ad ad ad ad

Welkom aan de digitale stamtafel van de Slogblog


De vader van Guus Bierings wilde dolgraag wielrenner worden. Zijn Belgische oom won twee keer de Grote Schelde Prijs, maar vlak voor Godfried de Vocht in de Tour zou debuteren, maakte een zware val een eind aan zijn carriere.

En aan de wieleraspiraties van zijn neefje, want diens ouders vonden die wielersport veel te gevaarlijk.

Jaren later stimuleerde douaneambtenaar Bierings de wielerambities van zijn zoon Guus. Dat was een talentje en als neo-amateur werd hij opgepikt door Jan van Erp om deel uit te gaan maken van de beroemde paarse brigade. Tussen de bedrijven door behaalde Guus het diploma gymnasium alpha.

Guus Bierings was een temperamentvol rennertje die van alle markten thuis was. Al in het tweede seizoen bij de amateurs werd hij opgemerkt door de bondscoach en met jongens als Arie Hassink en Theo de Rooij ging hij mee naar buitenlandse etappewedstrijden en naar het WK.

Het seizoen 1978 begon slecht. In maart brak hij zijn elleboog en dat raakte geïnfecteerd. Wekenlang kon hij geen fiets aanraken. Toen het weer mocht was hij snel weer in vorm en onder leiding van bondscoach Rini Wagtmans reed hij een puike tijdrit in de Ronde van Henegouwen.

Hij kreeg direct de toezegging dat hij een plaats had verdiend in de tijdritploeg voor het WK.

In juni viel hij weer en met een gebroken sleutelbeen stond hij wederom een aantal weken aan de kant. Bij Wagtmans is echter een woord een woord en met zijn ploeggenoten Bert Oosterbosch en Bart van Est en met trainingsmaat Jan van Houwelingen begon Guus aan de maandenlange voorbereiding op het WK in het Westduitse Brauweiler.

Ze gingen van de ene zware wedstrijd naar de andere en het zelfvertrouwen groeide met de dag.

Collega Piet van der Kruys zag de vier het parcours oprijden en hij schrok van de blik in hun ogen. Geconcentreerd en onoverwinnelijk als gladiatoren. Er stond geen maat op het viertal en met grote overmacht werd de wereldtitel behaald.

Voor de intelligente Bierings is een profbestaan nooit een hartewens geweest. Natuurlijk dacht hij er wel eens aan, maar hij wilde geen nobody worden. Hij reed regelmatig mee in open wedstrijden en het sfeertje bij de profs stond hem niet echt aan. Bovendien was er het dopingverhaal, dat toen nog een grote rol speelde in de beroepswielrennerij.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BOZZOLO, Laura (1985, Italië)
CRIBIORI, Franco (1939, Italië)
DE ROSSO, Guido (1940, Italië)
FABBRI, Fabrizio (1948, Italië)
FOGEN, Stefano (1979, Luxemburg)
GONZALEZ LARRANAGA, Gorka (1977, Spanje)
HERNÁNDEZ BLAZQUEZ, Jesús (1981, Spanje)
KELDERMAN, Stefan (1988, Nederland)
KOCKERING, Lena (1989, Duitsland)
MOOLENIJZER, Harry (1935, Nederland)
PLANCKAERT, Baptiste (1988, België)
RAVARD, Anthony (1983, Frankrijk)
WORRACK, Trixi (1981, Duitsland)
VAN GLABEKE, Shana (1993, België)
ZONNEVELD, Thijs (1980, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
LUYTEN, Henri (1954, † 28.09.1954, België)
WOUTERS, Philippe (1976, † 28.09.1976, België)
Door Fred van Slogteren, 28 september 2016 0:00

De foto is al enkele jaren oud, maar bij iedere veldrit of ieder criterium zie je van dit soort mannen staan. De leeftijd gepasseerd om nog mee te doen, maar met een bepaalde routine die verraadt dat het geen vreemde in Jeruzalem is.

Soms is er dan een oplettende toeschouwer die de man herkent en van een afstandje een foto maakt. Een gedateerde racefiets, een wollen trainingspak, een lullig petje met reclame.

