ad ad ad ad

Welkom aan de digitale stamtafel van de Slogblog


Oud-Tourwinnaar Lucien Van Impe heeft een kast vol truien. Vooral veel bolletjestruien uit de Tour de France, het uiterlijke kenmerk van de leider van het bergklassement.

Die trui wist hij maar liefst zes maal te winnen. Dat record deelde hij jarenlang met de beroemde Spanjaard Federico Bahamontes, maar de heren werden tot hun ergernis jaren later overtroefd door Richard Virenque. Een devaluatie van het bergklassement, vinden ze.

Ondanks dat is Lucien misschien nog wel trotser op die bollentruien dan op die ene gele die hij in 1976 in Parijs wist te brengen.

Hij volbracht een lange carrière als beroepsrenner en startte maar liefst vijftien keer in de Tour. Hij reed ze alle vijftien ook uit, maar dat is geen record. Onze Joop Zoetemelk deed het namelijk nog een keer meer.

In zijn jaren als prof is Lucien maar liefst elf maal van sponsor gewisseld en dat zorgde voor nog meer truien in zijn kast.

Hij was prof van 1969 tot en met 1987 en in 1979 droeg hij dit truitje. De trui van de vermaarde Spaanse ploeg KAS. Hij reed dat jaar twee grote ronden en werd vijfde in de Ronde van Spanje en elfde in de Tour de France.

Hij was een begenadigd klimmer van het type dat licht als een gazelle omhoog kon dansen. Een zeldzaam soort, waarvoor hij als jong rennertje eindeloos de Vlaamse heuveltjes heeft beklommen.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 7 december 2016 12:00

Het wielerland Italië werd in de jaren veertig en vijftig beheerst door twee iconen die in aanzien op een voetstuk stonden zo hoog als de hoogste berg in dat land. Fausto Coppi en Gino Bartali verdeelden de tifosi in twee kampen.

De Bartalisten waren aanhangers van de vrome, devote Roomse leer van Pius XII en de Coppisten hunkerden naar enige verlichting, waarin niet iedere stap door de plaatselijke Don Camillo werd gedecreteerd.

De vermetele echtbreker Coppi was in het geniep hun held, terwijl ze zich in het openbaar lafhartig uitspraken voor de tachtig keer per dag biddende Bartali om bij de heilige maagd de zoveelste zege af te roepen.

Qua romantiek een fantastische tijd, waarover Martin Ros kraaiend van adoratie kon schrijven. Als zonder gellof opgegroeid Nederlands jongetje kreek ik daar nogal vreemd tegenaan. Stel je voor dat Nederland toen ook verdeeld was in twee kampen.

Het ene deel was voor de serieuze Wim van Est, de zelfbenoemde slaaf van de weg en de andere voor de frivole levenskunstenaar Woutje Wagtmans. Daarin had ik een tussenweg gevonden, toen ik mijn supportersschap schonk aan Jan Nolten die qua levenswandel van allebei wel iets had.

Vanuit diezelfde ambivalentie ging mijn voorkeur uit naar Fiorenzo Magni. Fiorenzo, zo wilde ik ook graag heten, maar we hadden alleen de eerste letter gemeen.

Magni stond iets lager in het publieke aanzien dan Coppi en Bartali, maar nog altijd veel hoger dan mannen als Ronconi, Bevilacqua, Astrua en Minardi die toch ook een aardig stukje konden fietsen.

Misschien was hij daarom wel mijn held en zeker niet vanwege zijn uiterlijk. Met zijn kale kop en zo’n lullig haarrandje achterom de oren leek hij meer op mijn opa dan op een wielerheld.

Magni waardeerde ik vanwege zijn temperament en zijn inzicht om een gegeven niet als een voldongen feit te aanvaarden. Een mens is op aarde om het talent dat hij heeft meegekregen zo goed mogelijk te gebruiken, zei mijn vader altijd.

En die Fiorenzo Magni uit dat mooie Toscane bracht die wijze les in praktijk. Als een van de weinige Italianen trok hij naar de voorjaarskoersen in het noorden van Europa om er de Leeuw van Vlaanderen te worden. De Leeuw van Monza, zijn geboorteplaats, was hij al.

Hij won drie keer Vlaanderens Mooiste door over de kasseien te dokkeren en de stront op zijn lippen te proeven als een echte Flandrien. Geen Vlaming die moeite had met zijn superioriteit, want hij werd een van hen.

