ad ad ad ad

Welkom aan de digitale stamtafel van de Slogblog


Een aardig plaatje dat ik u niet wil onthouden, al stelt het niks voor. Een Belgisch kinderzitje. Kinderfietsjes en toebehoren hadden in de oude tijd iets vertederends.

De fietsjes waren op schaal kleiner dan hun grote voorbeeld, met dunnere buizen, kleine handvatjes voor de kinderknuistjes, remgreepjes waar ze met hun hand ook bij konden, smalle bandjes en smalle pedaaltjes.

Wat je bij moderne kinderfietsjes nu vaak ziet, is een derailleur die over de grond sleept, banden als van een legervoertuig, full size remgrepen en veel plastic.

De kinderzitjes van vandaag zijn onderworpen aan CEN-veiligheidsvoorschriften; het zijn halve carrosserieën van plastic, met kussentjes die toch gewoon regenwater opslurpen, veiligheidsriemen en ingewikkelde ophangconstructies om het ding aan de fiets te kunnen hangen.

Vooruitgang is, dat de kinderen lekker zitten, en dat hun billetjes van buitenaf nat worden geeft niks omdat ze tot op hoge leeftijd in een pamper gewikkeld worden.

En zoals met alles waren er vroeger zowel prachtige lederen kinderzitjes, miniatuurzadeltjes eigenlijk, voor bij mama achterop of bij pappa op de stang. Wie van mijn generatie is er niet groot op geworden.

Maar er waren natuurlijk ook goedkope prullen, manden van wilgentenen, of kinderzitjes die ook dienst konden doen als wandelwagentje, met een eikenhouten zitje en rugleuning, van duur tot goedkoop en omgekeerd.
... Lees meer
Door Otto Beaujon, 18 augustus 2017 12:00

In 1953 won Loretto Petrucci voor de tweede keer Milaan-San Remo en een half jaar later Parijs-Brussel. Twee klassiekers in één seizoen. Bovendien werd hij ook nog derde in de Waalse Pijl.

Met die resultaten verzamelde hij genoeg punten om dat jaar ook de Challenge Desgrange-Colombo te winnen. Dat was de toenmalige wereldbeker. Een gigantische trofee en een aantrekkelijk geldbedrag.

Het was een geweldige piek voor de Molenaar van Pistoia, zoals zijn bijnaam luidde, in een verder vrij onopvallende carrière. Petrucci verdween weer net zo snel in de anonimiteit als hij in de schijnwerpers was gekomen.

Hij stopte in 1956 vrij plotseling met wielrennen, maar twee jaar later maakte hij een comeback. Dat had hij niet moeten doen, want de voormalige klassiekerspecialist was bij lange na niet meer wat hij geweest was.

Wie de naam van Petrucci koekelt stuit op een lawine aan uitslagen. De meeste van de renners waarmee hij die deelt, zijn overleden en sinds vorig jaar is ook Loretto niet meer onder ons.

In 1953 – zijn grote succesjaar - kocht ik elke vrijdagmiddag na schooltijd het blaadje Wielersport bij het van reuma kromgetrokken krantenmannetje bij ons op de hoek.

Bij de verslagen van zijn successen stond een foto van Loretto Petrucci. In mijn herinnering was hij als het evenbeeld van Quasimodo niet bepaald moeders mooiste.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 18 augustus 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BAENS, Roger (1933, BelgiŽ)
BAGUET, Serge (1969, † 08-02-2017, BelgiŽ)
BOER, Joris de (1989, Nederland)
HOONDERT, Peter (1961, Nederland)
KLOUCEK, Frantisek (1985, TsjechiŽ)
KVIST, Thomas Vedel (1987, Denemarken)
NEK, Piet van (1916, † 13.03.1961, Nederland)
R‹TTIMANN, Niki (1962, Zwitserland)
TEUTENBERG, Sven (1972, Duitsland)
VASSEUR, Cťdric (1970, Frankrijk)
VLIET, Jan van (1933, † 03.12.2014, Nederland)
Z÷FFEL, Roland (1938, Zwitserland)

of ons op deze datum ontvielen:
OOSTERBOSCH, Bert (1957, † 18.08.1989, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 18 augustus 2017 0:00

30 DOLLE DAGEN SPANJE

door Martin W. Duyzings

Overmorgen, zaterdag 19 augustus begint in de Franse stad Nimes de 72ste editie van de Vuelta Ciclista a España. Met veertien Nederlanders verdeeld over zes ploegen aan de start, acht meer dan in 1946 toen er zes landgenoten aan de start stonden.