Die mij onbekende fotograaf die deze oud-renner spotte zal geweten hebben dat deze Duitser ooit winnaar was van de Ronde van Spanje, veertien keer kampioen van zijn land in het veldrijden is geweest en in die discipline ook nog eens drie keer wereldkampioen was.

Dat is niet misselijk, want zo iemand kom je niet elke dag tegen. Een renner die ooit zesde was in de Tour de France en onder andere eindwinnaar was van Parijs-Nice.

Rolf Wolfshohl is de naam en dat was in de jaren zestig een grote meneer. Iemand die op de weg tot de favorieten behoorde in de belangrijke koersen.

Maar ook iemand die, zodra de Ronde van Lombardije verreden was, de wegfiets verruilde voor de crossfiets, zoals zijn land- en generatiegenoot Rudi Altig met de baanfiets meteen het zesdaagsencircuit indook.

Rolf Wolfshohl was wereldkampioen veldrijden in 1960, ’61 en ’63. Hij werd in de periode van 1958 tot en met 1973 ook nog vijf keer tweede en vier keer derde. Een echte specialist dus. Waarom dan ook op de weg rijden?
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 12:00

Benoni Beheyt was in 1963 een jonge renner met grote toekomstmogelijkheden. Hij had veel talent en met zijn scherpe eindschot werd hij gezien als een kandidaat om de plaats van Rik Van Looy in te nemen. Hij had een contract bij Wiel’s Groene Leeuw, zo’n echte Vlaamse ploeg vol met kasseienvreters. Het Belgische wielrennen werd in die tijd beheerst door Van Looy.

Die was al twee keer wereldkampioen geweest toen in 1963 de Belgische ploeg voor het WK in eigen land werd samengesteld. Rik II wilde per se een derde titel binnenhalen en had een grote vinger in de pap bij het samenstellen van de Belgische ploeg.

Daarom bestond de nationale selectie dan ook grotendeels uit slaafse types uit zijn eigen Flandria-formatie, aangevuld met coureurs uit andere ploegen. Er werden harde afspraken gemaakt en iedereen zou zich volledig in dienst stellen van de Keizer van Herenthals.

Ondanks het zware parcours in de Vlaamse Ardennen ging er uiteindelijk toch een grote groep op de streep af en Van Looy had als razendsnelle finisher de beste papieren en was er van overtuigd die derde titel te gaan behalen.

Ondanks de afspraken hadden de mannen van Wiel’s Groene Leeuw toch een dubbele agenda. Gilbert Desmet zou veel te vroeg de sprint aantrekken voor Van Looy. Die zou daardoor te vroeg op kop komen en voortijdig stilvallen. Beheyt kon dan zogenaamd per ongeluk profiteren en wereldkampioen worden.

Zo gezegd, zo gedaan, maar niemand had erop gerekend dat Rik II na dat stilvallen een idiote manoeuvre zou maken waardoor het een chaotische sprint werd. Vrijwel iedereen werd door die actie van Van Looy kansloos, maar Beheyt kon, door zich aan Van Looy vast te grijpen een val voorkomen en als eerste over de streep gaan.

Van Looy sprak van verraad en Beheyt had zijn eigen lezing. De enig juiste beslissing had diskwalificatie van de twee moeten zijn, maar dat durfde de jury niet aan. De Vlaamse wielerwereld verdeelde zich prompt in twee kampen, één voor en één tegen Van Looy en de discussie heeft maanden geduurd.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AMORIM FERRAO TAVARES, Luiz (1977, Brazilië)
CASERO MORENO, Angel Luis (1972, Spanje)
GARCIA QUESADA, Adolfo (1979, Spanje)
HAEMERLINCK, Alfred (1905, † 10.07.1993, België)
HEIDEN, Beth (1959, Verenigde Staten)
HEIRWEG, Dirk (1955, België)
HORRILLO MUNOZ, Pedro (1974, Spanje)
IGNATENKO, Petr (1987, Rusland)
KESSELS, Piet (1949, Nederland)
KLOUCEK, Lukas (1987, Tsjechië)
KOLESSOV, Alexej (1984, Kazachstan)
MISAC, Jean Claude (1948, † 11.09.1975, Frankrijk)
RANSCHAERT, Bram (1901, † 29.11.1987, Nederland)
WEYLANDT, Wouter (1984, † 09.05.2011, België)
ZANDBEEK, Ronan van (1988, Nederland)
HOULE, Hugo (1990, Canada)
DIEMEN, Jurgen van (1991, Nederland)
DEMPSTER, Zakkari (1987, Australië)

of ons op deze datum ontvielen:
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 0:00

De strijd om de wereldtitels op weg en baan vond in 1975 plaats in België en was voor Nederland ongekend succesvol. Wielersportminnend Nederland sprak nog lang na over Rocourt, Mettet en Yvoir.