Misschien wel vijftien jaar geleden las ik het blad Wielerrevue een interview met een joyeuze zakenman in zwierig maatpak, nog altijd aan het werk in het automobielbedrijf dat zijn naam droeg en dat hij charmant maar met harde hand runde.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 7 december 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BÁRTA, Jan (1984, Tsjechië)
BATTY, Mark (1986, Canada)
BLOKS, Hans (1982, Nederland)
BRÄNDLE, Matthias (1989, Oostenrijk)
CAMELLINI, Fermo (1914, † 27.08.2010, Frankrijk)
ENGELMOER, Jan (1910, † 00.00.0000, Nederland)
ENGOULVENT, Jimmy (1979, Frankrijk)
GUEGAN, Raymond (1921, † 27.04.2007, Frankrijk)
PRONK, Gerrit (1952, Nederland)
RICHEZE, Mauro Abel (1985, Argentinië)
ROBIJNS, Remy (1986, België)
SCHULZE, Wolfgang (1940, Duitsland)
VELZEN, Jan van (1975, Nederland)
VORGANOV, Edouard (1982, Rusland)
WISNIOWSKI, Lukasz (1991, Polen)
ZABEL, Rick (1993, Duitsland)

of ons op deze datum ontvielen:
DACQUAY, Jean (2014, † 07.12.2014, Frankrijk)
GEURTS, Jos (2012, † 07.12.2012, België)
KOCH, Norbert (2010, † 07.12.2010, Nederland)
PASQUIER, Arthur (1963, † 07.12.1963, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 7 december 2016 0:00

Mijn wielervriend Philip van der Ploeg is een eminent amateurfotograaf, wiens foto’s al dikwijls op de slogblog zijn vertoond. Vaak beelden van Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije, de koersen die hij met zijn camera jaarlijks bezoekt.

In Roubaix had hij, en hij niet alleen, altijd een favoriet plekje om te fotograferen. Bij de douches waar de renners na afloop probeerden met lekker heet water bij een natte versie de modder af te spoelen en bij droog weer al het stof dat tot in de neusgaten was doorgedrongen.

Het leverde vaak mooie plaatjes op. Nu denk ik begin december niet direct aan Parijs-Roubaix maar het toeval wilde dat ik gisteren een lang gesprek had met Servais Knaven, in 2001 winnaar in de Hel van het Noorden.

In verband met die gezamenlijke douchebeurt vertelde hij me dat hij na zijn overwinning eruitzag als een in de blubber ondergedompelde mummie. Van top tot teen bedekt met een vette kleilaag.

Het liefst had hij direct naar de douches gegaan om zich weer toonbaar te maken, maar dat mocht niet. Er moest eerst gehuldigd worden. Dus haalde de verzorger van de ploeg een washand door zijn gezicht, kreeg hij een schone pet op het hoofd en werd hem een even schoon trainingsjack aangetrokken. Zo ging hij het podium op, terwijl de modder op zijn vieze kleren stolde.

Vervolgens moest hij met de overwinningstrofee in de vorm van een kei vele minuten lang in alle standen poseren voor een leger fotografen uit de hele wereld. Nadat hij ook nog eens alle vragen had beantwoord in de microfoons van tv-ploegen en radiojournalisten moest hij nog naar de persconferentie waar de krantenmannen hem opnieuw alle vragen stelden die hij al op radio en tv had beantwoord.

Toen het eindelijk allemaal achter de rug was mocht hij zo’n anderhalf uur nadat hij dolgelukkig over de streep was gekomen, naar die zo weldadige douche. Het werd hem door iedereen gegund, maar in die beroemde ruimte aangekomen, waar hij zich eindelijk van zijn door de opgedroogde modder verstijfde koerskleren kon ontdoen, wachtte hem een onaangename verrassing.

In alle cabines waren de afvoerputjes verstopt door de enorme hoeveelheid blubber die van de rest van de renners was afgekomen, maar was ook nog eens al het hete water op. Ook de grootste boiler houdt het voor gezien als zo’n honderd renners onder de douche hebben gestaan. En dat er voor de winnaar niets meer over was, daar maakte niemand zich druk om.

Een jaar later was er in zijn eigen cabine met het koperen plaatje met zijn naam erop en wel weer warm water. Maar toen was er een andere winnaar. Servais kon er wel om lachen. Voor de foto!
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 6 december 2016 12:00

De wielersport kent kleine kampioenen, grote kampioenen en legendes. Die laatste groep is het geringst in omvang. Ze stammen allemaal uit het tijdperk van vóór de uitgebreide TV-reportages.

Daarin kunnen we zelf zien hoe zwaar ze het hebben en hoe goed of minder goed ze zijn. Vroeger waren we afhankelijk van de journalisten die namens ons naar hun verrichtingen mochten kijken.

