ad ad ad ad

Welkom aan de digitale stamtafel van de Slogblog


Ik kan me die door Felice Gimondi gewonnen Tour de France van 1965 nog heel goed herinneren. Jacques Anquetil die ‘m al vijf keer had gewonnen had was niet van de partij en Raymond Poulidor was daarom huizenhoog favoriet.

Wat dat jaar heel bijzonder was, Nederland had vier kopmannen in de strijd. Althans in mijn optiek en die van sommige kranten. Wisten we veel, er waren anno 1965 nog niet veel wielerkenners in ons land.

Jan Janssen werd als kopman van de Pelforth-ploeg grote kansen op de eindzege toegedicht, ondanks het feit dat hij een paar dagen voor de start bij een keuring te horen kreeg dat hij een ernstige hartkwaal had en verder fietsen zeer onverstandig zou zijn.

Die arts had nog nooit het hart van een topwielrenner onderzocht en die schrok zich te pletter van het paardenhart van Jan. De medische wetenschap had zich anno 1965 nog nauwelijks met topsport beziggehouden.

Ook Arie den Hartog, Cees Haast en de debuterende Peter Post werden in staat geacht een hoge klassering te bereiken. Arie was een ploeggenoot van Anquetil en had in het voorjaar Milaan-San Remo gewonnen. Vandaar.

Cees Haast kon klimmen en moest vanwege die eigenschap in staat zijn om Poulidor in de bergen te verslaan. Bovendien was zijn ploegleider de geniale Kees Pellenaars, de man die in de jaren vijftig Nederland als wielerland op de kaart had gezet.

En dan Peter Post. Die had als beroemd zesdaagsenrenner meermaals in de pers laten weten dat als hij naar de Tour zou gaan dat om te winnen zou zijn. Tegen het hooggebergte zag hij niet op. Hij wist niet hou gauw hij in de bezemwagen moest stappen toen de Aubisque beklommen moest worden.

Janssen was de enige die aan de verwachtingen voldeed met een negende plaats in het eindklassement. Poupou redde het niet, want er was plots een nieuwe ster aan het firmament verschenen.

Een pas 22-jarige Italiaan. Hij maakte deel uit van de Italiaanse Salvarini-ploeg met daarin mannen als Vittorio Adorni en Arnaldo Pambianco. Al in de derde etappe van Roubaix naar Rouen zegevierde deze Felice Gimondi en hij pakte de gele trui.

Ze wisten wel wie hij was, want een jaar eerder had hij de Tour de l’Avenir gewonnen. Door slim te koersen sprokkelde hij nog wat tijdwinst bij elkaar en in de bergen hield hij knap stand. Hij won ook nog de klimtijdrit in de buurt van Aix les Bains voor Poulidor en Pingeon. Zo won hij de Tour van 1965 en ook nog drie keer de Giro en een keer de Vuelta.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AALDERS, Tim (1988, Nederland)
BAILETTI, Antonio (1937, ItaliŽ)
BARLA, Luca (1987, ItaliŽ)
BERDEN, Ben (1975, BelgiŽ)
BERGAMASCHI, Vasco (1909, Ü 24.09.1979, ItaliŽ)
DE VREESE, Laurens (1988, BelgiŽ)
GAZZI, Laura (1977, ItaliŽ)
KREUNINGEN, Lex van (1937, Nederland)
MERVIEL, Jules (1906, Ü 01.09.1978, Frankrijk)
M÷HLMANN, Peter (1982, Nederland)
NEVELS, Leon (1961, Nederland)
PIEPOLI, Leonardo (1971, ItaliŽ)
PRESTI, Gloria (1989, ItaliŽ)
REIG CONEJERO, Rubťn (1986, Spanje)
ROMBOUTS, Sandra (1976, Nederland)
SCHńR, Michael (1986, Zwitserland)
SEGAAR, Rinus (1919, Ü 16.02.1999, Nederland)
SEVILLA RIBERA, Oscar (1976, Spanje)
SPRICK, Matthieu (1981, Frankrijk)
STOLKER, Michel (1933, Nederland)
VERSTRATEN, Jean-Pierre (1979, Nederland)
WAEYTENS, Zico (1991, BelgiŽ)
WEILENMANN, Leo (1922, Ü 06.01.1999, Zwitserland)
VAN LERBERGHE, Bert (1992, BelgiŽ)
NIEWIADOMA, Katarzyna (1994, Polen)
JANSEN, Andrť (1952, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
LEMAIRE, Georges (1933, Ü 29.09.1933, BelgiŽ))
SCHAER, Fritz (1997, Ü 29.09.1997, Zwitserland)
Door Fred van Slogteren, 29 september 2016 0:00