Er werden maar liefst zes gouden, een zilveren en twee bronzen medailles veroverd. De oogst had zelfs nog groter kunnen zijn, als Cees Stam bij de profstayers het goud had gepakt, dat hij niet had mogen verspelen aan de West-Duitser Dieter Kemper.

De namen Roy Schuiten (achtervolging profs), Gaby Minneboo (stayers amateurs), Keetie van Oosten-Hage (achtervolging dames), Tineke Fopma (weg dames), Ad Gevers (weg amateurs) en Hennie Kuiper (weg profs) werden in gouden letters geschreven.

Op de cover van Cyclisme Magazine staat een sprintfenomeen van toen, de Franse baansprinter Daniël Morélon. Hij won zijn zevende wereldtitel op de betonnen wielerbaan van Rocourt, nabij Luik.

Hij moest er diep voor gaan want tegen de Italiaan Giorgio Rossi had hij drie ritten nodig. De teleurstelling van een jaar eerder, toen hij de titel verloor aan de Tsjech Anton Tkac, was vergeten.

Morélon won zijn eerste internationale medaille reeds in 1963 toen hij derde werd in het sprinttoernooi van de Mediterrane Spelen. Samen met die andere Franse topsprinter, Pierre Trentin, won hij ook nog zilver op de tandem.

Met de zilveren plak op het WK 1964 en de bronzen Olympische plak in Tokio was zijn naam definitief gevestigd. Zijn totaal aan eremetaal zou uiteindelijk uitkomen op acht wereldtitels (zeven op de sprint en één op de tandem) en vijf Olympische medailles (drie keer goud, één maal zilver en eentje van brons).

Daarmee werd hij in één adem genoemd met de Belg Jef ‘Poeske’ Scherens en de Italiaan Antonio Maspes. Met dit verschil, dat die twee hun zeven regenboogtruien verdienden bij de profs, terwijl Morélon zijn titels als amateur behaalde.

Morélon is een product van het Franse sportbeleid dat begon toen de Franse president Charles De Gaulle een minister voor sport benoemde om de failliete Franse sportboedel te redden. De Olympische kanshebbers werden sindsdien met alle moderne faciliteiten en rinkelende francs verwend.

Zo konden Morélon, Trentin en andere amateurs zich optimaal op alle grote toernooien voorbereiden. Waarom zouden ze dan die zekerheid opgeven voor een onzeker bestaan als beroepsrenner?
... Lees meer
Door Jan Houterman, 26 september 2016 12:00

Jean Malléjac was een knappe renner die in 1953 tweede werd in de Tour de France. Achter een ongenaakbare Louison Bobet die dat jaar de eerste van zijn drie Touroverwinningen realiseerde.

Een jaar later werd Malléjac vijfde. Behoudens uitslagen in de grote rondes – hij reed ook de Giro en de Vuelta – is er niet veel van hem bekend, want hij brak geen potten in de klassiekers.

Hij was een echte ronderenner die naam maakte als jachtrijder en sterk daler. In het klimmen was hij geen bijzonder talent, maar met moedig dalen kon hij de opgelopen achterstanden meestal weer goedmaken.

Iemand die ooit tweede was in de Tour, dient natuurlijk niet vergeten te worden. Maar Malléjac was geen opvallend coureur en het gevaar dat hij na zijn wielercarrière, die in 1958 eindigde, niet lang in de harten van de Fransen zou voortleven was zeer groot.

Maar iedereen weet nog steeds wie hij is. In Nederland noemden wij hem Malle Sjaak, nadat hij 1955 bij de beklimming van de Mont Ventoux van zijn fiets was gevallen en levenloos bleef liggen.