Omdat ze het ook niet van minuut tot minuut konden zien, soms bijna helemaal niet, werd regelmatig de duim aangesproken om een mooi verhaal uit te zuigen.

Er zal wel iets waar zijn geweest van de verhalen over Charly Gaul, die er op neerkwamen dat hij meer kon dan anderen als het heel slecht weer was.

Pas als het goot van de regen, stormde, onweerde, hagelde en wat nog niet meer aan natuurlijke ellende uit het grijze zwerk op de renners neerstriemde, was de kleine Luxemburger in zijn element. Er was natuurlijk wel veel van waar en het was op dat soort dagen dat hij zijn grootste overwinningen behaalde. In de Tour en in de Giro.

Maar overdreven werd er vast wel en zo ontstonden mythologische verhalen die generatie na generatie aan elkaar doorverteld werden en er zijn slechts wat bibberige camerabeelden uit journaals om het tegen te spreken.

Maar dat geeft niet, want de legendarische verhalen over Coppi, Bartali, Robic, Koblet, Kübler en Gaul zijn te mooi om ze als overdreven af te doen en ook ik krijg er nooit genoeg van ze te lezen.

Wielerlegendes hebben gemeen dat ze allemaal jong overleden zijn en ga me nu niet vertellen dat Kübler nog leeft en Bartali stokoud is geworden. Ze werden allebei eerzame burgers na hun loopbaan en daarmee stierf de legende.

Gaul heeft het nog jaren weten te rekken door zijn imago van de eenzame zonderling, die door de Luxemburgse wouden trok ver weg van de publiciteit.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 6 december 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AGNOLUTTO, Christophe (1969, Frankrijk)
ARROYO ROSALES, Miguel (1966, Spanje)
AUGÉ, Stéphane (1974, Frankrijk)
BOSSAER, Gatien (1990, België)
CORDANG, Mathieu (1869, † 24.03.1942, Nederland)
DE CORTES, Basile (1921, † 31.10.2011, Frankrijk)
FRANSSEN, Joep (1899, † 27.02.1975, Nederland)
GROENEVELD, Carola (1986, Nederland)
GROSSIMLINGHAUS, Klemens (1941, † 27.06.1991, Duitsland)
HEEREN, Cornelis (1960, Nederland)
IMPEY, Darryl (1984, Zuid-Afrika)
KIRCHEN, Jim (1932, † 05.12.1997, Luxemburg)
MOUJICA, Jean-Marie (1934, † 24.03.2015, Frankrijk)
NEGRI, Fabio (1982, Italië)
SCHWAGER, Patrica (1983, Zwitserland)
SEBREGTS, Léon (1939, Nederland)
VERCRUYCE, Jim (1988, België)
ACEVEDO, Janier Alexis (1985, Colombia)
CONTADOR VELASCO, Alberto (1982, Spanje)
CALMEJANE, Lilian (1992, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
BROEK, Henk van de (2003, † 06.12.2003, Nederland)
DIEDERICH, Bim (2012, † 06.12.2012, Luxemburg)
FAGGIN, Leandro (1970, † 06.12.1970, Italië)
FRIOL, Emile (1916, † 06.12.1916, Frankrijk)
OOMS, Henk (1993, † 06.12.1993, Nederland)
PEETERS, Maurice (1957, † 06.12.1957, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 6 december 2016 0:00

Op de cover van het blad Wielersport, dat vandaag precies 53 jaar geleden verscheen, staat een foto van een lachende Peter Post. Hij toonde zijn blijdschap nadat hij met zijn Zwitserse koppelgenoot Fritz Pfenninger in 1963 de Zesdaagse van Brussel had gewonnen.

Post en Pfenninger hadden in de laatste twee uur, toen achter dernymotoren werd gereden, alleen in Rik Van Steenbergen en diens Deense partner en schoonzoon Palle Lykke Jensen nog concurrenten van betekenis.

Bij het ingaan van de finale hadden deze beide formaties al de leiding, tezamen met de Duitser Klaus Bugdahl gekoppeld aan de Belg Willy Vannitsen. Dat koppel viel echter snel terug en eindigde met zeven ronden achterstand als vierde.

Rik Van Looy kwam er met Hugo Scrayen ook niet meer aan te pas. Met zes ronden achterstand eindigden ze op de derde plaats. Het geeft aan met welk een geweld de finale door de twee leidende koppels werd verreden.

Post-Pfenninger en Van Steenbergen-Lykke leverden inderdaad een verbitterde strijd om de overwinning, waarbij de uitslag tot het laatste ogenblik onzeker bleek.

