
© Otto Beaujon
"Edmond Gentil was de oprichter van Alcyon. Dit aloude merk (van 1902) verloor de slag in de jaren vijftig toen de kaars langzaam uit ging. De eigenaren verkochten het merk aan een Belgische groothandel en het ging moeilijk traceerbaar van hand tot hand. De naam van de oprichter, Gentil, bleek ook als merk gedeponeerd en kwam terecht bij Kessels, een gerenommeerde groothandel en fabrikant in Oostende. Het belangrijkste merk van Kessels was Main d’Or, maar hij had nog wel een dozijn andere in zijn assortiment. Waar Kessels vooral bekend door is geworden, is het feit dat hij voor een jonge Eddy Merckx maatfietsen bouwde.
De naam Gentil is ook om ...




Sinds de uitsluiting, door hun eigen werkgevers, van Ullrich en Basso uit de Tour is er een discussie gaande wat we hier aan kunnen doen. Er zijn drie opties. Doorgaan met het huidige beleid, doping geheel vrij geven of de verantwoordelijkheid volledig bij de ploegen leggen. Na de zaak Landis ben ik van mening dat het laatste de voorkeur verdient boven de andere twee opties. Doorgaan met het bestaande beleid betekent dat we steeds weer geconfronteerd zullen worden met positieve gevallen. Voor het vrijgeven is veel te zeggen, maar dat krijg je er nooit door, omdat nationale wielerbonden ook te maken hebben met de wetgeving in hun land. Het is nu al zo, dat een bepaald medicament wel in België, maar niet in Frankrijk mag worden toegediend. Daarom lijkt mij de derde optie het meest doeltreffend. Als een renner positief is bevonden en de contra-expertise bevestigt dat, dan moet de ploeg een sanctie krijgen en in ernstige gevallen uitgesloten worden van de grote wedstrijden. Als die regel al had bestaan dan zou een ploeg als Phonak niet aan deze Tour hebben deelgenomen, vanwege recente dopinggevallen als van Hamilton en Camenzind. Die hebben bewezen dat deze fabrikant van gehoorapparaten horende doof is. Het zou betekenen dat de contracten die de sponsors met hun renners afsluiten vol komen te staan met eisen aan de renners die hen rechtstreeks in hun portemonnee raken. Dat is geen garantie dat de doping wordt uitgeroeid, maar wel dat de kans dat overtreders (renners én sponsors) er mee weg komen, minimaal is. En dat is het hoogst bereikbare als we het over schone sport hebben.
We hebben een fantastische leuke en boeiende Tour achter de rug en iedereen heeft benadrukt hoe aantrekkelijk het is als het een keer niet zo voorspelbaar is. Er werd in de dagen erna nagenoten en de criteriums werden weer massaal bezocht, als teken dat ook het grote publiek het spektakel had gewaardeerd en er optimaal van genoten had. En toen kwam gisteren de desillussie met het bericht dat Tourwinnaar Floyd Landis positief was bevonden. Zoals ik in het begin van de Tour al heb geschreven: de renners die zich ondanks alles nog steeds blijven drogeren spelen met vuur. Uit eigenbelang brengen ze de toekomst van de hele wielersport in gevaar. Want als de sponsors het voor gezien houden, dan stort het hele kaartenhuis in elkaar. Een achtenswaardig bankiersinstituut als Rabobank – en hetzelfde geldt voor de andere banken, verzekeringsmaatschappijen en concerns die een reputatie hebben hoog te houden – kan het zich niet permitteren in één adem te worden genoemd met bedriegers en fraudeurs, ook al zijn hun eigen ploegen misschien schoon. Dat is het gevaar, want met het terugtreden van Rabobank is in Nederland de wielersport niet meer mogelijk. Dat is de angst die ik heb en die is sinds de zaak Fuentes en nu het geval Landis alleen maar groter geworden. Ondanks die geweldige Tour. (foto: © Cor Vos)
“27 juli is de laatste datum waarop in het verleden door Nederlandse renners successen in de Tour de France zijn behaald. Voor dat eerste succes gaan we 67 jaar in de tijd terug naar 27 juli 1939. De laatste Tour voor de tweede wereldoorlog zeven jaar lang het grote wielerspektakel onmogelijk maakte. Het gebeurde in het derde deel van de zestiende etappe van Bourg Saint Maurice naar Annecy. De Tourdagen werden in die tijd vaak opgesplitst in twee of drie korte etappes. De in Frankrijk wonende Nederlander Albert van Schendel (foto uit het archief van Wim van Eyle) ontsnapte kort voor de finish met de Luxemburger Pierre Clemens en die was in de sprint geen partij voor de oudste Van Schendel, die dat jaar overigens een puike prestatie leverde door vijftiende in het eindklassement te worden. Dat was overigens nog zes plaatsen achter een andere Nederlander, de Limburger Jan Lambrichs. 