Nou ja levenloos, hij was wel bewusteloos maar hij schokte hevig met zijn ledematen en het schuim stond hem op de mond. Ik zie de beelden in het Polygoon Journaal nog voor me.

De renners wisten wel wat er met de Fransman uit Bretagne aan de hand was, maar het grote publiek niet. Dat renners zich drogeerden was toen nog niet zo bekend.

In diezelfde tijd kwam ik in het bezit van een artikel uit De Maasbode, dat een oom voor me meebracht omdat hij wist dat ik dat wielrennen wel mooi vond.

Het was geschreven door Martin Duyzings en het ging over Ferdi Kübler, Tourwinnaar van 1950. Het beschreef het gedrag van de Zwitser na een wedstrijd. Schuimbekkend kwam hij van zijn fiets een overdreven druk en ongecontroleerd gedrag vertonend.

Hij blafte de mensen om hem heen af en sloeg wild om zich heen. De oorzaak was – volgens het artikel – het gebruik van geheimzinnige pilletjes waar je heel opgewonden van werd en die de vermoeidheidsgrens in een rennerslichaam zouden verleggen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 26 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BONDUEL, Frans (1907, † 25.02.1998, België)
BOTTER, Sjoerd (1984, Nederland)
BRAAM, Elisabeth (1984, Nederland)
BULLA, Max (1905, † 05.03.1990, Oostenrijk)
DELEDDA, Adolphe (1919, † 09.10.2003, Frankrijk)
GAUTIER, Cyril (1987, Frankrijk)
GRIFI, Sara (1988, Italië)
KNECHT, Hans (1926, † 08.03.1986, Zwitserland)
MATTHEWS, Michael (1990, Australië)
MELCHERS, Mirjam (1975, Nederland)
MONCASSIN, Frédéric (1968, Frankrijk)
NIETVELT, Jeroen (1984, België)
NIJDAM, Henk (1935, † 30.04.2009, Nederland)
PETIT, Adrien (1990, Frankrijk)
POLLING, Peter-Jan (1990, Nederland)
PREISKEIT, Hans (1920, † 26.06.1972, Duitsland)
RABON, Frantisek (1983, Tsjechië)
SCHMÄH, Elias (1986, Zwitserland)
WETTEN, Arie van (1934, † 01.10.2013, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
AGOSTONI, Ugo (1941, † 26.09.1941, Italië)
GRAMSER, Willy (2008, † 26.09.2008, Nederland)
LEENE, Gerard (1966, † 26.09.1966, Nederland)
SCHEPERS, Wim (1998, † 26.09.1998, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 26 september 2016 0:00

Het was weer de week van de Eneco Tour, die vanaf volgend jaar geen Eneco Tour meer zal heten. Een nieuwe sponsor heeft zich nog niet aangediend, heb ik begrepen. Wat betekent dat we ons hart moeten vasthouden voor het voorbestaan van deze mooie koers door Nederland en België.

Het is ieder jaar weer een spel om seconden, met vaak de tijdrit als beslissende factor. Het kan ook vandaag nog gebeuren in de afsluitende rit in lijn over de Vlaamse heuvels, eindigend op De Muur van Geraardsbergen. Ik vermoed echter dat de voorsprong van Rohan Dennis (foto 1) voldoende zal zijn.

Toen een half jaar geleden bekend werd dat Rusland, het grootste land ter wereld, tijdens de winterspelen van Sotsji de hele wereld had belazerd met het manipuleren van de dopingonderzoeken, keek ik niet vreemd op.

Dat land had daar al tientallen jaren de hand mee gelicht toen het Kremlin nog de dienst uitmaakte in de Sowjet Unie. Poetin is zogenaamd democratisch gekozen maar is natuurlijk gewoon een ouderwetse dictator in de vertrouwde Sowjetstijl.

De ontkenningen bleven niet lang op zich wachten, zoals de Poetinkliek alles ontkent door de beschuldigende vinger om te keren richting het westen. MH17 uit de lucht geschoten? Voedselkonvooien in Syrië gebombardeerd? Dopinggebruik? Onze naam is haas! Om dan terug te slaan met een jijbak.

Het lijkt me waarschijnlijk dat er in die geest een peloton slimme hackers is ingehuurd om de computers van de WADA te kraken. Het resultaat is van de week bekend geworden. De namen van Froome, Wiggins en Cancellara liggen op straat.