Post, die de avond ervoor nog had beloofd in de finale wat te laten zien, slaagde er met Pfenninger in alle aanvallen van het concurrende koppel te pareren, waardoor het hogere puntentotaal voldoende was voor de overwinning.

Het was voor Post zijn zeventiende zege in een zesdaagse. Er zouden er tot 1972, toen hij na een zware val in Rotterdam gedwongen afscheid moest nemen, nog 48 volgen. De meeste hiervan (negentien) won hij met Pfenninger.

Als zoon van een Amsterdamse slager haalde de jonge Peter alle vakdiploma's, maar slager werd hij niet. De liefde voor het wielrennen was groter. Hij had talent, dat bleek al toen hij op de zware transportfiets bestellingen rondbracht. Op hetzelfde vehikel werd hij in 1949 Amsterdams kampioen voor slagersjongens.

In 1956 werd hij beroepsrenner en hij ontwikkelde zich vooral op de baan tot een grootheid. Hij werd tot 'Keizer van de Zesdaagsen' gekroond nadat hij er 41 had gewonnen en onttroonde daarmee Van Steenbergen die op veertig was blijven steken.

Op de weg won hij ruim honderd koersen, waarbij zijn overwinning in Parijs-Roubaix in 1964 er natuurlijk uit springt. Het record van de snelst verreden Parijs-Roubaix ooit staat nog altijd op zijn naam. Daarnaast won hij ook de Ronde van Nederland, de Ronde van België en de Ronde van Duitsland.

Na zijn afscheid werd hij wedstrijdleider van enkele zesdaagsen. In Londen legde hij de contacten die zouden leiden tot het ontstaan van de fameuze TI-Raleigh-ploeg.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 5 december 2016 12:00

De profcarrière van Emiel Rogiers, die van 1944 tot en met 1950 duurde, kent weinig hoogtepunten. Wat overwinningen in kermiskoersen en daarmee zou hij al lang vergeten zijn, als hij in 1948 niet de eerste Ronde van Nederland had gewonnen.

Die eerste profronde door ons land was er eentje met veel incidenten, waarvan de overwinning van Rogiers de laatste was. Dat speelde zich namelijk pas een jaar na afloop af in de burelen van de UCI, nadat het protest van de Belgische wielerbond was behandeld.

Niet de Luxemburger Jean Goldschmidt, maar Emiel Rogiers werd tot definitieve winnaar uitgeroepen. Wat was er gebeurd? Wat was er niet gebeurd in die tumultueus verlopen eersteling?

Tijdens de tweede etappe van Groningen naar Enschede ging een groep van zes renners, onder wie Goldschmidt, aan de haal. In de buurt van Aalten stuurde een onoplettende koddebeier de zes echter de verkeerde kant op.

Ze kwamen op een smal boerenweggetje uit met drie volgauto’s achter zich aan. Pas na vier kilometer ontdekten ze in die auto’s dat er iets niet klopte. Goede raad was duur. De weg was zo smal dat keren onmogelijk was en dus werd besloten tot achteruitrijden. De auto's, niet de renners.

Toen ze aldus weer op de goede weg zaten, was het peloton allang gepasseerd en de zes reden op hun gemak naar de finish in Enschede, waar ze met ruim een uur achterstand arriveerden.

Daar besloot de jury dat de zes dezelfde aankomsttijd moesten krijgen als de winnaar van de etappe, de Rotterdammer Wim de Ruyter. Protesten hielpen niet en Goldschmidt werd uiteindelijk winnaar van de ronde.

Rogiers, die de derde etappe op zijn naam had geschreven, eindigde als tweede met een achterstand van 1’52”. De Belgen dienden direct een officieel protest in tegen de gang van zaken en kregen een jaar later gelijk. De wielerhistorie kon een papieren winnaar noteren. Vast niet de eerste en er zouden er nog vele volgen.

Het was die beslissing die Emiel Rogiers uiteindelijk aan de vergetelheid ontrukte.

In die ronde gebeurden nog veel meer vreemde dingen, want eigenlijk had de Zaankanter Cor Bakker die ronde moeten winnen.

Het Limburgse heuvelland was het decor van de vierde etappe en Bakker reed die dag superieur, net als zijn ploeggenoten Bouk Schellingerhoudt en Gerard van Beek, alle drie uit de Zaanstreek.