Deze trui is afkomstig van Gerard Vianen. Hij reed drie jaar, van 1974 tot en met 1976, voor Gan Mercier. Het was de derde Franse ploeg waar hij voor reed. Hoe hij in Frankrijk terechtkwam is een verhaal op zich.

Hij had het best naar zijn zin bij de Nederlandse Caballero-ploeg. De verdiensten waren niet geweldig, maar het was een echte vriendenploeg waar Gerard naadloos inpaste. Niemand had een hekel aan de renner uit Kockengen.

De ploeg hield op te bestaan omdat het in Europa steeds moeilijker werd om reclame voor alcoholhoudende drank en rookwaren te maken. Dat was de reden waarom niet alleen Caballero, maar ook sigarenfabrikant Willem II de sponsoring van een profploeg beëindigde.

Bovendien werd de belastingdienst steeds lastiger omdat die de renners als werknemers beschouwde en er dus loonbelasting en sociale lasten moesten worden afgedragen.

Gerard werd toen min of meer gedwongen om te stoppen, maar daar had hij nog geen trek in. Waar de meeste van de Caballero-renners zich bij de feiten neerlegden, daar stapte Gerard op buitenlandse ploegleiders af met de vraag of ze daar misschien een plekje voor hem hadden.

Een van die ploegleiders was Louis Caput van Fagor-Mercier. Hoewel hij geen harde toezegging kreeg viel er een paar maanden later toch een dikke envelop in zijn brievenbus met daarin het contract.

Het einde van zijn carrière kon nog een jaartje uitgesteld worden, maar dat was dan ook alles. Ook Fagor-Mercier stopte na een jaar en wederom dreigde het eind van zijn wielerloopbaan. Hij had de hoop al opgegeven toen daar weer een reddende hand was.

Die zat vast aan Kees Pellenaars van de Nederlandse Goudsmit-Hoff ploeg. Maar ook die formatie stopte na een jaar. Gelukkig had hij aan het jaartje bij Fagor-Mercier een netwerk in Frankrijk overgehouden en na één telefoontje kon hij tekenen bij Gitane-Frigecrème.

Ook dat duurde maar een jaar en toen werd Gerard zelf gevraagd. Bij Gan-Mercier, waar Caput andermaal ploegleider was. Daar werd hij een van het kwartet Nederlanders dat daar een belangrijk deel van de ploeg vormde. Zijn vroegere trainingsmaat en collega-timmerman Joop Zoetemelk was er kopman en verder zaten ook Kees Bal en neoprof Gerrie Knetemann in de ploeg.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 28 september 2016 12:00

De vader van Guus Bierings wilde dolgraag wielrenner worden. Zijn Belgische oom won twee keer de Grote Schelde Prijs, maar vlak voor Godfried de Vocht in de Tour zou debuteren, maakte een zware val een eind aan zijn carriere.

En aan de wieleraspiraties van zijn neefje, want diens ouders vonden die wielersport veel te gevaarlijk.

Jaren later stimuleerde douaneambtenaar Bierings de wielerambities van zijn zoon Guus. Dat was een talentje en als neo-amateur werd hij opgepikt door Jan van Erp om deel uit te gaan maken van de beroemde paarse brigade. Tussen de bedrijven door behaalde Guus het diploma gymnasium alpha.

Guus Bierings was een temperamentvol rennertje die van alle markten thuis was. Al in het tweede seizoen bij de amateurs werd hij opgemerkt door de bondscoach en met jongens als Arie Hassink en Theo de Rooij ging hij mee naar buitenlandse etappewedstrijden en naar het WK.

Het seizoen 1978 begon slecht. In maart brak hij zijn elleboog en dat raakte geïnfecteerd. Wekenlang kon hij geen fiets aanraken. Toen het weer mocht was hij snel weer in vorm en onder leiding van bondscoach Rini Wagtmans reed hij een puike tijdrit in de Ronde van Henegouwen.