Vooral het misbruik met gezondheidsattesten brengt de UCI in verlegenheid. Het valt niet te ontkennen: de Russen hebben een punt.

Wiggins (foto 2) blijkt voor zijn astmaverschijnselen Triamnocolon ingespoten te krijgen, een middel zo heb ik gelezen waar een zware astmapatiënt spontaan van gaat huppelen en fluiten om vervolgens een Tour te winnen en het werelduurrecord te verbeteren.

Tom Dumoulin is er heel boos over geworden en nagelt Sir Bradley, de Britse wielerbond en de UCI aan de schandpaal. De UCI beschuldigt hij in De Limburger van boevenpraktijken door in zee te gaan met een land als Qatar, waar over drie weken de wereldkampioenschappen worden gehouden.

Er zal wellicht nog meer naar buiten komen, want de Russen voelen zich diep vernederd. En dan denk ik: ‘daar gaan we weer. Het houdt niet op.’ Na een paar jaar rust en de illusie naar schone sport te kijken zijn er ineens weer ernstige beschuldigingen en ligt de wielersport weer onder vuur.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 25 september 2016 12:00

Toen ik in 1998 bezig was aan de biografie van Peter Post, zei één van de geïnterviewden tegen me: “Je moet eens met De Cauwer gaan praten. Ik denk dat die een mooi afgerond beeld heeft van Post.”

Toen ik hem belde en hij had vernomen wat ik van hem wilde, zei hij: “Het moest er een keer van komen dat mij naar Post wordt gevraagd. Dat wordt niet eenvoudig."

Hij was geen groot renner, maar maakte van de ruwe diamant Hennie Kuiper een toprenner. Natuurlijk heeft Kuiper dat ook zelf gedaan, maar had in het begin van zijn carrière wel iemand nodig die hem zelfvertrouwen gaf.

Zeker toen hij bij Raleigh reed met al die mondige gasten die net zo goed konden lullen als fietsen. Knetemann en Post zorgden voor dat gehaaide Amsterdamse sfeertje waar een boertje van buûtn niet altijd weerwoord op had.

De Cauwer had dat wel en hield Kuiper uit de wind. Net als in de koers want hij werd de meesterknecht van De Kuip. De Belg had een geweldig koersinzicht en daar heeft Hennie optimaal van geprofiteerd.

En geleerd, want na verloop van tijd zag hij ook heel goed zijn kansen om ze vervolgens heel vaak te benutten, ook toen De Cauwer was gestopt en hij het alleen moest doen. De Cauwer werd daarna een van de beste ploegleiders uit de geschiedenis die onder andere Greg LeMond naar zijn tweede Tourzege leidde.

De Amerikaan werd na zijn eerste Tourzege in 1986 tijdens een jachtpartij door een collega jager voor een fazant aangezien en met hagel doorboord. Het duurde lang voor hij fysiek weer helemaal honderd procent was, maar geen enkele ploegleider had het geduld om hem ook mentaal weer naar de top terug te brengen. De Cauwer wel.

Dat was in 1989, nadat hij een jaar eerder Eddy Planckaert over zijn angst voor de bergen had heen geholpen. En wel zodanig dat de gekende speelvogel voor het eerst de Tour uitreed en met de groene trui van het puntenklassement in Parijs arriveerde.

José De Cauwer was vervolgens een succesvolle bondscoach, een begripvolle begeleider van jonge talenten bij de Lotto-ploeg en wat mij betreft is hij nu al weer jaren de beste tv-commentator binnen het Nederlandse taalgebied.

Hij vertelde die middag heel veel over Peter Post dat in het boek terecht is gekomen. Hij sprak over de haat-liefde-verhouding tusen de Amstelveense ploegbaas en zijn mannen. Die paarden diep respect aan soms grote weerzin. De ploeg bleef jaren intact omdat er zoveel werd gewonnen en dus goed verdiend.

Die rivaliteit bleef, bestaan toen een aantal van zijn renners ook ploegleider was geworden. Raas, Priem, Kuiper, De Cauwer ze wilden in de ploegleiderswagen maar één ding: van Post winnen en hem het liefst vernederen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 25 september 2016 9:00

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 937 938 939 Volgende »