Met bijna zeven minuten voorsprong op Van Beek en meer dan tien minuten op Goldschmidt kreeg Bakker in Maastricht de oranje leiderstrui aangemeten. Wie zou hem met die voorsprong nog van de overwinning af kunnen houden?
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 5 december 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ARAMENDIA LORENTE, Javier (1986, Spanje)
BUIS, Leen (1906, Nederland)
CENGHIALTA, Bruno (1962, Italië)
EUSER, Lucas (1983, Verenigde Staten)
FRANSEN, Rick (1985, Nederland)
GAZTAÑAGA ECHEVERRIA, Manuel (1979, Spanje)
HEEREN, Cees (1900, † 07.05.1976, Nederland)
JANSEN, Britt (1991, Nederland)
LANGARICA LIZASOIAN, Dalmacio (1919, † 24.01.1985, Spanje)
MEERSMAN, Gianni (1985, België)
PAUL, Ernest (1881, † 00.00.1964, Frankrijk)
RODRIGUEZ OLIVER, Joaquin (1979, Spanje)
ROWSELL, (1988, Groot Brittannië)
ROZZINI, Chiara (1983, Italië)
SCHEPERS, John (1944, † 20.04.1995, Nederland)
SIMON, Jerôme (1960, Frankrijk)
SULZBERGER, Bernhard (1983, Australië)
TALBOURDET, Georges (1951, † 05.12.2011, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
DIJK, Piet van (2010, † 05.12.2010, Nederland)
KIRCHEN, Jim (1997, † 05.12.1997, Luxemburg)
TALBOURDET, Georges (2011, † 05.12.2011, Frankrijk)
VLEUTEN, Jos van der (2011, † 05.12.2011, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 5 december 2016 0:00

“Ik betrapte mezelf er op dat ik voorzichtig liep, bang om te vallen. Ik word nu toch echt een oud wijf.” We moeten er om lachen. Minie Brinkhoff en ik. We kennen elkaar al ruim 45 jaar; vriend en vijand verbazen zich over onze vriendschap. Die kenmerkt zich namelijk door onderbrekingen waarin we elkaar niet zagen of spraken ten gevolge van ruzie, jaloezie, onbegrip.

De periodes dat we ‘on speaking terms’ zijn, zijn gelukkig langer dan het tegenovergestelde. Eigenlijk is het gewoon heel prettig dat er mensen in je leven zijn die jou en je verleden zo goed kennen. Dat maakt dat je weinig hoeft uit te leggen en je na een periode van geen contact hebben, de draad zó weer op kunt pakken. Alsof er soms geen jaren tussen hebben gezeten.

Minie was achttien en ik vijftien toen we elkaar in 1971 leerden kennen. Ze kwam meestal alleen naar de wedstrijden toe, waar ik standaard door mijn vader werd begeleid. Geboren en getogen in Zevenaar, maar eind jaar 1971 verhuisde het gezin Brinkhoff naar Bontebok, een klein dorp in de buurt van Heerenveen.

Drie keer in de week trainden we op de baan in Alkmaar en dat was voor Minie reden om in 1972 naar Noord-Holland te verhuizen. Eerst was ze een poosje bij ons in huis en daarna bij een hospita in Zaandam.

Ik vond haar bar interessant want Minie was voor niets of niemand bang. Ze stapte overal op af en zat nooit om een woord verlegen. Ik volgde haar trouw en genoot als ik in haar spoor in het gezelschap van ‘beroemde’ wielrenners kon zijn. Zonder haar had ik absoluut de moed niet gehad om een praatje met die jongens aan te knopen.

Aan de andere kant vond ik haar ook bloedirritant omdat ze bij het trainen altijd met een half wiel voor het mijne wilde rijden. Als ik dan probeerde weer op gelijke hoogte te komen, dan versnelde ze telkens een beetje. Eén keer was ik zo kinderachtig om in mijn remmen te knijpen en om te draaien.

Samen hadden we in 1971 onze eerste uitzending naar het WK in het Zwitserse Mendrisio (foto 1). Op zich een hele ervaring voor twee jonge meiden. We hebben ook heel wat afgelachen samen. Zoals die keer toen we in Stein, Limburg, verwacht werden bij een collega wielrenster, waar we het adres niet van kenden.

“Ik hang de zak van Ketting (onze sponsor) wel voor het raam”, had ze gezegd. Ze bedoelde uiteraard de koerszak, maar wij lagen blauw van het lachen bij de gedachte de zak van Ton Ketting voor het raam te zien hangen.

Minie trouwde, ging in Amsterdam wonen, werd moeder en verhuisde daarna weer naar Friesland. Onze relatie verslechterde door roddel en achterklap in het peloton. De cultuur was destijds van dien aard dat wanneer je contact had met de één je kennelijk niet met de ander door één deur mocht gaan.
... Lees meer
Door Willy Wiersma-Kwantes, 4 december 2016 12:00

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 959 960 961 Volgende »