Hij kreeg direct de toezegging dat hij een plaats had verdiend in de tijdritploeg voor het WK.

In juni viel hij weer en met een gebroken sleutelbeen stond hij wederom een aantal weken aan de kant. Bij Wagtmans is echter een woord een woord en met zijn ploeggenoten Bert Oosterbosch en Bart van Est en met trainingsmaat Jan van Houwelingen begon Guus aan de maandenlange voorbereiding op het WK in het Westduitse Brauweiler.

Ze gingen van de ene zware wedstrijd naar de andere en het zelfvertrouwen groeide met de dag.

Collega Piet van der Kruys zag de vier het parcours oprijden en hij schrok van de blik in hun ogen. Geconcentreerd en onoverwinnelijk als gladiatoren. Er stond geen maat op het viertal en met grote overmacht werd de wereldtitel behaald.

Voor de intelligente Bierings is een profbestaan nooit een hartewens geweest. Natuurlijk dacht hij er wel eens aan, maar hij wilde geen nobody worden. Hij reed regelmatig mee in open wedstrijden en het sfeertje bij de profs stond hem niet echt aan. Bovendien was er het dopingverhaal, dat toen nog een grote rol speelde in de beroepswielrennerij.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BOZZOLO, Laura (1985, ItaliŽ)
CRIBIORI, Franco (1939, ItaliŽ)
DE ROSSO, Guido (1940, ItaliŽ)
FABBRI, Fabrizio (1948, ItaliŽ)
FOGEN, Stefano (1979, Luxemburg)
GONZALEZ LARRANAGA, Gorka (1977, Spanje)
HERNŃNDEZ BLAZQUEZ, Jesķs (1981, Spanje)
KELDERMAN, Stefan (1988, Nederland)
KOCKERING, Lena (1989, Duitsland)
MOOLENIJZER, Harry (1935, Nederland)
PLANCKAERT, Baptiste (1988, BelgiŽ)
RAVARD, Anthony (1983, Frankrijk)
WORRACK, Trixi (1981, Duitsland)
VAN GLABEKE, Shana (1993, BelgiŽ)
ZONNEVELD, Thijs (1980, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
LUYTEN, Henri (1954, Ü 28.09.1954, BelgiŽ)
WOUTERS, Philippe (1976, Ü 28.09.1976, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 28 september 2016 0:00

De foto is al enkele jaren oud, maar bij iedere veldrit of ieder criterium zie je van dit soort mannen staan. De leeftijd gepasseerd om nog mee te doen, maar met een bepaalde routine die verraadt dat het geen vreemde in Jeruzalem is.

Soms is er dan een oplettende toeschouwer die de man herkent en van een afstandje een foto maakt. Een gedateerde racefiets, een wollen trainingspak, een lullig petje met reclame.

Die mij onbekende fotograaf die deze oud-renner spotte zal geweten hebben dat deze Duitser ooit winnaar was van de Ronde van Spanje, veertien keer kampioen van zijn land in het veldrijden is geweest en in die discipline ook nog eens drie keer wereldkampioen was.

Dat is niet misselijk, want zo iemand kom je niet elke dag tegen. Een renner die ooit zesde was in de Tour de France en onder andere eindwinnaar was van Parijs-Nice.

Rolf Wolfshohl is de naam en dat was in de jaren zestig een grote meneer. Iemand die op de weg tot de favorieten behoorde in de belangrijke koersen.

Maar ook iemand die, zodra de Ronde van Lombardije verreden was, de wegfiets verruilde voor de crossfiets, zoals zijn land- en generatiegenoot Rudi Altig met de baanfiets meteen het zesdaagsencircuit indook.

Rolf Wolfshohl was wereldkampioen veldrijden in 1960, ’61 en ’63. Hij werd in de periode van 1958 tot en met 1973 ook nog vijf keer tweede en vier keer derde. Een echte specialist dus. Waarom dan ook op de weg rijden?
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 12:00

Benoni Beheyt was in 1963 een jonge renner met grote toekomstmogelijkheden. Hij had veel talent en met zijn scherpe eindschot werd hij gezien als een kandidaat om de plaats van Rik Van Looy in te nemen. Hij had een contract bij Wiel’s Groene Leeuw, zo’n echte Vlaamse ploeg vol met kasseienvreters. Het Belgische wielrennen werd in die tijd beheerst door Van Looy.