In het eerste jaar in vrijheid na de Tweede Wereldoorlog was het zelfs de eerste keer dat er een Nederlandse ploeg aan de jongste van de drie grote ronden deelnam. Veel was er in ons land niet bekend over die ronde en eigenlijk ook niet over het land.

We wisten net als de illustrator van het boekomslag dat er met stieren werd gevochten, dat Spaanse schonen er de flamenco dansten en het na een bloedige burgeroorlog in 1936 een dictatuur was geworden onder de strakke hand van generaal Franco.

Als wielerland was Spanje zo kort na de oorlog helemaal onbekend terrein, omdat Spaanse wielrenners nauwelijks buiten hun eigen grenzen reden en we alleen de naam Trueba kenden we, als de eerste bergkoning in de Tour de France.

De Nederlandse ploeg vloog met een Constellation van de KLM naar Madrid en bestond uit de renners Jefke Janssen, Cees Joosen, Jan Lambrichs, Frans Pauwels, Huub Sijen en Charles van de Voorde.

Er ging ook een Nederlandse journalist mee en dat was Martin W. Duyzings, een Limburger met een fraaie barokke schrijfstijl die het wielergebeuren het liefst van een afstand bekeek en er humorvol over kon schrijven.

Hij moet het zich anders hebben voorgesteld, want het was voor hem een doffe ellende om zijn dagelijkse kopij in Nederland te krijgen. Zo veel communicatiemogelijkheden er nu zij, zo weinig waren er toen.

De telefoonlijnen tussen Spanje en de noordelijk daarvan gelegen landen bleken niet te werken en telegrammen moesten vaak grote omwegen maken, zodat ze vaak pas na vier dagen of meer op de redactie van zijn krant arriveerden.

Af en toe lukte het iets aan de bemanning van een KLM-toestel mee te geven, maar dat was maar een enkele maal. Dat moet voor Duyzings een ware beproeving zijn geweest, want die Nederlandse ploeg deed het heel goed en hij liep daarom over van de prachtige heldenverhalen over onze jongens.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 17 augustus 2017 12:00

‘Het gilde van de snelle allrounders’, zo noem ik renners als Rinus Paul wel eens in gedachten. Alleskunners op weg en baan, zoals ook zijn generatiegenoten Jopie Captein en Hennie Marinus.

Ze konden niet alleen op de weg goed mee, maar ook in het pure sprinten geraakten ze vaak op het erepodium van het nationaal kampioenschap en in het geval van Captein zelfs in de kampioenstrui.

Ook voor het stayeren draaiden ze hun hand niet om, maar hun favoriete nummer was de 50 kilometer zonder gangmaking op de baan. Daarin waren ze alle drie een keer kampioen van Nederland.

Ondanks hun veelzijdigheid zijn ze geen van drieën bij de profs echt geslaagd. Bij de beroepsrenners moet je kiezen en dan blijkt vaak dat allrounders tekort komen tegenover echte specialisten.

In de atletiek kennen we de tienkamp en als je de individuele tijden en de gesprongen, geworpen of gestoten afstanden en hoogten vergelijkt met de specialisten op de afzonderlijke nummers dan zit daar nogal wat verschil tussen.

Maar tien onderdelen redelijk beheersen, in plaats van één daar zou ook een kampioenschap voor moeten bestaan en daarom zou het best te overwegen zijn om ook een soort tienkamp voor wielrenners in te stellen. Het baanonderdeel Omnium is daarvoor te beperkt.

Als zo’n kampioenschap in de jaren zestig had bestaan dan hadden de drie bovengenoemde heren om beurten op het hoogste treetje gestaan, met de andere twee aan weerszijden. Het heeft niet zo mogen zijn.

Daarom vandaag op zijn 76ste verjaardag even aandacht voor Rinus Paul uit Den Haag. Hij heeft tussen 1959 en 1969 heel wat gewonnen en maar nipt naast een Olympische medaille gegrepen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 17 augustus 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BORRY, Kim (1985, BelgiŽ)
BOTMAN, Wim (1985, Nederland)
DE WOLF, Henri (1936, BelgiŽ)
DREESEN, Marnix (1989, BelgiŽ)
FRIEDEMANN, Matthias (1984, Duitsland)
GROEN, Roelof (1952, Nederland)
HEPBURN, Michael (1991, AustraliŽ)
HORST SR., Piet van der (1902, † 18.02.1983, Nederland)
LAVERY, Philip (1990, Ierland)
MARTENS, Renť (1907, † 21.12.1990, BelgiŽ)
NAIBO, Carl (1982, Frankrijk)
SIMEONI, Filippo† (1971, ItaliŽ)
VEKEMANS, Anisha (1991, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
BERGMANS, Toni (1932, † 17.08.2013, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 17 augustus 2017 0:00

Ons land beschikt thans over een hele generatie goede renners die met de top van de wereld kunnen wedijveren. Klimmers, klassementsrenners, sprinters, tijdrijders van wereldniveau, we hebben ze allemaal. Daar moeten we in eerste instantie Rabobank dankbaar voor zijn.

