters voor de streep langs Bitossi spoot en de wereldtitel greep. Zelfs Eddy Merckx liet zich over de zaak uit. Die had er die dag alles aan gedaan om zelf te winnen, maar toen hij hoorde dat Basso het was geworden, zei hij: “dat is spijtig, Bitossi zou een veel waardiger kampioen zijn geweest”.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 september 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7