"Er zijn drie Tours die door Nederland met een gouden rand dienen te worden ingelijst. In de eerste plaats natuurlijk 1968 en 1980, de jaren toen een Nederlander de Tour won. Maar ook 1953 komt voor die onderscheiding in aanmerking, want het resultaat was nog ietsjes beter dan het eindrapport dat Rabobank dit jaar kan overleggen. Vijf etappezeges, het algemeen ploegenklassement en een vijfde plaats voor Wout Wagtmans in het eindklassement. Verder nog vier landgenoten bij de eerste twintig. Behalve de vijfde plaats van Wagtmans waren dat een dertiende voor Wim van Est, een zeventiende voor Gerrit Voorting en een negentiende voor Jan Nolten. Het was de eerste keer dat er in Nederland echt Tourkoorts heerste. Iedereen leefde mee en in alle fabrieken en kantoren stond een radio opgesteld om de reportages van Jan Cottaar direct mee te beleven. Enkele dagen na de ronde werd de ploeg gehuldigd in een uitverkocht Olympisch Stadion.
Ik wist dat Theo Sijthoff al geruime tijd ernstig ziek was, maar toch kwam zijn doodsbericht vandaag als een verrassing. Hij was lang geleden een wielrenner met talent die het als beroepsrenner niet heeft gemaakt. Wel heeft hij in zijn tweede carrière als modeontwerper die wielertijd altijd gebruikt in zijn onmiskenbaar geniale PR. De Rotterdammer was een van de weinige wielrenners die openlijk uitkwam voor buitensporig dopinggebruik in een tijd dat dat overigens nog niet verboden was. Zoals de Amsterdamse innercrowd in de jaren zestig heftig aan het experimenteren was met coke, speed, LSD en hasj, daar was de Rotterdamse wielerwereld in die jaren synoniem voor overmatig amfetaminegebruik. Met Theo voorop. Hij heeft er nooit over gezwegen, maar zich zelf wel vaak als wielrenner groter voorgedaan dan hij was. Maar je hebt van die types die je dat niet kwalijk neemt. Hij overwon knap zijn ...
Op 24 juli 1988 won Jean-Paul van Poppel de eenentwintigste etappe van Nemours naar Parijs. Het was dat jaar zijn vierde ritoverwinning en hij won daarmee de groene trui van het puntenklassement. Dit in Tilburg geboren sprintkanon won in totaal negen etappes in de Tour en allemaal in een massasprint. In de drie grote ronden won hij totaal twintig ritten en met die aantallen schaart Van Poppel zich onder de grootste wegsprinters uit de wielergeschiedenis. In de loop daarvan heeft Nederland niet zoveel supersprinters voortgebracht. Theo Smit en Jeroen Blijlevens zijn met Van Poppel de enigen geweest die een heel peloton konden vloeren. Van die drie was Van Poppel de beste. Mentaal sterk en uiterst koelbloedig.