Toen de bank van de boeren in 1996 met Jan Raas in zee ging, lag het Nederlandse wielrennen op z’n gat. Het Rabobank Wielerplan financierde vanaf dat jaar niet alleen een profteam, maar ook een opleidingsploeg voor beloften en junioren.

Door talenten al in een vroeg stadium te scouten zijn de besten doorgestroomd naar een hoger niveau en langzamerhand is Nederland weer mee gaan tellen in het internationale profpeloton.

Wie de levensloop van alle Nederlandse Tourrenners uit heden en verleden in ogenschouw neemt, moet daar echter een nuance aan toevoegen. Zonder overigens iets te kort te doen aan het aandeel van Rabobank.

In de jaren zeventig werden we ons als volk bewust dat we niet al te gezond leefden. De welvaart had zijn schaduwzijden en de huisartsen merkten het aan hun overvolle wachtkamers. We waren te zwaar, we hadden een te hoge bloeddruk, kortom er moest iets veranderd worden in onze levensstijl.

Gezonder eten, meer bewegen, minder roken en drinken werd het parool. Er ontstonden sportscholen en overal zag je mensen in hun ondergoed langs de weg draven. Tegelijkertijd raakte Nederland in de ban van de wielersport door de geweldige successen van de Raleigh-ploeg van Peter Post.

De ploeg behaalde het ene succes na het andere en wonnen klassiekers en Touretappes bij de vleet. Dat willen wij ook, dachten jonge huisvaders en schaften zich een racefietsje aan. Soms was het weggegooid geld en stond het ding weg te rotten in de vochtige schuur.

Maar het merendeel van die mannen vonden na enige gewenning dat fietsen leuk en trokken steeds verder de vrije natuur in. Alleen of met een ploegje en tal van die toerfietsers werden lid van een vereniging om georganiseerd te gaan fietsen.

Die mannen hadden ook kinderen en die keken bewonderend naar die papa’s als ze bezweet terugkwamen na een tocht van honderd kilometer en meer. Dat wilden ze ook en ze zeurden hun ouders gek om ook zo’n sportief fietsje.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 16 augustus 2017 12:00

In 1957 was ik er in het Belgische Waregem getuige van dat de Belg Louis Proost in de stromende regen en na een helse finale wereldkampioen op de weg bij de amateurs werd.

Op het erepodium werd hij geflankeerd door onze landgenoot Schalk Verhoef (derde) en de Italiaan Arnaldo Pambianco (tweede). De bijna twee meter lange Verhoef stond op het laagste treetje, maar torende hoog boven de andere twee uit.

Van Proost en Verhoef is als prof niet veel meer vernomen, maar Arnaldo Pambianco ontpopte zich als beroepsrenner tot een grote. Hij won in 1961 de Ronde van Italië en dan ben je in de laars een idool voor het leven.

Hij was een vriend en streekgenoot van Ercole Baldini en hij had een groot aandeel in de Olympische titel die Baldini in 1956 in Melbourne behaalde.

Behalve de Giro won Pambianco in zijn carrière ook de Ronde van Sardinië, Milaan-Turijn en de Brabantse Pijl. Dat is een vrij bescheiden erelijst voor iemand met zijn capaciteiten, maar de man uit Romagna was een echte ronderenner, die het van de regelmaat moest hebben.