Die was al twee keer wereldkampioen geweest toen in 1963 de Belgische ploeg voor het WK in eigen land werd samengesteld. Rik II wilde per se een derde titel binnenhalen en had een grote vinger in de pap bij het samenstellen van de Belgische ploeg.

Daarom bestond de nationale selectie dan ook grotendeels uit slaafse types uit zijn eigen Flandria-formatie, aangevuld met coureurs uit andere ploegen. Er werden harde afspraken gemaakt en iedereen zou zich volledig in dienst stellen van de Keizer van Herenthals.

Ondanks het zware parcours in de Vlaamse Ardennen ging er uiteindelijk toch een grote groep op de streep af en Van Looy had als razendsnelle finisher de beste papieren en was er van overtuigd die derde titel te gaan behalen.

Ondanks de afspraken hadden de mannen van Wiel’s Groene Leeuw toch een dubbele agenda. Gilbert Desmet zou veel te vroeg de sprint aantrekken voor Van Looy. Die zou daardoor te vroeg op kop komen en voortijdig stilvallen. Beheyt kon dan zogenaamd per ongeluk profiteren en wereldkampioen worden.

Zo gezegd, zo gedaan, maar niemand had erop gerekend dat Rik II na dat stilvallen een idiote manoeuvre zou maken waardoor het een chaotische sprint werd. Vrijwel iedereen werd door die actie van Van Looy kansloos, maar Beheyt kon, door zich aan Van Looy vast te grijpen een val voorkomen en als eerste over de streep gaan.

Van Looy sprak van verraad en Beheyt had zijn eigen lezing. De enig juiste beslissing had diskwalificatie van de twee moeten zijn, maar dat durfde de jury niet aan. De Vlaamse wielerwereld verdeelde zich prompt in twee kampen, één voor en één tegen Van Looy en de discussie heeft maanden geduurd.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AMORIM FERRAO TAVARES, Luiz (1977, BraziliŽ)
CASERO MORENO, Angel Luis (1972, Spanje)
GARCIA QUESADA, Adolfo (1979, Spanje)
HAEMERLINCK, Alfred (1905, Ü 10.07.1993, BelgiŽ)
HEIDEN, Beth (1959, Verenigde Staten)
HEIRWEG, Dirk (1955, BelgiŽ)
HORRILLO MUNOZ, Pedro (1974, Spanje)
IGNATENKO, Petr (1987, Rusland)
KESSELS, Piet (1949, Nederland)
KLOUCEK, Lukas (1987, TsjechiŽ)
KOLESSOV, Alexej (1984, Kazachstan)
MISAC, Jean Claude (1948, Ü 11.09.1975, Frankrijk)
RANSCHAERT, Bram (1901, Ü 29.11.1987, Nederland)
WEYLANDT, Wouter (1984, Ü 09.05.2011, BelgiŽ)
ZANDBEEK, Ronan van (1988, Nederland)
HOULE, Hugo (1990, Canada)
DIEMEN, Jurgen van (1991, Nederland)
DEMPSTER, Zakkari (1987, AustraliŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
Door Fred van Slogteren, 27 september 2016 0:00

De strijd om de wereldtitels op weg en baan vond in 1975 plaats in België en was voor Nederland ongekend succesvol. Wielersportminnend Nederland sprak nog lang na over Rocourt, Mettet en Yvoir.

Er werden maar liefst zes gouden, een zilveren en twee bronzen medailles veroverd. De oogst had zelfs nog groter kunnen zijn, als Cees Stam bij de profstayers het goud had gepakt, dat hij niet had mogen verspelen aan de West-Duitser Dieter Kemper.

De namen Roy Schuiten (achtervolging profs), Gaby Minneboo (stayers amateurs), Keetie van Oosten-Hage (achtervolging dames), Tineke Fopma (weg dames), Ad Gevers (weg amateurs) en Hennie Kuiper (weg profs) werden in gouden letters geschreven.