In de Giro die hij won, behaalde hij bijvoorbeeld geen enkele etappeoverwinning, maar hij eindigde wel elke dag kort. Zo kort dat zijn eindtijd de snelste van allemaal was. Drie minuten en 45 seconden sneller bijvoorbeeld dan Jacques Anquetil, die toen op het toppunt van zijn roem stond. Ook een toprenner als Charly Gaul kon niet tegen zijn regelmaat op.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 16 augustus 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BECCIA, Mario (1955, ItaliŽ)
BELLIS, Jonathan (1988, Groot BrittanniŽ)
BETTINI, Augustino (1918, † 24.08.2003, ItaliŽ)
BOSMAN, Gert-Jan (1992, Nederland)
CAMPILLO GARCIA, Juan (1930, † 28.02.1964, Spanje)
CARITOUX, Eric (1960, Frankrijk)
DELFOSSE, Marcel (1921, BelgiŽ)
FAUCHEUX, Lucien (1899, † 24.07.1980, Frankrijk)
GIJSEN, Albert (1915, † 26.02.2007, Nederland)
G÷DDE, Leo (1988, Nederland)
LECHUGA RODRIGUEZ, Pablo (1990, Spanje)
MUSEEUW, Eddy (1946, BelgiŽ)
NIJDAM, Jelle (1963, Nederland)
PAWLOWSKA, Katarzyna (1989, Polen)
PIEMONTESI, Fabrice (1983, ItaliŽ)
PROVOOST, Jean-Claude (1964, BelgiŽ)
ROOIJAKKERS, Piet (1980, Nederland)
SANDERS, Dominique (1957, Frankrijk)
VAN HUFFEL, Nic (1987, BelgiŽ)
VERBEEK, Dieter (1988, BelgiŽ)
VERBIST, Charles (1883, † 21.07.1909, BelgiŽ)
VLIMMEREN, Rudy van (1961, Nederland)
WILLEMS, Daniel (1956, † 09.09.2016, BelgiŽ)
HOOGEBOOM, Roos (1982, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
DESGRANGE, Henri (1865, † 16.08.1940, Frankrijk)
HEALION, Paul (1978, † 16.08.2009, Ierland)
MONTI, Bruno (1930, † 16.08.2011, ItaliŽ)
WAGTMANS, Wout (1929, † 16.08.1994, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 16 augustus 2017 0:00

In de jaren dat het profteam van Rabobank nog bestond, werd er elk jaar in januari een persbijeenkomst belegd om de ploeg voor het nieuwe seizoen aan de pers te presenteren. Van te voren kon je als journalist opgeven welke renners je wilde interviewen.

Ik was daar meestal met fotograaf Philip van der Ploeg, die er altijd mooie foto’s maakte en voor de groepsfoto’s altijd een keukentrapje meenam om over een fotograferend leger beroeps- en amateurfotografen heen, zijn opnamen te kunnen maken.

Na het einde van het officiële gedeelte zag je dan altijd de journalisten van de grote media met de bekendste renners naar een hoekje van de zaal vertrekken in de hoop een paar mooie quotes te mogen noteren.

Zo waren Philip en ik er in januari 2007 weer bij, in – ik meen – het hoofdkantoor van de Rabobank aan de Utrechtse Croeselaan. Philip met zijn trapje en ik met in mijn geheugen de twee namen die ik had opgegeven.

Dat waren Laurens ten Dam en Denis Menchov. Het gros van de journalisten had Michael Boogerd aangevraagd, die had aangekondigd dat 2007 zijn laatste jaar als actief wielrenner zou zijn. Ook Thomas Dekker, Oscar Freire en Michael Rasmussen waren in trek.

Laurens stond alleen aan een statafel en was blij verrast dat er iemand in hem geïnteresseerd was. We kenden elkaar. Ik vond en vind hem nog steeds een a-typische renner en hij noemt me altijd Fred Slogblog. Het werd weer een leuk gesprek, maar ik zou moeten nakijken waar het over ging.

In vorige jaren was het mij opgevallen dat niemand interesse had in Denis Menchov, die zwijgzame Rus, die in die tijd wel altijd de kopman was van Rabobank in een grote ronde, maar zelden een vraag kreeg van het journaille. Hij zat zich iedere keer bij die bijeenkomsten zichtbaar te pletter te vervelen, omdat hij niets van het gesprokene verstond.

Hij nam me dan ook met enige argwaan op toen ik me aan hem voorstelde. Hij sprak slecht Engels, maar mijn kennis van het Russisch en het Spaans (hij woonde tijdens het seizoen in Spanje) bleef daar nog ver bij achter.

Ik had in mijn wervende jonge jaren ooit eens een leuk meisje ontmoet dat Russisch studeerde en me had geleerd hoe ‘Ik hou van jou’ in het Russisch vertaald luidde en hoe ik dat moest uitspreken.

Het leek me geen optie om daarmee Menchov te verrassen, terwijl ik bovendien niet zeker wist of ik niet iets heel anders zou zeggen, zoals ik eens een Franse jongen heb geleerd dat je een ober in Nederland aanspreekt met ‘klootzak’.

Dus vroeg ik hem in het Engels naar zijn plannen voor het komende seizoen. Helaas was zijn antwoord en waren de volgende antwoorden niet meer dan korte zinnetjes en als hij het met ja of nee af kon, was dat zijn favoriete keuze. Wat ik ook vroeg, Denis hield het kort. Joop Zoetemelk zou naast hem tot een begaafd redenaar zijn uitgeroepen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 augustus 2017 12:00

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1043 1044 1045 Volgende »