Op de cover van Cyclisme Magazine staat een sprintfenomeen van toen, de Franse baansprinter Daniël Morélon. Hij won zijn zevende wereldtitel op de betonnen wielerbaan van Rocourt, nabij Luik.

Hij moest er diep voor gaan want tegen de Italiaan Giorgio Rossi had hij drie ritten nodig. De teleurstelling van een jaar eerder, toen hij de titel verloor aan de Tsjech Anton Tkac, was vergeten.

Morélon won zijn eerste internationale medaille reeds in 1963 toen hij derde werd in het sprinttoernooi van de Mediterrane Spelen. Samen met die andere Franse topsprinter, Pierre Trentin, won hij ook nog zilver op de tandem.

Met de zilveren plak op het WK 1964 en de bronzen Olympische plak in Tokio was zijn naam definitief gevestigd. Zijn totaal aan eremetaal zou uiteindelijk uitkomen op acht wereldtitels (zeven op de sprint en één op de tandem) en vijf Olympische medailles (drie keer goud, één maal zilver en eentje van brons).

Daarmee werd hij in één adem genoemd met de Belg Jef ‘Poeske’ Scherens en de Italiaan Antonio Maspes. Met dit verschil, dat die twee hun zeven regenboogtruien verdienden bij de profs, terwijl Morélon zijn titels als amateur behaalde.

Morélon is een product van het Franse sportbeleid dat begon toen de Franse president Charles De Gaulle een minister voor sport benoemde om de failliete Franse sportboedel te redden. De Olympische kanshebbers werden sindsdien met alle moderne faciliteiten en rinkelende francs verwend.

Zo konden Morélon, Trentin en andere amateurs zich optimaal op alle grote toernooien voorbereiden. Waarom zouden ze dan die zekerheid opgeven voor een onzeker bestaan als beroepsrenner?
... Lees meer
Door Jan Houterman, 26 september 2016 12:00

Jean Malléjac was een knappe renner die in 1953 tweede werd in de Tour de France. Achter een ongenaakbare Louison Bobet die dat jaar de eerste van zijn drie Touroverwinningen realiseerde.

Een jaar later werd Malléjac vijfde. Behoudens uitslagen in de grote rondes – hij reed ook de Giro en de Vuelta – is er niet veel van hem bekend, want hij brak geen potten in de klassiekers.

Hij was een echte ronderenner die naam maakte als jachtrijder en sterk daler. In het klimmen was hij geen bijzonder talent, maar met moedig dalen kon hij de opgelopen achterstanden meestal weer goedmaken.

Iemand die ooit tweede was in de Tour, dient natuurlijk niet vergeten te worden. Maar Malléjac was geen opvallend coureur en het gevaar dat hij na zijn wielercarrière, die in 1958 eindigde, niet lang in de harten van de Fransen zou voortleven was zeer groot.

Maar iedereen weet nog steeds wie hij is. In Nederland noemden wij hem Malle Sjaak, nadat hij 1955 bij de beklimming van de Mont Ventoux van zijn fiets was gevallen en levenloos bleef liggen.

Nou ja levenloos, hij was wel bewusteloos maar hij schokte hevig met zijn ledematen en het schuim stond hem op de mond. Ik zie de beelden in het Polygoon Journaal nog voor me.

De renners wisten wel wat er met de Fransman uit Bretagne aan de hand was, maar het grote publiek niet. Dat renners zich drogeerden was toen nog niet zo bekend.

In diezelfde tijd kwam ik in het bezit van een artikel uit De Maasbode, dat een oom voor me meebracht omdat hij wist dat ik dat wielrennen wel mooi vond.

Het was geschreven door Martin Duyzings en het ging over Ferdi Kübler, Tourwinnaar van 1950. Het beschreef het gedrag van de Zwitser na een wedstrijd. Schuimbekkend kwam hij van zijn fiets een overdreven druk en ongecontroleerd gedrag vertonend.

Hij blafte de mensen om hem heen af en sloeg wild om zich heen. De oorzaak was – volgens het artikel – het gebruik van geheimzinnige pilletjes waar je heel opgewonden van werd en die de vermoeidheidsgrens in een rennerslichaam zouden verleggen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 26 september 2016 9:00

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 937 938 939 Volgende »